24 juni 2010
filmpjes
weblogs

 

Pieternel Fleskens

Pieternel Fleskens

Pieternel Fleskens is 26 jaar en sinds augustus 2008 werkzaam voor de Universiteit Maastricht. Zij is junior onderzoeker, geeft onderwijs en werkt voor de Universitaire Beeldende Kunst- en Erfgoedcommissie. Naast medewerker is Pieternel ook alumna. Nadat zij haar bachelor Algemene cultuurwetenschappen behaalde aan de Radboud Universiteit Nijmegen verhuisde ze naar Maastricht om aan onze universiteit de master ‘Cultuurbeleid, behoud- en beheer’ te volgen.

weblog

Natuurlijk is het belangrijk dat studenten feedback kunnen geven op het onderwijs. Het komt een cursus uiteraard altijd ten goede als zoveel mogelijk mensen hun mening geven. Daarom krijgen alle studenten de mogelijkheid om na afloop van een blok een evaluatieformulier in te vullen. Het eerste gedeelte van dit formulier bestaat uit algemene vragen over het niveau, de tijdsdruk, het functioneren van PGO, enzovoorts. Vervolgens komen er enkele vragen over de tutor. Heeft hij of zij bijgedragen aan het begrijpelijk maken van de stof? En stond de tutor open voor het beantwoorden van vragen? Uiteindelijk worden alle antwoorden samengevoegd en wordt er een gemiddelde score gegeven. Bij de ‘tutor-vragen’ kan het eindcijfer variëren van een één tot een vijf, waarbij een één eigenlijk gelijk staat aan ‘totaal ongeschikt.’ Gelukkig realiseren de meeste mensen binnen de faculteit zich dat de evaluaties niet alleszeggend zijn. Er wordt serieus naar de uitslagen gekeken en er worden verbeterpunten uitgehaald, maar een lage tutorscore betekent niet automatisch dat je ontslagen wordt. Ook ik weet dat je de tutorscores moet relativeren. Studenten worden immers niet verplicht om de evaluatieformulieren in te vullen en mensen die willen klagen zullen altijd meer moeite doen om hun mening kenbaar te maken dan degenen die tevreden zijn. En dan nog, wanneer is een student tevreden? Hoe objectief vult hij of zij het formulier in? Stel dat ik nogal wat problemen heb met een ongemotiveerde student en hem op een gegeven moment de onderwijsgroep uitstuur. Hoe groot is de kans dan dat hij mij een positieve beoordeling geeft? Je weet niet waar een student op let. Je kunt bij wijze van spreken een twee krijgen omdat je een vervelend accent, een raar stopwoordje of lelijke schoenen hebt. En omgedraaid telt waarschijnlijk hetzelfde. Als iemand heel erg aardig is, zul je geneigd zijn iets milder te zijn in je oordeel. Kortom: de studentenevaluaties zijn subjectief en je moet ze vaak met een grote korrel zout nemen. Ik ben me daar zeer bewust van, maar toch veroorzaken ze soms slapeloze nachten. Stel je voor dat ik ineens een één of een twee krijg! Ik weet niet of ik dan ooit nog voor een groep durf te staan. Mijn collega’s zijn altijd erg lief voor me als ik weer met klamme handjes overweeg in te loggen op de website waar de evaluaties op gepubliceerd worden. ‘Pieternel, het is je eerste jaar! En als je een slecht cijfer krijgt, is er niets aan de hand: het is toch niet zo gek als docenten die al tien jaar onderwijs geven beter scoren?’ En dan knik ik, haal diep adem en besluit vervolgens alsnog om de website weg te klikken voordat ik de ingevulde evaluaties heb bekeken. Om mezelf een beetje voor te bereiden op mijn eindvonnis, vraag ik de studenten tijdens de laatste onderwijsbijeenkomst altijd of ze feedback willen geven op de cursus en op mij als tutor. Het feit dat ik hun e-mailtjes snel beantwoord, wordt alom geprezen (dat is gemakkelijk punten scoren). Daarna volgen er nog wat algemene puntjes en dan zijn de studenten stil. ‘Negatieve punten die jullie liever anoniem willen aanstippen, kunnen natuurlijk ingevuld worden op het officiële evaluatieformulier.’ Zeg ik dan maar behulpzaam. De studenten glimlachen lief, hoogstwaarschijnlijk bang dat een onaardige opmerking een negatieve invloed kan hebben op hun eindcijfer. Vervolgens sluit ik de laatste bijeenkomst af. Dan zeg ik dat ik het vak met veel plezier heb gegeven of dat ik hoop dat ik ze in één van de volgende blokken terug zal zien. En soms betrap ik mezelf erop dat ik dan niet helemaal eerlijk ben. Dat ik verzwijg dat ik het jammer vond dat ze de laatste bijeenkomst zo ongemotiveerd waren of dat ze consequent te laat binnenkwamen. Ik moet toegeven dat ik een kritische noot heel soms achterwege laat om af te sluiten met een positieve uitsmijter. Waarom? Misschien omdat ook ik ergens een klein beetje bang ben dat een onaardige opmerking een negatieve invloed kan hebben op mijn eindcijfer.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Reageer

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

Website

Enter the code shown above:

specials  |   paarltjes  |   rss  |   UM agenda  |   contact  |   adverteren