De staatssecretaris heeft de portefeuille van Ronald Plasterk overgenomen (“99 procent daarvan”) en gaat nu dus ook over het hoger onderwijs. “We financieren nog maar één master, maar vanaf nu geldt drie jaar lang dat als je eenmaal aan die tweede master begonnen bent, je het gewoon op de oude condities kunt afmaken. En we halen de leeftijdsgrens in het systeem weg. Ook als je de dertig bent gepasseerd kun je voortaan een bekostigde opleiding doen. We willen investeren in veertigers en vijftigers, want die hebben we straks allemaal hard nodig.”
Het was een van de zeer weinige concrete punten in een voor de rest met verve gebracht maar toch ook zeer algemeen betoog. Niet verwonderlijk voor een op dit terrein verse en ook nog eens demissionaire bewindsvrouw (“ik ben maar een staatssecretaris die zich in de dossiers poogt te verdiepen”) die deze middag pas haar eerste universiteit bezocht en die haar voorbeelden vooral haalt uit de beleidsterreinen, het mbo bijvoorbeeld, waar ze wel goed in thuis is. Het thema, Maastricht als internationale kennisstad en de rol van de UM daarin, leverde dan ook vooral complimenten op aan de stad (“een borrel op het Vrijthof, heerlijk”) en aan de UM. Die slaagt erin veel buitenlanders te trekken, hoge rendementen en waarderingscijfers te halen en met dat alles een “ambitieus leerklimaat te creëren: Jongeren hebben lef om hier te komen”. Vragen vanuit de matig gevulde Karl Dittrichzaal hoorde ze geïnteresseerd aan, maar ook hier verwees ze veelvuldig naar haar demissionaire status.
Blijft de vraag waarom Van Bijsterveldt hier was. Dat blijkt op haar eigen initiatief te zijn geweest, en, zoals ze bij de opening van haar toespraak vermeldde, hoofdzakelijk om haar partij, het CDA, in de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen bij te staan. Om die reden zat er ook een batterijtje lokale CDA-prominenten in de zaal. Waarom geeft de UM een partij exclusief gelegenheid verkiezingspropaganda te bedrijven in haar gebouwen? Heiny Eilkes van Career Services, de organiserende partij: “Maar dat wilden we juist uitdrukkelijk niet! We hebben van tevoren gezegd dat ze hier mocht komen spreken in de rol van staatssecretaris hoger onderwijs, niet voor haar partij. Toen ze daar toch over begon heb ik even overwogen om in te grijpen, maar ja, dat is ook weer zoiets. We hebben er wel van geleerd: op deze manier was het eens maar nooit weer.”