Geneeskundedecaan Martin Paul, destijds onderzoeker, zat in Boston toen zeventigduizend bewoners van Leipzig zich op het plein van de Nicolaikirche verzamelden en scandeerden: “Wir sind das Volk.” Oktober 1989. De demonstraties sloegen over naar Dresden, Maagdenburg en Berlijn, en zetten de gebeurtenissen in gang die leidden tot de val van de Muur. Paul was tien jaar eerder naar de Verenigde Staten vertrokken om daar de artsenopleiding te volgen. Weg uit Duitsland betekende: geen militaire dienstplicht in de Bundeswehr.
Het was tijdens een kerstborrel, twee maanden na de Mauerfall, toen een collega, net teruggekeerd uit Duitsland, hem een stuk Berlijnse Muur cadeau deed. “Hij verwachtte dat ik emotioneel zou worden, maar ik reageerde heel nuchter. Ik was niet zo diep geraakt door de hereniging zelf maar vooral verheugd dat er een einde was gekomen aan de dictatuur in het oosten, dat mensen vrijuit konden reizen en hun familieleden konden bezoeken. Mijn moeder had ook familie in de DDR. Als kind hielp ik haar bij het vullen van dozen met sinaasappels en koffie, weet ik nog. Die stuurden we met kerst naar het oosten. In 1989 leefden deze verwanten niet meer.”
Hildegard Schneider, hoogleraar Europees migratierecht, toen docent Europees recht, zat thuis met haar zoontje van één jaar oud. Haar man René de Groot – eveneens verbonden aan de Maastrichtse rechtenfaculteit – verbleef op de bewuste negende november in een hotel in Parijs, waar een congres plaatsvond over studentenuitwisseling in West-Europa. Schneider: “Hij vertelde me dat op zeker moment de eigenaar van het hotel binnenliep en voorstelde om ook met Oost-Europese universiteiten studenten uit te wisselen. Wat wil die man, vroeg iedereen zich af. Totdat hij zei: ‘Mensen, de Muur is gevallen. Mag ik u uitnodigen in onze tv-kamer.’ De Duitse collega van René viel bijna van zijn stoel. Ik wilde naar Berlijn en heb meteen onze vrienden daar gebeld maar niemand was thuis. En alle hotels zaten vol. Ik heb nog steeds spijt dat ik er toen niet bij was.”
Vier weken daarvoor nam Schneider deel aan Die Deutsch-Niederländischen Juristen Konferenz in Koblenz. “Een Nederlander in de zaal stond op en vroeg aan de bekende staatsrechtgeleerde Klaus Stern, een arrogante man, of hij zich kon voorstellen dat de Muur zou vallen en de DDR als Bundesland zou toetreden tot de Duitse Bondsrepubliek. Volkomen ondenkbaar, zei hij. Tot op het laatste moment had niemand erop gerekend. Wel dat geleidelijk de liberalisering zijn intrede zou doen in de DDR, niet een abrupte val.”
Schuldgevoel
Paul maar ook Schneider was toentertijd over de hereniging niet lyrisch, in de dweperige zin van het woord. De geneeskundedecaan verwijst naar zijn geboortestreek, het Saarland, een gebied dat tot diep in de jaren vijftig nog Frans grondgebied was. De jurist vertelt dat haar wieg stond in Baden Württemberg, dat nog zuidelijker ligt, tegen Zwitserland aan. “Ik had bij wijze van spreken meer affiniteit met Parijs en Zürich dan met Berlijn, dat ik associeerde met Pruisen, met machtsvertoon, oorlog, geweld. Daarom was ik er, net als de Nederlandse regering, voor om Bonn als hoofdstad te handhaven. Met Berlijn hield je toch weer je hart vast wanneer het zo groot werd.”
Voor beiden had de hereniging zelfs niet gehoeven; ze hadden destijds vrede gehad met de vorming van twee landen die op goede voet met elkaar zouden staan. Schneider: “Ik weet niet of een autonome status economisch en politiek haalbaar was voor de DDR, omdat vermoedelijk nog veel meer mensen naar het Westen zouden zijn vertrokken, maar ik had dat wel gezonder gevonden. Het voelde toch als een vreemd land, en in zeker opzicht is het dat nog steeds. Ik zat twee weken geleden in de trein naar Dresden. Dat we in Fulda zouden stoppen wist ik nog, maar wat volgde dan? Jena, Gera, Erfurt? In Italië kan ik de tussenstops zo opnoemen.”
Paul gaat ervan uit dat het twee generaties duurt voordat beide landen volledig naar elkaar toe zijn gegroeid. “Nu denken we nog steeds in termen van ossi’s en wessi’s. We zijn halfweg, zou ik zeggen. Voor sommigen is dat misschien een teleurstelling, maar goed, zoiets kost nu eenmaal tijd. Over de WO II hebben we ook veertig jaar gedaan.”
Wereldkampioenschap
Paul streek in 1993 in Berlijn neer voor een leidinggevende functie in het Max Delbrück Centrum für Molekulare Medizin. De Muur was weg en tegelijk nog alomtegenwoordig, zegt hij, in de hoofden van mensen. “Ik pas me overal aan, maar mijn Amerikaanse vrouw voelde zich destijds niet thuis in het oostelijk deel van Berlijn, waar ze werkte. Ze voelde zich een gastarbeider, zoals vroeger een Marokkaan in Nederland. Het cultuurverschil was opvallend groot. Ik heb dat later ook ervaren toen ik als hoogleraar werkte in het oostelijk deel. Het was niet altijd makkelijk om een open discussie te voeren, collega’s waren vriendelijk maar ook zeer afwachtend. Ook het salaris was een issue. Mijn collega uit het oosten, die hetzelfde werk deed, verdiende 20 procent minder dan ik. Dat gaf scheve ogen. Nu is dat niet meer zo.”
De hereniging was een betekenisvol moment in een beladen geschiedenis, zegt Paul. “Laten we niet vergeten dat de separatie het gevolg was van de Duitse agressie in de Tweede Wereldoorlog. Ik ben van de generatie die kort daarna opgroeide. Het studentenprotest van ’68 stond nog geheel in het teken van die oorlog. Vanwege hun dubieuze optreden was het hoogleraren verboden om een toga te dragen omdat ‘daaronder de muffe lucht van duizend jaar hing’, een studentenslogan die verwees naar het duizendjarige rijk. De val van de Muur markeerde het einde van de emotionele verwerking, als het sluitstuk van het democratiseringsproces, als een nieuw begin. Het land was veertig jaar lang in een dialoog met zijn geschiedenis verwikkeld en begon weer te leven, het schuldgevoel viel van de schouders.”
De historische gevoeligheid blijkt niet in de laatste plaats uit de keuze voor 3 oktober als Tag der Deutschen Einheit. “De negende november was geen optie omdat op diezelfde dag in 1938 de Reichskristallnacht plaatsvond.” Honderden joden zijn toen vermoord nadat ze uit hun winkels werden gejaagd en synagogen in brand waren gestoken. “Deze dag staat in Duitsland bekend als der Schicksalstag, omdat er nog veel meer is gebeurd op die dag, waaronder de verkondiging van de Novemberrevolutie in 1918 en de Hitler-Ludendorff-putsch in 1923.”
De hereniging had misschien indertijd niet gehoeven, maar nu zijn Paul en Schneider tevreden over het resultaat. Schneider: “Ik vond het wereldkampioenschap voetbal, zoals dat in 2006 in Duitsland werd gehouden, het eerste evenement dat werd gevoeld als een gemeenschappelijk iets. Ik heb toen door het land gereisd en bespeurde overal een groot enthousiasme.”
Wel of niet verraden door familieleden?
Het is 9 november maar Katharina Zügel (23), derdejaars UCM, denkt niet dat ze naar de festiviteiten op tv kijkt. Het zou anders zijn als ze bij haar ouders in (het voormalig westelijk deel van) Berlijn zou zijn. Het is de stad waar ze opgroeide, die ze als tiener zag veranderen. “Het lijkt nu soms alsof het altijd zo is geweest, maar ik weet nog dat er geen Hauptbahnhof en geen holocaustmonument was.”
De familie van haar moeder komt uit het oosten. Opa en oma zijn in 1957, net vóór de oprichting van de Muur, naar het westen gevlucht met de kinderen. Toen al kon je niet meer zomaar de grens over, zegt Zügel. “Ik prijs mezelf gelukkig als ik de verhalen hoor van oma. Ze vertrouwde haar eigen familieleden niet. Ze heeft altijd geweigerd om de Stasi-rapporten in te zien die later toegankelijk kwamen. Uit zelfbescherming. Ze is bang om te ontdekken dat een familielid haar na haar vertrek heeft verraden.”
Zügel is meerdere malen in het oosten geweest, maar ze maakt meteen een onderscheid tussen Oost-Berlijn, waar elke student zich thuisvoelt, en het achterland. “Toch zou ik graag in een stad als Dresden willen wonen. Ik was daar ook gaan studeren, als ik niet was uitgeloot. In een dorp zou ik niet willen zitten, maar dat geldt ook voor het westen.”
De grappen en vooroordelen – over klederdracht, het dialect, de betonnen flats en eigennamen als Mandy, Sandy en Cindy - circuleren nog steeds. Ze vertelt een grap over de zon die ’s ochtends opkomt en zegt: “Goedemorgen, Herr Honecker”. In de middag heet het: “Goedemiddag Herr Honecker.” En ’s avonds: “Dag Herr Honecker, ik ben naar het westen.”