Er kwamen drie adviescommissies aan te pas, maar na jarenlang overleg bleken de vereniging van universiteiten VSNU, de academie van wetenschappen KNAW en het ministerie van Onderwijs eensgezind: er moesten onderzoeksmasters komen. Nederlandse afgestudeerden hebben in vergelijking met andere Westerse landen weinig belangstelling voor onderzoeksfuncties, vanwege beperkte carrièremogelijkheden en de lokroep van het bedrijfsleven. Kiezen ze toch voor een aio-schap, dan doen ze er vaak nogal lang over; het rendement van de PhD-fase moest dus ook omhoog. Dit werd bij elkaar opgeteld en voilà: de onderzoeksmaster (duur twee jaar, meestal Engelstalig, studenten van over de hele wereld) was geboren.
Eén daarvan is Economics van het Tinbergen Instituut, het gemeenschappelijke instituut van de Rotterdamse en de twee Amsterdamse universiteiten. Onderwijsdirecteur Erik Plug: "We kijken naar universitaire prestaties, vakkenpakket en motivatie, maar ook referenten wegen mee. We testen onder meer het wiskundig niveau en de Engelse taalbeheersing. Jaarlijks laten we dertig van de honderden sollicitanten toe. Omdat veel gegadigden goed scoren, is ook de motivatiebrief erg belangrijk." De ambitie om te promoveren is cruciaal, zegt Plug, iedereen kan doorstromen naar een driejarig PhD-traject. "Ze bedenken zelf het onderwerp en benaderen een promotor van een van de drie deelnemende universiteiten. Of dat een luxe is? Misschien wel, ja."
Ook bij Economics en Business van de Universiteit in Tilburg bestaat die luxe. Wetenschappelijk directeur Dick den Hertog schat de kans op promotie 80 procent. "Wij presenteren deze masters en het PhD-traject als één geheel, net als dat in de VS gebeurt: twee jaar master, drie jaar onderzoek."
Het aantal studenten in Tilburg is nu bescheiden, maar het streven is om over drie jaar voor beide masters dertig studenten binnen te halen. Minder dan de helft van de deelnemers bestaat - net als bij de meeste onderzoeksmasters - uit Nederlanders. De uiteenlopende achtergronden, zowel cultureel als qua onderwijsverleden, geven iets extra's, betogen studenten.
"Ons streven is dat een deel van de gepromoveerden een baan krijgt bij een van de top-50 universiteiten van de wereld." Maar, benadrukt Den Hertog, daarvoor moeten ze al tijdens hun master hard werken. "Het gemiddeld aantal studie-uren ligt meen ik rond de 26 uur. Bij ons zouden ze wel eens het dubbele kunnen halen."
Dat het hard werken is, weet Marco van Bommel uit eigen ervaring. Hij zit in het tweede jaar van de researchmaster Social Psychology van de Vrije Universiteit. "Maar daar staat tegenover dat ik geregeld twee of drie weken les krijg van grote namen uit het buitenland. Omdat we in een kleine groep intensief zaken bespreken, kan ik daar ook echt veel uit halen." Verder is er een apart lab voor zijn groep beschikbaar, en staat een cursus wetenschappelijk schrijven en publiceren op het programma. Van Bommels master wordt op de eigen site als 'excellent' bestempeld, maar dat is geen officieel keurmerk, laat een woordvoerder van het ministerie van Onderwijs desgevraagd weten. Het is een predicaat dat instellingen in heel Nederland - veelvuldig - aan zichzelf toekennen maar dat niet op onderzoek van bijvoorbeeld de NVAO of het ministerie is gebaseerd. Dat Social Psychology als een van de weinige masters een hoger dan wettelijk toegestaan collegegeld mag vragen - 5000 euro per jaar - heeft alles te maken met Ruim Baan voor Talent, een programma van het ministerie van Onderwijs dat excellente studenten iets extra's wil bieden en wil komen tot zichtbare topopleidingen in het hoger onderwijs. De VU-onderzoeksmaster is samen met vier hbo-studies uitverkoren om te experimenteren met een hoger collegegeld. Drie Maastrichtse opleidingen (de bachelor University College en de masters European Law en Law and Language Studies) experimenteren in hetzelfde kader met selectieve toelating.
Niet iedere afgestudeerde master - ook niet in Maastricht - mag rekenen op een promotieplaats. Op de meeste plaatsen ontbreken daartoe de middelen. Ook aan de VU. Toch hoopt Van Bommel op een academische carrière. "Met dit diploma heb ik denk ik wel een stapje voor op andere sollicitanten, qua kennis. Hoe groot die voorsprong is, kan ik niet schatten, maar een promotor weet dat hij mijn hand niet zal hoeven vasthouden."
Binnen de geesteswetenschappen is er ook geen garantie op een PhD-aanstelling. "Het aantal beurzen is beperkt, verder is het soms een probleem om een promotor te vinden", vertelt prof. Jack Vromen, verantwoordelijk voor de researchmaster Philosophy and Economics van de Rotterdamse vakgroep Wijsbegeerte. Hij moedigt studenten aan om zelf op zoek te gaan naar financiers.
Lang niet alle onderzoeksmasterstudenten hebben echter een carrière in de wetenschap voor ogen. "De ambities van de acht mensen uit mijn jaar verschilden erg. De een wilde onderzoek doen bij de Wereldbank, de ander koos voor de financiële sector", vertelt promovenda Fangfang Tan. Ze rondde deze zomer de researchmaster Economics af aan in Tilburg en heeft daar nu een promotieplek.
Promovenda Lieke Stelling, die de researchmaster Literature Studies in Utrecht afrondde, vindt het verschil tussen een onderzoeks- en reguliere master niet zo groot. "Je kunt je meer verdiepen in specifieke onderwerpen, besteedt een half jaar aan eigen onderzoek en krijgt twee vakken gericht op onderzoeksvaardigheden, subsidie verwerven, schrijven en publiceren." Maar of de verschillen tussen de afgestudeerden bij de start van een PhD-onderzoek zo groot zijn, weet ze niet. "Ik had het niet willen missen, maar ik denk eigenlijk dat dergelijke programma's een manier zijn om studenten binnen te halen. Het gebodene staat niet altijd in verhouding tot wat ze vooraf beloven."