02 februari 2012
filmpjes
achtergrond
“Bij misbruik in kelders, met clowns, gaan bij mij alarmbellen af”
26-1-2012 - 

Hoe betrouwbaar waren de meldingen die de commissie Deetman ontving? Welke interessante leads zijn niet uitgezocht? Een gesprek met commissielid Harald Merckelbach, rechtspsycholoog. “Wat opviel was dat seksueel misbruik vaak vergezeld ging met lichamelijk geweld.”

“Ik heb nooit papers geschreven voor Seif Gaddafi"
26-1-2012 - 

Philipp Dorstewitz, sinds 2007 docent aan de Universiteit Maastricht, was twee jaar lang de persoonlijke mentor van Seif al-Islam Gaddafi, zoon en gedoodverfde opvolger van de voormalig leider van Libië. Seif Gaddafi studeerde filosofie aan de London School of Economics. Dorstewitz was er destijds promovendus. The Daily Telegraph kwam vorige maand met een artikel waarin Dorstewitz’ naam opdook. Hij zou goed betaald zijn voor de hulp en zelfs essays hebben geschreven voor de Libiër.

Seif Gaddafi en zijn tijd aan de London School of Economics
26-1-2012 - 

Het balletje begon in maart vorig jaar te rollen: de London School of Economics and Political Science (LSE) raakte in opspraak vanwege innige banden met het Libische regime. De belangrijkste spil is Seif al-Islam Gaddafi (1972). Hij studeerde er filosofie en kreeg in 2008 zijn doctorstitel.

Herman Kingma, evenwichtskunstenaar en Realpolitiker
2-2-2012 - 

De oude en tegelijkertijd nieuwe voorzitter van de universiteitsraad, prof. Herman Kingma, is vooral iemand van de resultaten. “Als je moet kiezen tussen zichtbaarheid voor de kiezers en effectief optreden, kies ik voor het laatste.”

 

iStockphoto

“Eigen b’drijf, plek onder de zôhon”

5-11-2009 - 

Studentondernemers hebben het er maar druk mee. Met een theaterschooltje, een website met afrokappers, een sportbedrijfje. Zonder passie en doorzettingsvermogen redden ze het niet, maar de minister stimuleert ze.

Hoe, wat, waar en waarom niet

Een bedrijf begint met een goed idee. Dat kan van alles zijn als het maar origineel is, want anders is er geheid geen markt voor. Veel studenten zoeken het dicht bij huis: problemen met het vinden van een goede afrokapper, een middel tegen de geur van knoflook, een cv op video, of gewoon je eigen studie en kwaliteiten vertalen in een bedrijf – zie de theaterschool van de dansacademiestudent Myléne Tijssen.

Heb je een bedrijfsruimte nodig, dan is het handig om te zien of de hogeschool of universiteit faciliteiten biedt. De juridische bedrijfsvorm hangt af van een aantal factoren. Een eenpitter begint een eenmansbedrijf, ben je met twee of meer dan wordt het vaak een vennootschap onder firma (VOF), wie meer kapitaal nodig heeft (en aandeelhouders) richt een BV op.

Het gebeurt zelden dat het bedrijf al snel zo veel winst maakt dat de bijverdiengrens van de IB-groep (circa 13 duizend euro per jaar) wordt overschreden. Maar zelfs dan is er iets op te vinden, zegt Martin Haring, coördinator van de minor ondernemerschap aan de Hogeschool van Amsterdam: “Zo’n naheffing van de belastingdienst, daar kun je altijd wel omheen. Bij ons heeft een fiscalist een goede regeling bedacht.”

Verder is het ondernemerschap vooral wennen en geduld hebben: “Verwacht niet dat het binnen een jaar lukt. Alles duurt twee keer langer dan je denkt”, zegt de een. Ook erg is het eeuwige tijdgebrek, zegt de ander: “Vaak tot laat bezig zijn, dus weinig tijd voor vrienden of vriendin.”

Hogeschool = meer, universiteit = beter?

Twee jaar bestaat de Studentenondernemersprijs nu, in het leven geroepen door ImpressiveGreenApple, een wervings- en selectiebureau onder leiding van eigenaar/directeur Pia van Boven dat ‘topstudenten’ zoekt voor het bedrijfsleven. De winnaar krijgt vijfduizend euro en gratis bedrijfsadvies van KPMG. Niet verkeerd voor starters, zoiets, en het animo is dan ook groot.

Onder de deelnemers waren de hbo’ers ook dit jaar weer in de meerderheid, 55 procent tegen 45 procent universitaire studenten. De eerste selectie leverde 25 serieuze kandidaten op, en daar lag de verhouding al dramatisch anders: 77 procent wo-studenten. Bij de vijf finalisten zat vervolgens geen enkele hbo’er meer.

Hoe komt dat? Tja, Van Boven kan alleen maar constateren dat “de combinatie van wetenschappelijk onderwijs met een ondernemende doe-mentaliteit kennelijk tot sterke ondernemers leidt. En gemiddeld presenteren de academische studenten hun bedrijf beter.” Bas Allart van UtrechtInc: “Hun ideeën zijn meestal innovatiever, ze zoeken ook meer hulp van anderen, terwijl de hbo’ers meer commercieel denken: niet lullen maar poetsen.”

Maastrichts bedrijf maakt video-CV’s

Solliciteren. Iedere student moet eraan geloven. Wat dat betreft heeft het Maastrichtse bedrijf CVive het goed gezien. Ze helpen namelijk met het maken van een video CV. Guillaume Ramos, een van de zes oprichters: “Mede door de financiële crisis denken studenten dat ze het moeilijker zullen krijgen op de arbeidsmarkt, zo blijkt uit ons marktonderzoek. Ze menen dat het lastiger wordt om een baan op hun niveau te vinden.” Tijd om de concurrent een stapje voor te zijn. Een video-CV is dé oplossing, vinden de jonge ondernemers.

Het internationale gezelschap van twee Nederlanders, twee Duitsers, een Litouwse en een Curaçaoënaar ontmoette elkaar afgelopen februari bij de master Entrepreneurship. Na wat voorbereidingen richtte het zestal enkele maanden later het bedrijf op. Dat laatste is overigens ook de bedoeling van de master. Studenten krijgen hierin ondersteuning van mentoren, onder meer in het schrijven van een businessplan.

Ramos: “Het concept om een video van jezelf op te sturen, samen met je sollicitatiebrief en papieren CV, is niet helemaal nieuw. Het is vrij populair in de Verenigde Staten, maar in Europa wordt het nu pas een trend.” Door het bekijken van de video krijgt een werkgever snel een indruk van een persoon, van zijn uitstraling, van zijn manier van praten.

Op de site van CVive staat de opname van Alexander Hof. Voor een stilstaande camera vertelt hij in het Engels over zijn opleiding en zijn kwaliteiten. Hof heeft deze video-CV gebruikt voor een sollicitatie bij Delta Lloyd, weet Ramos. En met succes, hij is aangenomen. “We hebben tot nu toe zo’n tien video’s gemaakt. Studenten betalen 185 euro voor een dynamische video, dus met een rondvliegende camera die in- en uitzoomt, en 150 euro voor een statische opname. Ook geven we vooraf tips en adviezen. Tijdens de shoot, die zo’n drie kwartier duurt, zijn er twee van ons aanwezig om te coachen. We letten op de inhoud, de lichaamstaal, of iemand niet te snel of te langzaam praat, we stellen ze op hun gemak.” Een professioneel bedrijf neemt op en zet de film in elkaar.

CVive werkt vanaf het begin samen met stichting Jong Ondernemen, een organisatie die jonge mensen stimuleert en begeleidt in ondernemen. “We zijn nu bezig om er een officieel bedrijf van te maken. In de toekomst hopen we dan ook op een boost van klanten en winst.” Wendy Degens

 

 

 

Je hebt kroeshaar en je zoekt een goede kapper die weet hoe hij daar mee om moet gaan. Dat kan een probleem zijn, ondervond de van oorsprong Surinaamse tweeling Megisa en Aïsha Esseboom (22), toen hun ouders jaren geleden van Amsterdam naar Almere verhuisden. Of je hebt eindelijk een kapper gevonden maar dan is die weer zo verdomde duur. “Als je het steil laat maken moet het elke vijf, zes weken opnieuw, en dat kost je dan vijftig of zestig euro”, zegt Megisa.

Dat moet anders kunnen, dachten deze hogeschoolstudenten commerciële economie en communicatie. Samen besloten ze de minor ondernemerschap van de Hogeschool van Amsterdam te gaan volgen. Het resulteerde in de oprichting van myblackhair.nl, een site met nieuwtjes, tips over producten, een ledenkaart die korting geeft bij kappers en cosmeticashops, een database met black hair-kappers. Helaas, echt naar tevredenheid loopt het nog niet. “Pas vijftig membershipkaarten verkocht sinds begin mei, terwijl we in ons businessplan mikten op 1500 per jaar. Daar zullen we onze inkomsten straks vooral uit moeten halen, en uit de reclame op de site. We gaan onszelf nu promoten op een zwarte comedynacht en straks op het Black Magic Woman-festival.” Maar ja, heel veel tijd hebben ze niet, Aïsha moet afstuderen en Megisa volgt in het kader van haar studie een stage bij een marketingbureau. Ze doen het bedrijfje er voorlopig bij.

Bij het ministerie van Onderwijs staan ze vast en zeker te applaudisseren voor deze tweeling en al hun collega’s. De overheid stimuleert het ondernemerschap onder studenten. Er zijn subsidies voor zes centers for entrepreneurship, en van hogescholen en universiteiten wordt verwacht dat ze hun studenten aanmoedigen. Alleen blijft dat vaak nog steken in veel mooie voornemens op heel geduldig papier, zo constateerde staatssecretaris Van Bijsterveldt in juli mismoedig. In regerings-Haags: het is “een ontluikend thema”. Maar er zijn instellingen waar ze wel de handen uit de mouwen steken, en daarbij lopen de hogescholen voorop. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een overzichtje van de stichting Jong Ondernemen, opgericht door grote werkgeversorganisaties met steun van de overheid. Onder begeleiding van gevestigde ondernemers kunnen studenten een jaar lang een echt bedrijf runnen, dat naderhand weer wordt geliquideerd. Waar in het hbo in het afgelopen studiejaar 498 van dit soort programma’s draaiden, waren dat er in het wetenschappelijk onderwijs maar 16. Een beetje lullig is het dan wel dat in een landelijke competitie voor de ‘beste studentondernemer’ het toch weer de universitaire studenten zijn die de meest innovatieve ideeën hebben en met de prijzen weglopen (zie kader hogeschool-universiteit).

Een echte prijs is het niet, maar voorlopig hebben twee bewegingswetenschappers van de Vrije Universiteit, Arend Jan Kranenburg (26) en Remco Nieuwenhuis (27), het binnenshuis, bij de VU dus, al geschopt tot ‘ondernemers van de zomer’. Nieuwenhuis is afgestudeerd, Kranenburg is met de laatste loodjes bezig. Het bedrijf heet SportProof, en het idee ervoor werd geboren tijdens hun bachelorstudie in Groningen. Kranenburg: “Daar werden verschillende kwaliteiten van sporters gemeten, en wij dachten: zoiets is interessant voor clubs, daar moet een markt voor zijn.”

Na een stage bij Ajax was het in 2007 zover. De focus ligt op voetbalclubs in de eerste divisie, waar SportProof technieken als real-time hartslagmeters en laserpoortjes inzet om spelers te testen op sprongkracht, uithoudingsvermogen, sprintsnelheid, wendbaarheid. Voor clubtrainers levert het mooi materiaal op om de zwakke punten van hun voetballers gericht aan te pakken. Bovendien kan het bedrijf straks een landelijke database leveren die laat zien hoe het er gemiddeld voorstaat met de atletische vermogens in de competitie.

Anders dan de studenten die minors of andere cursussen ondernemerschap volgen, hebben de mannen van SportProof alles op eigen kracht gedaan. Dat kan dus ook, zij het dat connecties in het bedrijfsleven “wel hebben meegedacht. En een vriend van mij heeft geholpen bij het businessplan”, vertelt Kranenburg.

Dat verhaal horen we vaker: het is handig om connecties te hebben die je een beetje wegwijs kunnen maken in ondernemersland. Het geldt zelfs voor studenten die steun vanuit hun opleiding krijgen. Zoals Myléne Nijssen (22), nu in het laatste jaar van de Fontys Dansacademie. Ze volgde een minor ondernemerschap omdat ze een bedrijf (“iets met kunst en theater”) wilde opzetten. Half september begon ze officieel met MyDreams Entertainment, deels een theaterschool waar ze lesgeeft in onder meer dans en zang. Daarnaast organiseert ze dans- en musicalkampen voor jongeren van 8 tot 23 jaar. “Algemene juridische en financiële kennis haal ik bij de opleiding, en ik lees er boeken over, maar voor specifieke vragen ga ik naar mijn broer, die doet bedrijfseconomie, of naar mensen met een eigen bedrijf die ik ken.”

Sparren is belangrijk voor beginnende ondernemers, zegt Bas Allart, managing director van UtrechtInc, een initiatief dat is opgezet door hogeschool, universiteit, bedrijfsleven en lokale overheden in het Utrechtse. Het doel: jonge innovatieve starters op weg helpen. Allart: “Wij geloven niet dat eenpitters succesvolle groeibedrijven zullen opzetten. Een eenpitter met een middelmatig idee komt daarom bij ons niet eens door de selectie. Heeft iemand een team om zich heen, dan kan je daarmee het idee verbeteren, zo werkt dat vaak.”

Ze zijn streng bij UtrechtInc, maar vooral voor de fulltime bedrijfjes. Studenten die het als bijbaantje opvatten kunnen er sinds kort ook terecht. Voor een schijntje van honderd euro per maand krijgen ze ruimte in een kantoortuin op de Uithof en adviezen als ze die nodig hebben. Dat het nu crisis is merkt Allart trouwens wel: “Er komen meer mensen op af. Maar als je alleen maar ondernemer wordt omdat je geen baan kunt krijgen, tja, dat is dan toch vooral een negatieve drijfveer. Dan red je het niet. Je moet er wel passie voor hebben.”

 

Sluit venster
Verzend
specials  |   paarltjes  |   rss  |   UM agenda  |   contact  |   adverteren