Wie maakt zijn wetenschappelijk onderzoek het beste toegankelijk voor een groot publiek? Daar draait de Academische Jaarprijs om, in 2005 in het leven geroepen door NRC Handelsblad en de onderzoeksorganisaties NWO en KNAW. Dit jaar stuurden dertien teams van universiteiten en universitair medische centra een project in. Drie teams, twee Leidse en een Maastrichts, haalden de finale.
Het winnen van de publieksprijs – het grote publiek kon via een poll op internet tot een uur voor de finale zijn stem uitbrengen - is “echt fantastisch”, zegt onderzoeker Job van den Hurk. Hij bedacht samen met zijn collega-neurowetenschappers Michelle Moerel en Tom de Graaf het prijswinnende project Brein in Beeld. Dit wil laten zien wat er in de hersenen gebeurt als iemand bijvoorbeeld met een arm beweegt, koffie ruikt of muziek hoort. In februari 2012 zal een halve uitzending van het VPRO-wetenschapsprogramma Labyrint aan het Maastrichtse neurowetenschappelijk onderzoek worden besteed.
Was de hoofdprijs van een ton, uitgereikt door de directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau en juryvoorzitter Paul Schnabel, niet naar Leiden maar naar Maastricht gegaan, dan had het breinteam (bestaande uit vier studenten, vier jonge onderzoekers en prof. Rainer Goebel) een app (augmented reality) gemaakt. En wel een die precies aangeeft welk hersengebied actief is als de persoon waarop de camera van de smartphone of tablet-pc gericht is, een alledaagse taak uitvoert. Van den Hurk: “We bekijken nu of we niet toch nog iets kunnen maken.” Al zullen de meeste uren de komende tijd opgaan aan het promotieonderzoek. “We hebben er nu weer tijd voor. Wij gaan alle drie (de teamcaptains Van den Hurk, Moerel en De Graaf, red.) over een jaar promoveren.”