Ik tref een envelop aan in de brievenbus. Een typische ‘uitnodiging-envelop’ en als je de 25 net gepasseerd ben, associeer je dat onmiddellijk met een trouwerij. Nieuwsgierig scheur ik de envelop open, om vervolgens enkele seconden verbaasd naar de kaart in mijn hand te kijken. Het is een Franse uitnodiging voor de bruiloft van een jongen die ik jaren niet gesproken heb.
Een korte voorgeschiedenis:
Pierre en ik hebben elkaar leren kennen toen ik twaalf was. Ik kan niet zeggen dat hij een ex is, maar hij was wel een beetje mijn (puur vriendschappelijke) vakantievriendje. Hij woonde in een klein dorpje in Zuid-Frankrijk waar mijn ouders een huis hebben en sinds mijn twaalfde was ik daar iedere zomer zeven weken te vinden. In het eerste jaar ontmoette ik Pierre en vanaf dat moment adopteerde hij mij iedere zomervakantie. Ik mocht mee naar zijn vrienden, naar verjaardagen, naar feesten, naar de bioscoop en (tot grote hilariteit van mijn zussen) sloot ik zelfs aan bij de basketbalwedstrijden. Ik probeerde Frans te praten, hij voegde af en toe een Engels woord toe (zoals zijn beruchte zin bij het zwembad: ‘I go dans le water’). Ik was een giechelende, stressende puber en hij was een rustige, makkelijke jongen die zich nergens druk om maakte. Hoewel onze vriendschap altijd puur vriendschappelijk geweest is en door de taalbarrière naar mijn gevoel ook vrij oppervlakkig, was er toch altijd een gevoel van spanning als ik terug was in Nederland. Het was een soort ‘uit het oog, in het hart-principe.’ Hoewel ik zeker niet verliefd op hem was, klonk het in Nederland natuurlijk altijd wel erg interessant. Een Franse jongen met wie ik een hele zomer omging en die mij vervolgens mailtjes stuurde over de geweldige weken die we samen hadden gehad. We voerden MSN gesprekken waarin hij het ene na het andere Franse compliment gaf en op die manier ontpopte Pierre zich in mijn gedachte tot een romantische, gebruinde Fransoos uit een idyllisch dorpje. Door het jaar heen analyseerde ik met vriendinnen zijn mailtjes en dacht ik na over de kleren die ik aan zou trekken als we elkaar weer zouden zien. Aangekomen in Frankrijk trof ik echter iedere keer weer de oude vertrouwde Pierre aan. In het echte leven was de ideale Fransman een klein jongetje dat een hoektand miste en altijd hetzelfde Adidas-trainingspak droeg. Iedere zomer was ik weer een paar centimeter gegroeid en torende ik als een soort lantaarnpaal boven hem uit. Ik maakte me druk over de kleur van mijn bikini en testte alle waterproofmascara’s uit. Pierre droeg daarentegen op 18-jarige leeftijd nog steeds het trainingspak in maat 164 en het enige wat er in al die jaren aan zijn uiterlijk veranderde was de toevoeging van een hele foute zilveren schakelarmband met naamplaatje. Eén blik op zijn armband en één gedachte aan deze Pierre tussen mijn Nederlandse vrienden was genoeg om onmiddellijk af te knappen.
De laatste keer dat ik Pierre zag was zes jaar geleden in Parijs waar hij destijds studeerde. Ik was samen met een vriendin aan het interrailen en we besloten een koffiepauze te nemen in Parijs voordat we doorreisden naar Milaan. Het was een bliksembezoekje, kort maar krachtig, dat mijn vriendin en ik in een zogenaamd humoristisch smsje aan Pierre later die dag vertaalden als: ‘court, mais fort.’ Sinds dat moment heb ik Pierre nooit meer gezien of gesproken. En nu, zes jaar later, krijg ik een uitnodiging voor zijn bruiloft in Toulouse. Ik stuur hem een e-mail om hem en zijn, voor mij onbekende, verloofde te feliciteren en om te zeggen dat ik me vereerd voel dat ik mag komen. Ik schrijf hen dat ik graag bij deze bijzondere dag aanwezig wil zijn, maar dat ik vrees dat het moeilijk gaat worden omdat ik werkverplichtingen heb. Een dag later stuurt Pierre een e-mail terug. Zijn naam in mijn mailbox roept herinneringen op aan de spanning waarmee ik vroeger zijn mailtjes opende en als ik het bericht lees komt er opnieuw een melancholisch gevoel boven. Onmiddellijk hoor ik Le vent nous portera van Noir Désir in mijn hoofd. Ik begin te twijfelen: misschien moet ik toch naar de bruiloft gaan….Bij het lezen van de laatste twee zinnen ben ik daar bijna van overtuigd en betrap ik mezelf erop dat Pierre in mijn gedachten wederom transformeert van een tandloos jongetje in een twee meter lange stoere, gevoelige man. “Pieternel, dans tous les cas, dit moi lorsque tu reviens en France, j'aimerai beaucoup te revoir. Tu est quelqu'un qui compte beaucoup pour moi, avec qui j'ai passé de très bon moments. Gros bisous. Pierre”