Hoewel ik van plan was een o zo originele weblog te schrijven over Sven Kramer, het kabinet of de gemeenteraadsverkiezingen, overtuigt het aantal mailtjes in mijn mailbox mij ervan dat ik een carnavalsupdate moet geven. Want voor welk pekske heb ik uiteindelijk gekozen? Na het schrijven van mijn vorige weblog volgden twee slapeloze nachten en uiteindelijk heb ik besloten in stijl carnaval te vieren. Helemaal in lijn met mijn werk bij Cultuurwetenschappen en mijn kunsthistorische achtergrond ben ik verkleed gegaan als de kunstenares Frida Kahlo. Vol enthousiasme heb ik een zwarte pruik vervormd tot een ‘opgestoken kapsel’ om er vervolgens een bos nepbloemen bovenop te binden. Een zwart nepsnorretje verknipte ik tot de kenmerkende zwarte wenkbrauwen en vervolgens plunderde ik de verkleedmand en kledingkast van mijn moeder om 59 jurken, rokken en omslagdoeken aan te trekken. Een palet met Frida’s miniprentjes om uit te delen en een kwast moesten mijn kostuum afmaken. Ik werd zowaar op straat herkend als zijnde Frida Kahlo...ongelofelijk.
Maar het feest begon natuurlijk eigenlijk al op vrijdag toen er traditioneel geborreld werd met collega’s en vrienden om te wennen aan de nieuwe Maastrichtse carnavalshits. En dat nog lekker veilig in je normale kleren. Om zes uur rende ik naar mijn appartement om een stapel essays op mijn keukentafel neer te leggen en daarna snelde ik naar de kroeg. Het eerste biertje stond al klaar. De stemming zat er snel in. Ik moet toegeven dat de alcohol, sinds ik afgestudeerd ben, altijd redelijk snel effect op mij heeft en een nuchtere maag en drukke werkweek helpen daar niet echt bij. De vrijdagmiddagborrels zijn gevaarlijk en om half acht had ik dan ook al het gevoel dat het bijna ochtend was. Toch geschiedde het dat ik om drie uur ’s nachts met een vriendin in een fout café eindigde. We vermaakten ons uitstékend, al heb ik het vermoeden dat ik mezelf niet graag terug zou willen zien. Na een uurtje ontdekte mijn kroeggenoot een oude bekende en uiteraard was de ontmoeting op dat tijdstip na zoveel alcohol emotioneel. Ik werd voorgesteld en de Oude Bekende trok er ook een vriendin bij. Het meisje staarde mij met open mond aan. ‘O, hi.’ Help. Eén van ‘mijn’ studenten. Wanhopig dacht ik terug aan de danspasjes die ik enkele minuten geleden vol overgave had uitgevoerd op de dansvloer. ‘Hi.’ Zei ik zo neutraal mogelijk terug. De student trok aan de arm van haar vriendin. ‘Dat is mijn tutor. Van dat vak. Van dat ene essay.’ De vriendin keek verbaasd en schoot vervolgens in de lach. ‘Je bedoelt dat essay dat ik voor je geschreven heb?’ Ik verslikte me in mijn Spa blauw en de student begon onmiddellijk met een verdediging waar menig advocaat jaloers op zou zijn. Ze probeerde me ervan te overtuigen dat het absoluut niet het geval was, dat de vriendin te veel had gedronken en dat ze gewoon grappig wilde zijn. Hoewel ik er, wellicht door de alcohol, die nacht bepaald niet van wakker lag, sloeg de twijfel de dag erna toch toe. Het essay lag geduldig op mijn keukentafel te wachten op mijn eindvonnis. Zou de student het essay echt door iemand anders hebben laten schrijven? En zo ja, kan ik dat bewijzen? Natuurlijk krijgt het essay een plagiaatscan, maar ja, of iemand een essay echt zelf schrijft... dát is niet te achterhalen. En stel dat de student iemand anders de opdracht heeft gegeven om de tekst te schrijven, dan valt ze bij een van de volgende essays toch alsnog door de mand? Ik beoordeelde het essay zo objectief mogelijk en schreef een paar feedbackzinnetjes onder de literatuurlijst. De overige carnavalsdagen ging ik undercover als Frida Kahlo, wat de kans op nog meer moeilijke situaties met studenten aanzienlijk verkleinde. Op woensdag keek ik nogmaals naar de verschillende essays. Bij Het Essay twijfelde ik lang. Ik kon niets doen met de informatie die ik van een dronken onbekende had gekregen tijdens carnaval, maar toch kon ik het niet laten om na veel wikken en wegen één woordje toe te voegen aan mijn feedbackzinnetjes: ‘Alááf.’