10 mei 2012
filmpjes
kamer 3
Kamer 3
18-6-2009 - 
I’m sorry this letter is so long. I did not have time to write a short one
Kamer drie
4-6-2009 - 
Hoe het "gezellige zooitje" veranderde in een rustige en vooral opgeruimde werkkamer
Kamer drie
14-5-2009 - 
De groene vingers van de financieel beheerders bij psychologie
Kamer drie
16-4-2009 - 
Bloemen van het college van bestuur, hiep hoi, hiep hoi
Serie over de medewerkers van kamer drie in verschillende UM-gebouwen

Kamer drie

14-5-2009 - 
  • Waar: 1.003, Universiteitssingel 5
  • Wie: Liane Ligtenberg en Ivo Huizinga, financieel beheerders faculteitsbureau
  • Organisatie: Faculty of Psychology and Neurosciences
“Zie je dat blauwe verkeersbord op de hoek van de straat? Daar is de UNS 5”, wijst de receptionist van de UNS 40. Even later gaan daar de automatische glazen voordeuren open, het is er stil, een enkele student loopt over de gang. Op de eerste verdieping in kamer drie werken Liane Ligtenberg en Ivo Huizinga, beheerders en financieel consultans van het faculteitsbureau. Lichtenberg: “We zitten hier nog niet zolang. Eind vorig jaar, zoiets.” Daarvoor zat het faculteitsbureau aan de UNS 40, maar sinds de verhuizing van de capgroep DMKEP van FHML naar psychologie, is een gedeelte van het bureau hier ondergebracht. Ligtenberg: “Ik heb er enorm aan moeten wennen dat het hier veel stiller is. Daarachter zaten we op de verdieping met bureau onderwijs, de keuken was echt het centrale ontmoetingspunt. Wanneer je een kop koffie ging halen zag je altijd wel iemand. Dat contact heb je nu niet meer.” Lachend: “Hier heb je soms dagen dat je je afvraagt: ‘Is er iemand’. Ook heb je hier minder inloop van onderzoekers. Vaak gaat het via de mail of telefoon.”
Ligtenberg en Huizinga helpen onderzoekers bij hun onderzoeksaanvragen, het opstellen van de begroting. Of zoals Huizinga het formuleert: “Dat je het budget passend krijgt binnen de grenzen van de subsidie.” Ligtenberg fronst de wenkbrauwen: “Nou, dat klinkt zo donker. Als mensen dit lezen in Observant denken ze misschien ‘wat doen die daar in de boeken?’ Huizinga: “Nee, absoluut niet. Ze kunnen juist ook denken: ‘Zo, die doen het goed daar’. Mensen denken al gauw dat het saai is, als er cijfertjes bij komen kijken, maar dat vind ik zeker niet. Het is juist ook een uitdaging om het kloppend te krijgen.” Ligtenberg: “Ja, dat vind ik ook.” Huizinga: “Dat zou ook niet goed zijn als we het wel saai vonden, dan hadden we het verkeerde beroep gekozen.” Precies.
Ligtenberg heeft een paar ingelijste kaartjes van Anne Geddes en een foto van haar twee kinderen op haar bureau en vensterbank staan. “Even de thuissituatie erbij halen, dat vind ik wel belangrijk.” Voor de rest hangt er weinig aan de muur: “We mogen niets zelf aan de muur hangen, dus we zijn al blij met de kapstok die nu hangt.” “En met dit plantje”, wijst Huizinga op een bijna verwelkt exemplaar dat verborgen achter een paar bureaubakjes staat. “Ssst, dat wilde ik stil houden”, lacht Ligtenberg. “Die heeft mijn meivakantie niet overleefd. Die op de vensterbank begint er ook al zielig uit te zien”, wijst ze op de vetplant naast Huizinga’s werkplek. Huizinga: “Nee, groene vingers hebben we niet.”
Huizinga zelf heeft weinig persoonlijke accessoires op zijn bureau: “Ik heb dat niet zo. Dat komt omdat ik ook bij economie en het administratief service centrum zit. Ik zit hier maar twee dagen. Ja, ik heb wel dit”, zegt hij terwijl hij een fotolijstje omhoog houdt met een foto van damesbenen in laarzen en de tekst ‘Denk aan ons’. “Een aandenken aan ‘de dames van de laarzen’, mijn vroegere vrouwelijke collega’s bij Caphri/Nutrim. O jee, hoe moet ik dat gaan uitleggen?” “Hij zag het graag”, lacht Ligtenberg.
“Ik vind het wel gezellig om met iemand de kamer te delen. Het is niks voor mij om alleen te zitten”, vindt Ligtenberg. Inderdaad, vindt ook haar collega. Sinds kort delen ze de kamer één dag per week met nog een derde collega, die is vandaag afwezig. Het enige wat ze missen is een beetje zon. Ligtenberg: “Aan deze kant hebben we geen direct zonlicht. In mijn oude kamer zat ik op de hoek en had ik volop zon en uitzicht op Cadier en Keer, dat valt hier een beetje tegen. ‘T is dat we hier daglicht hebben.” Huizinga: “Dat we ramen hebben.” Ligtenberg weer: “Och, we hebben toch geen tijd om naar buiten te kijken. Ik zou je nu niet kunnen zeggen of het regent buiten.” Huizinga: “Regent het?”
Sluit venster
Verzend
specials  |   paarltjes  |   rss  |   UM agenda  |   contact  |   adverteren
 
New