09 februari 2012
filmpjes
wetenschap
Een mens simuleren is sciencefiction
9-2-2012 - 

De KNAW heeft een agenda van 50 belangrijke onderzoeksvragen. Elke week leggen wij een UM-wetenschapper een vraag voor. Deze keer: Jos Kleinjans, hoogleraar milieugezondheidkunde, die antwoorden geeft op de vraag: kunnen we organen nabootsen op een chip?

Ook een wasmachine kan leren
2-2-2012 - 

De KNAW heeft een agenda van 50 belangrijke onderzoeksvragen. Elke week leggen wij een UM-wetenschapper een vraag voor. Deze keer: Jeroen Donkers, kennistechnoloog, die antwoorden geeft op de vraag: Kunnen machines ons helpen kennis te creëren uit bergen informatie?

 

“Martel je data lang genoeg en ze zullen bekennen”
2-2-2012 - 

Eén op de vijftig onderzoekers fraudeert, blijkt uit onderzoek. Maar wat is fraude precies? Data verzinnen is een hoofdzonde. Wat als je eerst de data analyseert en dan een hypothese erbij bedenkt? “Het is niet volgens het boekje maar je kunt zo wel creatieve ideeën opdoen.”

Leren lezen en rekenen
26-1-2012 - 

De KNAW heeft een agenda van 50 belangrijke onderzoeksvragen. Elke week leggen wij een UM-wetenschapper een vraag voor. Deze keer: prof. Leo Blomert, neurowetenschapper, die antwoorden geeft op de vraag: Hoe kan een plooibaar orgaan als het menselijk brein zich ontwikkelen?

 

Met vetzucht naar de psycholoog

21-1-2010 - 

Het is een vergissing dat obesitas wordt beschouwd een biomedisch en maatschappelijk probleem. Vetzucht is op de eerste plaats een gedragsprobleem. En daarom hebben deze patiënten baat bij een psycholoog. Cognitieve gedragstherapie kan bijvoorbeeld terugval na een dieet voorkomen. Dat schrijven Maastrichtse psychologen in het decembernummer van het nieuwe tijdschrift GZ-psychologie.

Obesitas wordt doorgaans bestudeerd door biologen, medici en epidemiologen, en behandeld door diëtisten en artsen. Psychologen hebben zich er nauwelijks mee bemoeid. Ten onrechte, want nu toont een reeks Maastrichtse studies aan, aldus de UM-onderzoekers, dat mensen met vetzucht wel degelijk een gedragsprobleem hebben. Ze zijn impulsief, kunnen zichzelf moeilijker in de hand houden, zijn gevoelig voor onmiddellijke beloningen en houden van vet eten.

Maar hoe zit het dan met de ‘genetische aanleg om dik te worden’? Die aanleg kan een factor zijn maar vormt nooit de belangrijkste oorzaak. “Wat overgeërfd wordt is niet een stofwisselingsstoornis maar een reguleringsprobleem”, schrijven de auteurs, verwijzend naar eerder onderzoek.

Bovendien is die genetische kwetsbaarheid geen reden om er niets aan te doen. Gedragstherapie kan mensen met ‘obese genen’ juist leren hoe ze op het juiste pad kunnen blijven in een omgeving waar op elke straathoek snacks worden verkocht. “Net zoals alcoholisten moeten omgaan met de aanwezigheid van bier en wijn op elk feestje”, zegt prof. Anita Jansen, tevens de belangrijkste auteur.  

Cognitieve gedragstherapie kan helpen om minder impulsief te reageren maar ook om anders te leren denken over eten. Uit recent Maastrichts onderzoek blijkt dat deze therapie mensen kan behoeden voor terugval na een dieet, zegt Jansen. Behandeling is des te wenselijker omdat de helft van de obesitaspatiënten depressieve klachten heeft.

Na de media-aandacht van afgelopen weekend heeft Jansen een hoop boze e-mails gekregen, van collega-psychologen maar ook van patiënten. “Ze voelen zich gediscrimineerd en denken dat ik ze een emotionele stoornis aanpraat maar dat is niet het geval. Het gaat louter om een gedragsprobleem, waarbij ze het niet voor elkaar krijgen om minder te eten, omdat ze bijvoorbeeld de verleiding niet kunnen weerstaan. Graven naar onderliggende problemen is niet aan de orde.”

Vooralsnog is Jansen een roepende in de woestijn. “Zeker onder klinisch psychologen. Die vergelijken obesitas met roken en daarvoor ga je ook niet naar een psycholoog. Wellicht zijn ze ook bang voor een druk spreekuur, maar dit geldt net zo goed voor depressie en verslaving: zo’n 10 procent van de bevolking heeft er last van. Bovendien vind ik een druk spreekuur geen sterk argument om af te zien van behandeling.”

Marleen van Baak, obesitas-hoogleraar bij de capgroep humane biologie, heeft reserves bij het pleidooi van Jansen. “Veel behandelingen waaronder cognitieve gedragstherapie zijn in dit verband al onderzocht en die konden uiteindelijk niet voorkomen dat menigeen weer op het oude gewicht belandde. De beste resultaten vloeien voort uit een combinatie van beweging, therapie en dieet. Maar zelfs die mix is geen garantie voor succes.”

De combinatie is het meest wenselijk, beaamt Jansen. “Maar de therapie is hoe dan ook het belangrijkste onderdeel. Afvallen lukt vaak nog wel, maar je moet het volhouden, gemotiveerd blijven. Daar komt het op aan.”

Een praktisch probleem is vooralsnog dat obesitas niet erkend is als een psychische stoornis, en dus niet wordt vergoed door de verzekeraars.

Sluit venster
Verzend
specials  |   paarltjes  |   rss  |   UM agenda  |   contact  |   adverteren