Is het eigenlijk een probleem als Nederlandse en Duitse studenten in gescheiden werelden leven en dus niet integreren? Die vraag kwam bovendrijven op het studentendebat dat GroenLinks afgelopen maandag in de Bonbonnière op touw zette.
“Als buitenlandse studenten niet gemotiveerd zijn om te integreren, dan vind ik dat prima”, zegt panellid Bart Kleine Deters, voorzitter van studentenvereniging Koko. “Wat is dan eigenlijk het probleem?” Deters was niet de enige die zich afvroeg waarom Nederlandse en Duitse studenten per se moeten integreren.
Een van de Duitse studenten, die relatief goed vertegenwoordigd waren, voert onbegrip en frictie aan als goede redenen om in elkaars wereld door te dringen. Nu gebeurt dat nauwelijks. Niet op de faculteit maar ook niet buiten de lesuren om. Panellid Joep Lucassen, hoofd van de Red Socks, kent studentensportverenigingen waarvan slechts een enkele Nederlander lid is en de rest Duitsers. Hij noemt Lacrosse en de handbalvereniging Manos.
De stelling die de discussie over integratie moest aanjagen - de UM is helemaal niet internationaal maar ‘gegermaniseerd’ - valt in slechte aarde. Panellid Thomas Luijken, die voor Novum in de U-raad zit, vindt dat dergelijke formuleringen de integratie juist in de weg staan. “Het is belangrijk dat we dit thema met respect voor elkaar bespreken.”
Het argument dat studenten baat hebben bij interculturele contacten in hun verdere loopbaan, zeker als ze international business studeren, schitterde door afwezigheid.