Had Rainer Goebel, hoogleraar cognitieve neurowetenschap, maar geld gevraagd voor zijn Brain Tutor-app. Dat had zijn bankrekening flink gespekt, want het 3D-breinprogramma is sinds januari vorig jaar al een half miljoen keer gedownload door iPhone-bezitters.
Onder de makers van applicaties bevinden zich vooral individuen als Goebel, maar ook bedrijven en instellingen doen eraan mee. Toch kan niet iedereen met een briljant idee in de App Store terecht. Het vergt namelijk nogal wat kennis van programmeertalen.
Vaak zijn het spelletjes of praktische toepassingen die in de App Store belanden. Zoals de navigatie van TomTom en de boodschappen-app van Albert Heijn. De laatste tovert het mobieltje om tot boodschappenlijst. Verder kan men recepten uitzoeken en Bonus-artikelen sorteren. Ook de media is van meet af aan goed vertegenwoordigd met onder meer De Telegraaf, Nu.nl, de Volkskrant, NOS Journaal en Uitzending Gemist.
Hoeveel geld hier precies mee gemoeid is, houdt Apple onder de pet. Zo’n 40 procent van de opbrengst van één gedownloade app gaat naar Apple, het andere deel is voor de ontwikkelaar. De succesverhalen zijn wel bekend. Zo heeft de Delftse TU-student Dennis Stevense een aardige boterham verdiend met zijn treinplanner, de app (2,39 euro) die Nederlanders het meest waarderen, zo bleek laatst uit een inventarisatie. Dan is er de Griek die iSteam bedacht, de man ‘cashte’ honderdduizend dollar in drie maanden. En dat voor een ietwat onnozel programmaatje (79 eurocent) waarbij het scherm beslaat als een badkamerspiegel en condensdruppels banen beschrijven die de houding van het toestel volgen. Nog sterker is het verhaal van de Amerikaan die het schietspelletje iShoot ontwikkelde: achthonderdduizend dollar na vijf maanden. Ook de maker van iBeer moet ‘volgelopen’ zijn, de app staat al anderhalf jaar in de Top 100 (zie website: appshopper.com).
Mevrouw Goebel
De Brain Tutor van Goebel is een educatief programma dat via 3D-beelden inzicht geeft in de verschillende hersengebieden. Er kan gedraaid en gezoomd worden; de hersenen zijn van verschillende kanten te bezichtigen. Altijd al benieuwd geweest waar de temporale kwabben liggen? Selecteer ze in de lijst en ze lichten, net boven de oren, groen op in de grijze hersenmassa.
Zijn die 500 duizend downloads het resultaat van een PR-stunt? “Nee, het is helemaal vanzelf gegaan”, zegt Goebel. “Ik vond de iPhone zo sexy dat ik er iets mee moest. Die touch interface, dat je met je vinger erover kunt bewegen en het beeld kunt roteren, fascineert me. Het ging mij helemaal niet om het geld. Had ik er 79 eurocent voor gevraagd, dan was hij waarschijnlijk minder vaak gedownload.”
Dat zijn hersenprogramma in de smaak valt, heeft vooral te maken met de toegankelijkheid, meent Goebel. “Ik krijg verschillende mails van gebruikers. In de eerste plaats zijn dat mensen die het programma indrukwekkend en spannend vinden, maar niet per se iets met psychologie hebben. Ten tweede wordt de app veel gebruikt door docenten in het middelbaar onderwijs, tijdens de biologieles. En dan zijn er nog de professionals, de artsen. Die gebruiken het om een patiënt met een hersentumor uit te leggen waar de tumor zich bevindt.”
Mevrouw Goebel heeft model gestaan. De hoogleraar heeft een MRI-scan gemaakt van haar hoofd en er vervolgens de BrainVoyager-software op los gelaten. Goebel, die behalve psychologie ook computerwetenschappen heeft gestudeerd, heeft zowel het softwarepakket BrainVoyager als de BrainTutor zelf ontworpen. “Programmeren voor de iPhone is een hobby. Vooral tijdens vakanties en in de weekenden ben ik ermee bezig.”
Goebel is nog lang niet klaar met de Apple-telefoon. “Ik werk aan een programma dat vooral interessant is voor vakgenoten. Het is de bedoeling om data uit te kunnen wisselen via de iPhone. Verder denkt hij erover om de iPhone draadloos te koppelen aan de thuiscomputer. En om toch ook de jeugd te interesseren voor het brein, broedt hij op een hersenspel waarin je met een scheepje door de hersenen vaart en allerlei opdrachten moet uitvoeren, zoals ‘zoek de hippocampus’ of ‘schiet op de Alzheimerplaques’. Wanneer het spelletje, dat eveneens educatief is, voor een paar eurocent in de App Store staat, is onbekend. Het zit voorlopig nog in Goebels hoofd.
Sudoku
Pieter Kubben, neurochirurg in opleiding in het MUMC+, is sinds zijn studie geneeskunde bezig met het bouwen van websites en softwaresystemen. “Je begint simpel en je maakt het jezelf steeds moeilijker.” In 2004 won hij de Student Software Award op een internationale conferentie over ICT in het medisch onderwijs. Deze prijs kreeg hij voor zijn programma voor de zakcomputer dat artsen helpt bij het stellen van een diagnose. In de persoon van Kubben komen creativiteit, ICT en gepuzzel samen en dat terwijl hij “een hekel” heeft aan puzzels, zeker aan Sudoku. “Ik wil graag iets bruikbaars maken, iets gebruiksvriendelijks, zonder lappen tekst. Dat motiveert me.”
SLIC en NeuroMind heten zijn apps en ze zijn niet bedoeld voor Jan en alleman. Vooral Kubbens vakgenoten en geneeskundestudenten zullen er gecharmeerd van zijn. Met NeuroMind kunnen in een handomdraai neurologische diagnoses gesteld worden. Een arts hoeft niet meer tientallen A4-tjes door te bladeren in zijn zoektocht naar de oorzaak van een klacht. Haal de iPhone tevoorschijn, klik op de app NeuroMind en het programma loodst de specialist naar de mogelijke oorzaken. Kubben ziet de app dan ook als een goed alternatief voor studieboeken. De oude garde zal het liever bij het oude laten: papieren en boeken doorbladeren. Dat beseft Kubben, maar zijn doelgroep is dan ook die van de toekomstige artsen die minder moeite hebben met ‘digitale medische kennis in de broekzak’.
Gisteren heeft Kubben van Apple het akkoord gekregen voor NeuroMind. SLIC, zijn “evidence based app over traumatische aandoeningen van de halswervelkolom”, is sinds vorige week gratis te downloaden. Ook hier zijn specialisten, in het bijzonder neurochirurgen en orthopeden, Kubbens doelgroep. Het programma focust op de halswervelkolom, één onderdeel van het grote geheel. “Ik heb de afgelopen jaren geleerd dat je niet alles ineens moet willen, maar dat je beter één onderdeel kunt laten testen door gebruikers en daarna verder kunt gaan.” Hij wacht dan ook het commentaar af en kijkt of er misschien een update op de markt moet komen.
Mini-tv
Elke week krijgt Apple naar eigen zeggen tienduizend inzendingen van apps. Verreweg de meeste worden zonder veel mitsen en maren geaccepteerd, sommige niet: meestal omdat er iets aan hapert, soms omdat ze onfatsoenlijk zijn. Zoals de toepassing die gokkers helpt om de boel te bedonderen in casino’s. Apple is meermaals bekritiseerd om de mist die het creëert rond de toestemmingsprocedure. Soms duurt het maanden voordat Apple akkoord gaat, dan weer is het in een vloek en een zucht gebeurd.
Zoals twee weken geleden, in het geval van psychologiestudent Joppe Lieverse (26). Na twee dagen al kwam het groene licht voor Memody. Het is een variant op Memory waarbij spelers twee kaartjes met dezelfde afbeeldingen moeten zien te lokaliseren. Memody werkt met twee dezelfde geluiden. Bijgeleverd worden onder meer dierengeluiden en kreten (van mensen) maar aardiger is de mogelijkheid om de eigen muziekverzameling te gebruiken.
Het spel is gemaakt door Sixmore.nl, een familiebedrijfje dat bestaat uit directeur Lieverse en zijn vier broers, plus een bevriende technicus. “We fantaseren al ons leven lang over allerlei uitvindingen, waar we dan ontzettend enthousiast over worden. Maar we voerden ze nooit uit. De deurbel van Philips, die een foto maakt van degene die aanbelt en vervolgens naar de bewoner mailt of smst, hadden wij al jaren geleden bedacht.
Een jaar geleden werd het menens toen een van de Lieverses ontdekte dat een app met scheten was goedgekeurd – waarmee de maker rijk is geworden. Dat kunnen wij beter, dachten de vijf broers. De programmeur ging aan de slag en de broers ontfermden zich over de vormgeving. Productiekosten: 400 euro.
Sixmore verwijst niet alleen naar de zes makers maar ook naar zes nullen, zegt Lieverse, en toch is het hen niet te doen om het geld. “Geld verdienen wil iedereen natuurlijk, maar de kans dat het lukt is klein.”
Het is zeker niet de laatste app die Sixmore ontwikkelt, zegt Lieverse. “We hebben er zelfs twee op de plank liggen die zo goed als klaar zijn: een spel over het einde van de wereld en Memody in een kinder-editie. Die is makkelijker, visueler. Niet dat de meeste kinderen van vier al een iPhone hebben, maar ze weten precies hoe die werkt. Ik hoorde laatst een kind tegen zijn vader zeggen: ‘Papa, mag ik de mini-tv even’.”