Vanochtend heeft hij nog met dozen wijn gesjouwd in de drankhandel van zijn zoon en nu, even na tweeën, staat meneer Van Aubel, 86 jaar oud, in de fitnessruimte van UM-Sport zijn triceps te pijnigen met een gewicht van vijftien kilo (zie foto). Zijn mondhoeken trillen licht als hij de tien nadert. Volbracht! Hij grijpt naar zijn bidon. Hij zegt dat vier maanden krachttraining hem sterker hebben gemaakt. Aan dit toestel begon hij met zevenenhalve kilo. Hij merkt het ook als hij onkruid wiedt, op de fiets zit of armpje drukt met zijn kleinkind. Die won altijd, tot afgelopen weekend.
Van Aubel is een van de zestig 65-plussers die meedoen aan een onderzoek naar krachttraining bij ouderen. Zes maanden lang, drie keer per week, een uur en een kwartier. Doel: de spiermassa en de kracht vergroten, en daarmee de gezondheid - in de vorm van suiker- en cholesterolwaarden - verbeteren. Bovendien moet de training het alledaagse functioneren vergemakkelijken. Spierkracht, zeker in de benen, is essentieel bij tuinieren of boodschappen doen, zegt bewegingswetenschapper Luc van Loon. Sterker nog: “Als je niet meer overeind komt uit een stoel of van de wc, dan kun je bij wijze van spreken nauwelijks nog zelfstandig blijven wonen. Zo simpel is dat.”
Spiermassa neemt bij iedereen af op latere leeftijd maar waarom dat gebeurt is vooralsnog een raadsel, zegt Van Loon. “We weten dat de hoeveelheid spiermassa afhangt van twee dingen: beweging en voeding. Maar niet bij ouderen, zo lijkt het. Die verliezen massa ongeacht hoeveel ze bewegen en wat ze eten. Onze studie werpt hier hopelijk meer licht op. Naast de training krijgen de proefpersonen ook extra eiwit in de vorm van een melkdrankje.”
De halfjaarlijkse studie is net over de helft en nu al blijkt de buikomvang van veel deelnemers gedaald en het volume van de beenspieren vergroot. En niemand heeft last van blessures of pijntjes. Wel is het zaak, al staat dat los van de leeftijd, om de dames en heren gemotiveerd te houden. Er is nog niemand afgehaakt, zegt promovenda Marika Leenders. Wellicht mede doordat de populatie is opgedeeld in clubjes van zes, wat het groepsgevoel versterkt. “Als Henk niet komt opdagen, vraagt iedereen zich meteen af waar Henk blijft.” Bovendien is er al een barbecue op touw gezet en zijn er shirtjes gedrukt.
Meneer Van Aubel heeft zijn eigen beweegredenen om mee te doen. Het is al de zesde keer dat hij met een proef van de universiteit meedoet, zegt hij. “Wat ik fijn vind is dat ze dan ook je gezondheid controleren. Eén keer ontdekten ze in een vroeg stadium galstenen, waardoor een operatie niet nodig was.”