Veenhof reageert daarmee op de kritiek dat de ‘bonnetjes’ die het college leverde, onvolledig zouden zijn. Zijn interventie “mag geïnterpreteerd worden als correctie en aanvulling op de communicatie van de afgelopen weken”, zegt hij. Nadere vragen over de declaraties werden door de woordvoerder van het college immers niet beantwoord.
Omroep L1 vroeg begin september met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om de gegevens. De raad van toezicht werd daar in december bij betrokken, meldt Veenhof, omdat die over de onkostenvergoedingen gaat. “We hebben er goed over gesproken en er was niets bij waarvan onze wenkbrauwen de lucht in vlogen. Het geheel is voorgelegd aan een externe accountant, niet onze huisaccountant KPMG maar Deloitte, en die heeft precies gekeken wat er wel en niet bij hoorde en wat doorgestreept moest worden.”
Dat laatste resulteerde letterlijk in doorstrepingen op de overzichten van de UM-Visacards van het college. Veenhof: “Dat gaat uitsluitend over situaties waarin een collegelid bij een bijeenkomst was van, zeg, achttien mensen en er uiteindelijk iemand moest zijn die het bonnetje aftekende. Dat wordt dan niet gezien als persoonlijke onkostenvergoeding en is dus onleesbaar gemaakt.”
Na de publicatie van de bonnetjes op de UM-website volgde een artikel in Observant waarin gewag werd gemaakt van de ontbrekende buitenlandse reizen. Dat was voor Veenhof aanleiding om navraag te doen bij collegevoorzitter Ritzen. “Hij zei me dat het veelal gaat om reizen die door de ontvangende partij worden betaald.” Veenhof heeft daar geen bewijzen van gezien: “Dat hoeft niet, er is een vertrouwensbasis met het college.”
Op de vraag of de door het college beleden ‘maximale transparantie’ niet gediend zou zijn met volledige opening van zaken over onder meer het reisgedrag, zegt Veenhof: “Moet je dan alles, de boot, de trein, het vliegtuig, allemaal vermelden? Wij hebben naar de gemaakte kosten gekeken, niet naar de agenda’s. Waar houdt het op?”
Intussen heeft L1 vorige week een aanvullend Wob-verzoek gedaan aan de UM. Daarin wordt niet meer gevraagd naar de kosten maar naar een overzicht van alle buitenlandse reizen van de collegeleden in 2007 en ‘08. UM-woordvoerder Gregersen reageerde een dag later, zonder op de vraag in te gaan.
Deskundigen op het terrein van de Wet openbaarheid van bestuur wijzen erop dat overheden of instanties alleen met redenen omkleed informatie mogen weigeren. Die redenen worden opgesomd in de wet en variëren van een mogelijk gevaar voor de veiligheid van de staat tot de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De UM heeft zich tot nu toe op geen van deze artikelen beroepen.