Wie echt iets wil begrijpen van ziekte en gezondheid moet niet alleen kijken naar de psychologische kwetsbaarheid van mensen, maar ook naar hun veerkracht. Ofwel: naar het vermogen om snel in te spelen op veranderende omstandigheden en te herstellen van tegenslag. Deze benadering is het uitgangspunt van de ‘positieve psychologie’ die tien jaar geleden het levenslicht zag.
Gelukkige en optimistische mensen leven langer. Dat is geen lekker klinkende oneliner, maar een conclusie op basis van wetenschappelijk onderzoek, hield Madelon Peters de goed gevulde Sint Janskerk voor. Ze verwees naar een studie in de jaren negentig onder 180 nonnen van een congregatie in de Verenigde Staten. Bij de start van het onderzoek waren alle nonnen 75 plus. In de negen jaar dat de dames zijn gevolgd, stierf 42 procent. “Wat was nu zo bijzonder aan deze groep? Toen zij in de twintig waren en wilden intreden, schreven zij op verzoek van moederoverste een verhaal over hun eigen leven. De onderzoekers telden in deze biografische verhalen de emotioneel geladen woorden en gaven ze het stempel positief of negatief.” Wat bleek? Het aantal positieve woorden bleek een voorspeller voor de leeftijd waarop ze stierven. Zij die hun jonge leven in veel positieve termen hadden beschreven, leefden gemiddeld negen jaar langer dan de nonnen die bijna geen positieve woorden hadden neergepend.
Er zijn heel wat meer onderzoeken die de link tonen tussen geluk en optimisme en langer leven, benadrukte Peters. Het effect van een blijde geest is vrij groot, “het leidt tot een paar jaar extra leven, te vergelijken met het effect van roken of niet roken”. Ook zijn er duidelijke aanwijzingen dat er een relatie is met afwezigheid van ziekte. “Een sterk bewijs levert het experiment waarbij gezonde proefpersonen een virus toegediend kregen dat een verkoudheid kan veroorzaken. De gelukkigste mensen bleken drie keer minder bevattelijk.”
Hoe kan dit? Een keihard antwoord is er niet, veel is nog onduidelijk en vraagt om verder onderzoek, zei Peters. “Er is echter geen twijfel dat gedrag een rol speelt. Gelukkige mensen slapen en eten beter en bewegen meer. Kortom: ze gedragen zich gezonder.” Maar emoties hebben ook een directe invloed op fysiologische mechanismen. Positieve emoties reduceren onder andere de hartslag, bloeddruk en hoeveelheid adrenaline in het bloed, stimuleren de aanmaak van het zogenaamde liefdeshormoon (oxytocin) en groeihormonen. Bovendien kunnen ze ook het immuunsysteem versterken: zo maken optimistische mensen die zijn ingeënt tegen de griep meer antistoffen aan. Verder blijkt dat gelukkige mensen beter om gaan met stresssituaties.
Peters wijst erop dat ondanks de aandacht die optimisme en geluk in haar onderzoek krijgen, zij de rol die (bijvoorbeeld genetische) kwetsbaarheid speelt als het gaat om ziekte en gezondheid, niet wil verwaarlozen. “De twee werken vaak samen. Wie ziekte en gezondheid echt wil begrijpen moet oog hebben voor beide kanten.” Zo laten dierexperimenten zien dat slechte genen bij baby’s die worden verzorgd door een goede moeder, latent blijven. “Het tegenovergestelde is ook waar. Kindermishandeling verhoogt het risico op mentale en fysieke problemen op latere leeftijd. Maar zelfs op dit soort ongeluk reageert het ene kind stukken beter dan het andere. Blijkbaar heeft die ene groep kinderen genen die hen beschermen tegen omgevingsrisico’s.” In de toekomst zal er meer – vaak multidisciplinair - onderzoek in de gezondheidspsychologie gedaan worden naar dit soort complexe vragen.
Iets wat op het gebied van pijn – waar Peters al veel onderzoek naar heeft gedaan - al gebeurt. “Er is steeds meer bewijs dat wat betreft de gevoeligheid voor acute pijn en de ontwikkeling van chronische pijn genetische factoren een rol spelen.” Er zijn al een aantal genen geïdentificeerd, onder andere de zogenoemde COMT. Dit gen werd bij 58 patiënten gevonden die een operatie moesten ondergaan om de pijn aan hun schouder te verlichten. Naderhand noteerden alle patiënten hoeveel last ze nog hadden. Het hebben van een COMT-gen bleek geen voorspeller. Maar in combinatie met psychologische kwetsbaarheid verhoogde het de kans op flinke pijnen.