“Het lotingsysteem kun je vervangen door decentrale selectie. Ik ben niet per se tegen afschaffing van de loting, al is er geen bewijs dat selectie aan de poort meer oplevert. Het is alleen gevoelsmatig eerlijker voor degene die wordt afgewezen”, reageert Scherpbier.
Veel kwalijker is het advies om de numerus fixus “eruit te gooien”. In 2009/2010 waren er landelijk bijna 8000 aanmeldingen voor 2850 plaatsen. De UM neemt er 340 voor haar rekening. Dat het landelijk aantal komend studiejaar omhoog gaat naar 3100, vindt Scherpbier geen probleem. “Dat is een beperkte verhoging, die goed is onderzocht. Maar die 8000, dat kan echt niet. Wij maken in ons onderwijs veel gebruik van patiënten. Dat kan niet ongelimiteerd. We hebben onvoldoende patiënten maar ook te weinig stafleden om dat te begeleiden.” In de bachelorfase - als de student nog minder te maken heeft met patiënten – is het met kunst- en vliegwerk misschien nog te doen, maar ook dan gaat de kwaliteit drastisch omlaag, meent Scherpbier. Het oefenen in het skillslab en de patiëntencontacten in jaar 3 kunnen dan niet meer. “Maar in de masterfase is het onmogelijk.” Nu kampen verschillende faculteiten in het land al met wachttijden voor de co-schappen. “Die kennen wij gelukkig niet in Maastricht, dat mag ook niet.”
Koos van Geel, studentadviseur van de raad van bestuur van het MUMC+, is het volledig met Scherpbier eens. Net als de andere leden van de studievereniging Pulse, afdeling onderwijs. “Als er een grote groep instroomt hebben we veel te weinig stageplaatsen. Je kunt niet eindeloos meer studenten met een arts laten meelopen. Niet alleen heeft die arts dan te weinig tijd voor de begeleiding, iedere co moet ook een bepaald aantal patiënten hebben. Dat aantal daalt en daarmee de praktijkervaring.”
Van Geel ziet ook weinig in de afschaffing van de loting. “We hebben nu een intensieve selectieprocedure voor de vierjarige master arts-klinisch onderzoeker. Dat vraagt veel tijd en geld. Als je dit voor alle studenten moet gaan doen kost dat heel veel extra. Geld dat je in onderwijs zou moeten kunnen steken.” Mocht er toch worden geselecteerd, dan “willen wij graag speciale aandacht voor het pgo: is een kandidaat er geschikt voor?” Ten slotte merkt Van Geel op dat het idee van de RVZ om studenten straks meer voor hun geneeskundestudie te laten betalen, op weinig bijval in Maastricht kan rekenen. “Je moet kiezen op basis van interesse, niet op basis van wat je portemonnee aankan. Ook de minder draagkrachtigen moeten dokter kunnen worden.”