Mijn 2,5 week durende vakantie werd vorige week zaterdag afgesloten op een camping in de buurt van Lyon.
De kleine camping is viezig en de toiletgebouwen zijn zo smerig dat ik expres mijn lenzen uitdoe voor ik ga douchen. Maar het grote voordeel van de camping is dat deze zich op loopafstand van een prachtig landhuis bevindt. Een landhuis waar mijn vriend en ik zaterdag uitgenodigd zijn voor de veelbelovende bruiloft van mijn (Nederlandse) neef met zijn Spaanse verloofde. In gezelschap van vele familieleden en samen met hun gezamenlijke Franse vrienden, zullen zij elkaar op een zonnige en snikhete dag het ja-woord geven. Als we zaterdagmiddag op de trouwlocatie arriveren, wordt het cultuurverschil tussen deze nationaliteiten pijnlijk duidelijk. De Spaanse familieleden zijn uitbundig gekleed met indrukwekkende jurken, hoeden en perfecte pakken. De Nederlandse gasten steken er in alle opzichten enigszins bleek bij af: witte benen onder niet minder mooie, maar wel nét wat eenvoudigere pakjes. Na 2,5 week kamperen voelen mijn vriend en ik ons ook niet op en top chique. Het was voor de overige campinggasten een aangenaam roddelonderwerp toen mijn vriend ’s morgens keurig in pak en stropdas uit het koepeltentje gekropen kwam en het feit dat mijn outfit al ruim twee weken in het zijvakje van mijn backpack heeft gezeten, voelt ook een beetje ongepast. Toch mag het de pret niet drukken en het wordt een fantastisch feest met een viertalige ceremonie en een, naar goede zuidelijke traditie, nacht vol eten en feesten. Wat echter wel een klein minpuntje vormt, is de wetenschap dat wij de volgende ochtend alweer vroeg in de auto moeten stappen om naar Nederland te rijden. De eerste werkafspraken staan demonstratief op de maandagochtend gepland. Als we op zondagochtend met een katerig gevoel in het hoofdje de tent uitkruipen, zien we tot onze verrassing dat we omsingeld zijn door andere koepeltentjes. Tussen de auto’s met Nederlandse, Franse en Spaanse kentekenplaten liggen uitgetrapte pumps en door het tentzeil heen klinkt een oorverdovend gesnurk. Bij het toiletgebouw kom ik een lijkbleke jongen tegen met blote voeten onder de opgerolde pijpen van zijn nette pantalon. Voor de laatste keer dit jaar was ik mijn haar met koud water, balanceer ik op het zooltje van mijn badslipper als ik me aankleed en laat ik vloekend mijn enige schone truitje op de smerige vloer vallen. Voor het eerst deze vakantie voel ik ineens de dringende behoefte om een normaal bed, een eigen badkamer en schone kleren te hebben. De vakantie had nog weken mogen duren, maar dat kamperen is mooi geweest. We breken zo stil mogelijk de tent af, proppen nog een croissantje naar binnen en stappen dan in de volle auto. De favoriete vakantie-cd wordt (nu al met een beetje heimwee) aangezet, de raampjes zijn maximaal opengedraaid en de TomTom navigeert ons daadkrachtig naar onze laatste vakantiebestemming: ‘thuis.’