Elk najaar krijgen leden van openbare bibliotheken gratis een boek in het kader van de actie Nederland Leest. In de boekhandel is bovendien voor tien euro een mooi ingebonden uitgave beschikbaar met daarin als extra een biografische schets van de auteur. Dit jaar viel de keuze op De grote zaal van Jacoba van Velde, voor het eerst verschenen in 1953. Een oude vrouw wordt wakker in een bed in een tehuis voor hulpbehoevende oude dames. Ze weet dat zelf nog niet. Ze komt bij bewustzijn na een ernstige beroerte. Tachtig pagina’s lang vertellen de vrouw en haar dochter afwisselend hoe het verder gaat en wat zij daarbij gewaarworden. Aan het eind weet de vrouw in grote angst weer niet waar ze is. Op de grote zaal zit de dochter in deze onrust bij de moeder, tot haar gezicht “vreemd en star” werd. Het is een verpletterend goed boek, zonder zijpaden in te slaan, en sober van stijl. In zijn tijd werd het zeer goed ontvangen, veel verkocht en, bijzonder in die jaren, zeer succesvol vertaald. Jacoba van Velde heeft daarna nauwelijks nog nieuw werk gepubliceerd. Bovendien was ze uitzonderlijk mensen- en publiciteitsschuw. In de jaren tachtig overleed zij. Op ‘de grote zaal’ van verzorgingshuis Vreugdehof. Overeenkomstig de dood van de oude vrouw uit haar boek. Een persoon die naar haar moeder was getekend.
Valt er over Jacoba van Velde meer te zeggen? Haar aandeel in onze culturele geschiedenis is veel groter dan die ene, kennelijk nu al vergeten bestseller. In 1920 vertrok de zeventienjarige Jacoba vanuit de Schilderswijk in Den Haag naar Parijs om danslessen te gaan nemen. Haar danscarrière was in de jaren dertig voorbij. In Parijs waren ondertussen ook haar twee broers, de schilders Bram en Geer van Velde, komen wonen en werken. Twee armoedzaaiers die, ieder op eigen wijze, compromisloos op zoek waren naar die ene bevredigende manier om zich uit te drukken. In het Parijs van jonge, nauwelijks bekende kunstenaars raken zij, en ook Jacoba, bevriend met Samuel Beckett. Rond 1938 is hij nog ver verwijderd van het succes van zijn toneelstuk Wachten op Godot. Dat zijn opmars – net als De grote zaal - in 1953 begint als het uiteindelijke meesterwerk van het modernisme. Wordt vervolgd.