Eerst die naam: MAS Incontro. “Incontro is Italiaans en staat voor de ontmoeting tussen twee schermers”, vertelt voorzitter Sabrina Wollmann. Als kind was ze al verliefd op de sport, maar aangezien haar ouders daar anders over dachten – “ze vonden het te gevaarlijk” – is ze er pas in Maastricht mee begonnen. Haar geboorteland Duitsland past in het rijtje van klassieke schermlanden, net als Italië en Frankrijk. “Duitsers vinden het cool als ik zeg dat ik scherm. Nederlanders zijn verbaasd, ze vragen zich af wat er leuk aan is.” De schermer kan kiezen uit drie verschillende wapens: floret, degen en sabel. Wollmanns favorieten zijn de laatste twee.
Willemijn Duret, voorzitter van de studentenhockeyclub: “Bewaar je die op je kamer?”
Wollmann knikt. “Altijd handig om indruk te maken op een inbreker”, lacht Duret.
Iets voor jou dat schermen, Duret?
“Het lijkt me tof. Ik moet aan James Bond denken.”
Wollmann: “James Bond? Ik zou eerder Zorro zeggen.”
Duret: “In Die Another Day schermt hij toch? Ik ben meer van de teamsporten, dus ik zal er niet voor kiezen, maar kun je er zomaar aan beginnen?”
Wollmann: “Zeker. Wel moet je verplicht een beginnerscursus volgen van zeven lessen.”
Is hockey een alternatief voor Wollmann?
“Nee, ik heb er een trauma aan over gehouden op de middelbare school. Iemand schoot uit met zijn hockeystick, recht in mijn gezicht. Als ik een andere sport moet kiezen, wordt het dansen of paardrijden.”
Zijn wedstrijden bloederige taferelen?
Duret: “Er gebeurt weleens wat, zowel een bal als een stick kan hard aankomen, ik heb zelf laatst een harde klap gehad op mijn knie. Maar over het algemeen gaat het er sportief aan toe.”
Bloed kennen ze niet bij Mas Incontro, aangezien iedere schermer een speciaal vest, broek, masker en handschoen draagt. De slag- en steekwapens gaan niet door de uitrusting heen, maar er zijn uitzonderingen. Wollmann laat een flinke blauwe plek zien op haar bovenarm, het resultaat van een stevig potje schermen.
Hockey voor rijkeluiskinderen en schermen voor de vechters die nog in de middeleeuwen leven?
Duret: “Nee, dat van die rijke ouders is achterhaald. Misschien was het vroeger een elitaire sport en alleen weggelegd voor kinderen uit het Gooi. Nu is dat niet meer zo. Ik kom zelf uit een Brabants dorpje. Ik moet wel zeggen dat de media het vaak hebben over de tophockeyers die te vinden zijn in de meest prachtige bosrijke parken. Wat de kosten betreft: het aanschaffen van een hockeystick, de outfit en de schoenen kost wel wat. Voor een stick betaal je al gauw 80 euro. Onze contributie is 115 euro per jaar. Deze is gelukkig minder geworden doordat we sinds dit jaar zijn aangesloten bij de Musst en subsidie krijgen.
Schermkleding en wapens zijn ook niet heel goedkoop. “Een degen kost zo’n 100 euro en een schermvest heb je vanaf 120 euro.”
Een kwestie van sterk of slim zijn?
Duret: “Het gaat om conditie, spelinzicht en een beetje kunnen passen. Iedereen is wel goed in iets.”
Wollmann: “Schermen is een combi van techniek, strategisch inzicht en snelheid. Je moet proberen de tegenstander te raken zonder zelf geraakt te worden en dat gedurende een wedstrijd van maar drie minuten.”
Ooit met een kater op het veld of in de zaal gestaan?
Duret: “Dat komt weleens voor ja, helemaal op hockeytoernooien, maar meestal werkt een wedstrijd juist katerverdrijvend, dus een prima remedie.”
Wollmann: “Te veel drinken de avond vantevoren is niet handig voor je coördinatie en concentratie. Bovendien is het vrij gevaarlijk voor jezelf en de tegenstander. Ik heb het nooit gedaan.”