Eind 2007 heeft de Tweede Kamer het zogeheten actieplan Nederland Open in Verbinding (NOiV) aangenomen. Daarin worden overheidsorganisaties en onder meer zorg- en onderwijsinstellingen aangemoedigd om te kiezen voor open source-software (gratis, en openbaar) en voor ‘open standaarden’ (afspraken die het uitwisselen van bestanden makkelijker maken). Hierbij geldt het ‘pas toe of leg uit’-principe: wie niet kiest voor ‘open’ heeft iets uit te leggen.
De Universiteit Maastricht reorganiseerde in 2005/2006 de ICT-inrichting onder de naam Prisma. Het doel was standaardisering, onder meer zodat iedereen aan de UM met dezelfde soft- en hardware zou werken. Je zou verwachten dat de UM in het kader van de bezuinigingen koos voor gratis in plaats van duur, maar de werkelijkheid is anders. Los van een paar experimenten past de UM niet toe en legt ze niet uit.
In het Prisma plan was geen plaats voor open standaarden, net zoals open source geen plek heeft in het IT beleid. Zo gebruiken we het besturingssysteem Windows in plaats van het gratis Ubuntu, werken studenten in Blackboard en niet in Moodle, doen ze hun statistiek in SPSS of STATA in plaats van R, en gebruiken we allemaal Microsoft Office (Word e.d.) en niet Open Office. Ook het CMS systeem waarmee de UM website wordt onderhouden, is licentiesoftware (GX WebManager) terwijl Joomla een uitstekend open source-alternatief is.
Toegegeven, ik ben een voorstander van open source en daarom bevooroordeeld. Maar zelfs ik zou niet in alle gevallen problemen hebben met licentiesoftware, zolang deze tenminste werkt. Wat ik tot nu heb gezien van GX en SAP zijn hoge kosten en extreme vertragingen.
SAP is sowieso een probleem op zich. De UM is in 2000 gestart met dit archaïsche systeem, in de vorm van een human resource-module. Inmiddels zit de hele UM aan SAP vast. SAP is het verkeerde systeem, dat ook nog eens verkeerd is geïmplementeerd. Zo hebben we bijvoorbeeld nog steeds geen centraal adresboek maar moet er bij elke mailing van het relatiemagazine een reeks Excel-lijstjes (handmatig) aan elkaar geplakt worden.
Onhandig is bovendien dat de UM weinig SAP-expertise in huis heeft en hiervoor dus moet aankloppen bij bedrijven zoals Logica CMG. Een tijd terug riep de UM de hulp in van een SAP-consulent; voor diens salaris had de universiteit open source-software kunnen aanschaffen (een module van slechts 149 dollar) die 580 jaar gehost had kunnen worden.
Een ander nadeel is dat SAP - net als alle licentiesoftware – zorgt voor technological and vendor lock-in, zoals dat heet. Wat - kort door de bocht -betekent dat je binnen SAP alleen SAP-modules kunt gebruiken, en alleen SAP-leveranciers kunnen deze spullen leveren.
Ik had willen afsluiten met een paar positieve voorstellen, maar ik zie geen oplossingen. Ten eerste omdat er geen open discussie over SAP en in bredere zin het ict-beleid mogelijk lijkt aan de UM. Ten tweede vanwege een hardnekkig psychologisch effect: als je eenmaal ergens in hebt geïnvesteerd, blijf je ermee doorgaan. En aangezien er miljoenen zijn geïnvesteerd in SAP, vrees ik dat we immer geradeaus gaan, ook al zitten we – denk ik - op de verkeerde weg.