In juni 2008 had ik drie toetsen in twee weken. Bij de eerste toets stapte ik in de verkeerde bus waardoor ik bijna te laat kwam. Bij de tweede had ik de verkeerde wettenbundel in mijn tas gedaan. Tot overmaat van ramp werd vóór de derde toets mijn fiets gestolen. Pas toen merkte ik hoe afhankelijk je bent van een fiets. Om in de stad te komen moest ik iedere keer de bus nemen. Om boodschappen te doen moest ik 15 minuten lopen. Aan het einde van een feestje moest ik naar huis gebracht worden.
Gelukkig vertelden mijn vrienden mij al snel over de ‘man op de Bloemenweg’. Drie dagen later en 15 euro armer had ik een nieuwe, lelijke, fiets. Maar hij fietste en op dat moment was dat echt alles wat ik nodig had.
Uit frustratie dat mijn oude gestolen was heb ik toen mijn nieuwe fietsje goud gespoten. Een gouden fiets wil namelijk geen enkele dief stelen want die kan hij dan niet verder verkopen. Op de spuitbus stond vermeld dat het oppervlak eerst geschuurd dient te worden. Maar als luie student vond ik dat te veel werk, met als gevolg dat mijn ‘gouden’ fiets nu meer neigt naar groen dan goud.
Een paar maanden geleden heb ik daar nog een roze met blauwe toeter bij gekocht. Mijn fiets heeft namelijk een jaar lang geen bel gehad en ik voelde me steeds dommer als ik weer eens ‘toet toet’ riep wanneer ik iemand wilde inhalen. Als ik nu toeter schrikken de mensen voor mij zich eerst rot, om vervolgens achterom te kijken, te lachen en daarna netjes aan de kant te gaan.
Maar met mijn fiets is veel mis. Eens in de twee maanden prikt een van de loshangende spaken in de binnenband waardoor er een nieuwe binnenband in moet. De remkabels zijn al een keer vervangen en de standaard functioneert niet meer. Ik heb mezelf beloofd dat als mijn fiets nog één keer kapot gaat, ik hem niet meer zal laten maken.
En nu is het dan echt zo ver. Mijn trouwe gouden vriend, mijn studentenbakkie, heeft de strijd tegen het roest opgegeven. Officieel kapot. Ik zal dus een nieuwe moeten kopen. Maar die roze met blauwe toeter gaat mee.