“Soms vind ik het lastig om te bepalen of mijn idealen echt van mij zijn of dat ik mijn ouders napraat”, zegt Marieke Heineke (22), tweedejaars University College en lid van Tragos. “Ik kom uit een typisch gelukkig gezin. Vader, moeder, een jongere broer en zus. Toen ik één was zijn we van Amsterdam naar ’t Gooi verhuisd. Mijn ouders zijn heel links en mijn vader is ook actief in de politiek. Ik vind het een mooi idee dat iedereen gelijke kansen krijgt. Dat middelen en kennis met elkaar worden gedeeld. Ik weet dat het communisme in de praktijk niet werkt, maar ik vind het een mooi idee. Ook probeer ik zo groen mogelijk te leven. Ik kweek mijn eigen kruiden, ben vegetariër en lid van milieuorganisaties. Dat zijn allemaal dingen die mijn ouders ook belangrijk vinden. Ik ga vaak met ze in discussie en ik kan mijn mening goed beargumenteren, dus ik denk toch dat dit mijn eigen denkbeelden zijn.”
Anne Tom Pathuis (22), Incoming Exchange Coordinator van AIESEC, denkt dat hij zijn idealen ook deels van thuis uit heeft meegekregen. “Dat lijkt me ook logisch. Ook ik vind duurzaamheid erg belangrijk, maar ik kijk er wel op een andere manier naar dan mijn ouders. Zij proberen in het klein iets te doen. Ik wil dat de impact van wat ik doe zo groot mogelijk is. Als ik er bijvoorbeeld voor zou kunnen zorgen dat heel Nederland zonnecellen gebruikt, dan heeft dat veel meer invloed dan wanneer ik biologisch vlees koop.”
Pathuis wil later ook in zijn werk duurzaam zijn. “Ik ben net klaar met mijn bachelor bij UCM en zit nu een jaar fulltime in het bestuur van AIESEC. Daarna wil ik een master duurzame energie gaan doen. Dat is ook eigen belang, het is een groeiende sector dus er is veel geld in te verdienen.”
Voor Karin Joanknecht (25), die de research master cognitive neuroscience doet, is het juist een ideaal om het eigen belang uit te schakelen. “Ik denk dat als we allemaal ons ego aan de kant konden zetten, zowel oorlog als vervuiling zou verdwijnen. Ik probeer me zoveel mogelijk af te vragen wanneer ik mijn ego mee laat spelen. Soms denk ik: wat zou liefde doen? Ik wil zoveel mogelijk met liefde leven.”
Joanknecht is al haar hele leven spiritueel. “Mijn ouders zijn niet religieus, maar ik ben er altijd mee bezig geweest. Als kind wilde ik God tekenen, maar ik wist niet hoe dat moest. Toen ik twaalf was, heb ik me laten dopen, omdat ik dacht: God weet helemaal niet wie ik ben. Later heb ik ook veel gelezen over religie en spiritualiteit. Op mijn negentiende ging ik voor het eerst naar India. Dat voelde echt als thuiskomen, ik ben er nu tien of elf keer geweest. De mensen daar zijn spiritueel zonder dat ze het zelf doorhebben. Het is veel meer in het dagelijks leven ingevoerd.”
Ze probeert zoveel mogelijk in het hier en nu te leven. “Ik probeer me heel bewust te zijn van wat ik voel en het daarna los te laten. Als iemand mij kwetst, wil ik dat niet persoonlijk opvatten maar zien als iets wat blijkbaar nodig was voor die persoon. Dat is moeilijk en het lukt ook niet altijd, maar het gaat wel steeds beter.”
Binnen de academische wereld vindt Joanknecht het wel eens lastig om haar opvattingen uit te leggen. “Je kunt het nu eenmaal niet bewijzen. Bijvoorbeeld, ik zie een lampje knipperen. Er is een natuurkundige verklaring waarom dat lampje knippert. Maar ik zie het graag als een glimlach van mijn overleden vriend. Hierna wil ik graag nog een master doen in San Francisco. Daar leer je om spiritualiteit te combineren met de academische wereld.” Haar opvattingen deelt ze graag met mensen, maar die hoeven er niets mee te doen. “Het zou onmogelijk zijn om het niet te delen, het hoort bij mij. Maar als ik zou willen dat iemand er wat mee doet, zou ik ook mijn ego laten meespelen. Die vraagt om bevestiging.”
Pathuis ziet er eveneens niets in om zijn overtuigingen op te dringen. “Ik praat er wel veel over met mensen die het interessant vinden. Soms laat ik een filmpje zien of stuur ik een link door. Maar alleen naar hen van wie ik weet dat ze het leuk vinden. Ik probeer nu geen mensen te inspireren. Later zou ik dat misschien wel willen doen, maar dan moet ik nog veel meer leren en ervaren.”
Heineke wil niet zozeer mensen overtuigen als wel laten nadenken. “Ik vind het mooi zoals Socrates het deed. Niet je mening verkondigen, maar vragen stellen. Soms vind ik het ook leuk om tegen dingen aan te schoppen. Bij Tragos zullen veel mensen mij een vreemde vogel vinden, maar daar zit ik niet mee. Ook daar heb ik mijn plek gevonden en mensen met wie ik op één lijn zit. Ik vind het vooral belangrijk dat mensen zichzelf kunnen zijn. Natuurlijk denkt iedereen in stereotypes en hokjes, maar ik probeer daar niets mee te doen. Ik denk het wel, maar veroordeel het niet.”
Van de ander verwacht Heineke dat hij authentiek is.“Ik hou er niet van als mensen alleen maar doen wat van ze verwacht wordt. Als ik iemand leer kennen vraag ik ook altijd rare dingen. Wat voor groente zou je willen zijn, bijvoorbeeld. Daardoor moeten ze van het gebaande pad afwijken, dat vind ik mooi.”
In de toekomst ziet Heineke zich tijdelijk in een woongroep wonen. “Dat lijkt me wel wat, maar uiteindelijk ga ik me toch ergens vestigen. In Nederland, hier heerst een klimaat waarin ik mijn kinderen zou willen opvoeden. Ik hoop dat ik nog wat minder materialistisch kan worden en dat ik me niet in een keurslijf laat drukken, dat ik het steeds durf om mijn eigen weg te volgen. Misschien bereik ik sommige idealen nooit. Dat is niet zo erg, de weg ernaartoe is ook belangrijk. Als ik op mijn sterfbed lig hoop ik dat ik er toe gedaan heb. Al is het maar voor twee of drie mensen. Dan ben ik tevreden.”
Pathuis kan zich voorstellen dat zijn idealen veranderen. “Misschien botsen mijn idealen met wat het beste is voor mensen om wie ik geef. Of misschien krijg ik een baan waarmee bepaalde idealen onverenigbaar zijn, maar waar ik wel veel voldoening uit haal. Zolang het maar mijn eigen keus is. Als het me overkomt of wordt opgedrongen, zou ik er een stuk melancholischer op terugkijken.”
Joanknecht kan zich een leven zonder spiritualisme nauwelijks voorstellen. “Ik kan het niet uitsluiten, want ik heb het bij andere mensen zien gebeuren, maar ik krijg er zoveel inspiratie van. Ik ben gelukkig als de mensen om mij heen mij mezelf laten zijn en ik hen mijn liefde kan geven.”