De Calatrava-campus is gecrasht ondanks een ‘ultieme reddingspoging’ van de universiteit om het hele complex te gaan huren van woningstichting Servatius. Het project toont de strijd om de identiteit van Maastricht. Oud-burgemeester Houben zei mij eens: “Maastricht is een stad en een dorp. Door het specifieke karakter van het dorp kan de aantrekkelijkheid van de stad alleen maar vergroot worden. Dat moet je koesteren en versterken. Een stad van de wereld hoeven we niet te worden, een ‘wereldstad’ daarentegen mag wel.”
Het lijkt erop dat een van oorsprong ‘dorpse’ corporatie een te mondiale broek heeft aangetrokken, daarbij aangemoedigd door een kosmopolitische universiteit en een gemeente die twijfelt om het dorpse karakter op te geven en een wereldstad te worden. Het gemeentebestuur stelde zich in het coalitieakkoord van 2006 de realisatie van campusprojecten in Randwyck (sport- en huisvestingsvoorzieningen) ten doel. Met de gemeenteraadsverkiezingen in aantocht, is het de vraag of de politiek nu bereid is haar nek uit te steken voor een versoberde campus.
Het universiteitsbestuur sprak bij de bouwstart in 2008 haar erkentelijkheid uit voor het doorzettingsvermogen van Servatius om de voorbereidingen te voltooien. In 2001 omarmde de UM enthousiast het bewonderenswaardige ontwerp van Calatrava. Tegelijkertijd hebben gemeente noch universiteit zich voldoende rekenschap te geven van de financiële haalbaarheid van het megalomane project. Wanneer de voorbereidingen onvoldoende blijken, laat men het als een baksteen vallen en begint het zwartepieten.
Feit is dat de studenten met de brokken zitten: geen guesthouses, geen sporthal, geen toetshal. De gehoopte groei richting 20.000 studenten staat hierdoor op losse schroeven. Het is aan de universiteit om nieuwe piketpalen te slaan: weer opkrabbelen en de handen uit de mouwen steken. Voor nieuwe toetslocaties moet in ieder geval snel een oplossing gevonden worden. Daar zullen wij ons vanuit de universiteitsraad sterk voor maken.