Het controversiële onderzoek van de Britse psycholoog Richard Lynn naar de intelligentie van Afrikanen, was niet wetenschappelijk onderbouwd. Dat blijkt uit heronderzoek van een aantal Amsterdamse psychologen.
Op grond van een literatuurstudie stelde Lynn in 2006 dat Afrikanen van nature minder intelligent zijn dan westerlingen. “Waarom we dat serieus hebben onderzocht? Die vraag krijgen we wel meer”, zegt Jelte Wicherts, één van de psychologen die binnenkort over de theorie van Lynn publiceert. “In de wetenschap kun je iets niet als racistische prietpraat afdoen. Je moet je afvragen: zijn de conclusies empirisch onderbouwd? Nou, in dit geval niet.”
De Britse wetenschapper beweerde dat het IQ van Afrikanen gemiddeld ruim dertig punten lager lag dan dat van Westerse proefpersonen. De slechte scores van Afrikanen getuigden volgens Lynn van een laag cognitief ontwikkelingsniveau, dat genetisch zou zijn bepaald.
“Uit onderzoek blijkt echter dat Lynn zijn IQ-data bewust selecteerde”, zegt Wicherts. “Hoogscorende proefpersonen telde hij niet mee. Bovendien zien we dat de gemiddelde score stijgt wanneer de leefomstandigheden verbeteren. Hoe hoog iemand scoort, heeft ook met oefening en opleiding te maken: wie dat soort sommen vaker doet, zal beter scoren. Een IQ-test meet dus eerder het opleidingsniveau dan de intelligentie van een persoon.”