2
09 september 2010
filmpjes
weblogs

 

Pieternel Fleskens

Pieternel Fleskens

Pieternel Fleskens is 26 jaar en sinds augustus 2008 werkzaam voor de Universiteit Maastricht. Zij is junior onderzoeker, geeft onderwijs en werkt voor de Universitaire Beeldende Kunst- en Erfgoedcommissie. Naast medewerker is Pieternel ook alumna. Nadat zij haar bachelor Algemene cultuurwetenschappen behaalde aan de Radboud Universiteit Nijmegen verhuisde ze naar Maastricht om aan onze universiteit de master ‘Cultuurbeleid, behoud- en beheer’ te volgen.

weblog

Ik ben onderweg naar een vriendin als een klein meisje en haar moeder tegenover mij plaatsnemen in de trein. Het is een schattig meisje van een jaar of drie en ze vindt mij duidelijk erg interessant. Ik probeer me te concentreren op het lezen van een boek, maar het meisje bestudeert mij ongegeneerd met open mond. Op dat soort momenten word ik altijd een beetje zenuwachtig van kinderen. Ze kunnen zo maar een hele directe, eerlijke, pijnlijke opmerking maken. Misschien meldt het kind dadelijk ongevraagd dat ik zo’n grote neus heb of dat ik rare kleren aan heb. En daar moet ik dan vervolgens natuurlijk ook nog verplicht heel hard om lachen, ondanks het feit dat ik nog de rest van de dag in die rare outfit en een heel leven lang met die grote neus moet zien door te komen. Het meisje tegenover mij zegt echter niets. Ze schuifelt wel steeds heen en weer en tilt heel ongemakkelijk haar been met haar handjes op. Ik hou haar, vanachter mijn boek, onopvallend in de gaten en ineens zie ik waar ze mee bezig is. Het meisje probeert op dezelfde manier te gaan zitten als dat ik zit: het ene been over het andere been geslagen. Voor het kindje is dat echter niet zo makkelijk, want zij heeft nog zoveel babyvet dat het linkerbeentje onmogelijk over het rechterbeentje kan. Ze moet het stevige bovenbeentje, dat gehuld is in een enigszins viezig wit maillootje, met beide handjes vasthouden. Ik glimlach naar haar, maar het meisje blijft vol verbazing naar mijn benen kijken. Ik probeer mezelf door de ogen van het meisje te zien: een heel lang persoon met slungelige asperge-vormige benen die in de knoop lijken te zitten. Vanaf dat moment ben ik als de dood dat het kind er een confronterende opmerking over maakt en ik ben dan ook opgelucht als ik een uurtje later de trein en de ogen van het meisje kan ontvluchten. De vriendin met wie ik afgesproken heb, staat me al op te wachten bij het station en onmiddellijk vertel ik haar het verhaal over het kritische kind in de trein dat een uur lang geobsedeerd was door mijn vreemde uiterlijk. “Misschien vond ze je gewoon mooi.” Zegt mijn vriendin. En hoewel ik hier eerst hard tegenin wil gaan, komt er ineens een herinnering in mij op die haar stelling wat realistischer maakt. Toen ik klein was, had ik namelijk een zestienjarig meisje als oppas. Hoewel ze er, achteraf gezien, niet echt uitzag als een topmodel, was ik als klein meisje bijzonder van haar onder de indruk: de oppas was beeldschoon en mijn grote voorbeeld. Met name haar mond, ze had een vrij indrukwekkende centenbak, vond ik prachtig. Omdat het mijn grote droom was dat ik er later net zo mooi uit zou zien, deed ik er alles aan om ook een ‘centenbakmond’ te krijgen. Als ik in bed lag, schoof ik mijn onderkaak naar voren en trok ik aan mijn onderlip in de hoop dat mijn mond zo zou blijven staan als ik wakker werd. Terwijl ik dit aan mijn vriendin vertel, komen er bij haar ook soortgelijke herinneringen boven. “Pie, ik had vroeger ook zoiets. Mijn juffrouw op de kleuterschool had zo’n smalle bovenlip dat je haar tandvlees zag en dat vond ik zo mooi!" Om een liploze mond vol tandvlees te ontwikkelen, probeerde mijn vriendin haar bovenlip altijd naar binnen te vouwen. Iedere middag als ze uit school kwam, rende ze naar de spiegel en leerde ze zichzelf allemaal techniekjes aan zodat haar tandvlees zo lang mogelijk zichtbaar kon zijn. Geen bovenlip, veel tandvlees en een centenbak: dat was ons ideaalbeeld. En terwijl ik me dat realiseer, denk ik ineens terug aan het meisje in de trein. Misschien keek zij net zo naar mij als ik naar de oppas. Stel je voor dat zij nu in bed aan haar neus ligt te trekken in de hoop dat deze net zo groot wordt als de mijne. En wie weet oefent ze vanaf deze treindag elke avond op haar bedrand nét zo lang tot ze haar mollige witte wollen beentjes als twee slungelige asperges in een ingewikkelde knoop kan leggen.

 

Reacties

Generic Viagra
donderdag 12 augustus 2010 9:08
I would like to appreciate the great work done by You

Generic Viagra | Cheap Generic Viagra | Generic Cialis |
Generic propecia | Generic Viagra

Reageer

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

Website

Enter the code shown above:

specials  |   paarltjes  |   rss  |   UM agenda  |   contact  |   adverteren