Onlangs is aan onze mooie universiteit professor Verkerk aangesteld, die vanuit de Reformatorische Wijsbegeerte gefinancierd wordt. Nu is mijn subjectieve nieuwsgierigheid nauwelijks in toom te houden en heb ik voor u maar eens geïnformeerd wat deze “wijsbegeerte” nu precies inhoudt. Het beste kan het waarschijnlijk omschreven worden als een poging om de Bijbelse “waarheid” in een wetenschappelijk verantwoord filosofisch jasje te passen. Dit natuurlijk niet door de “waarheid” zoals geopenbaard in de Bijbel aan te passen (of de interpretatie daarvan). Men bereikt dit, gebaseerd op de ideeën van Dooyeweerd, door te postuleren dat objectieve wetenschap onmogelijk is. Daarin ziet men dan een legitimatie om expliciete subjectieve “wetenschap” gelijk te stellen met empirische wetenschap. Volgens haar statuten stelt de Vereniging en Stichting voor Reformatorische Wijsbegeerte zich ten doel “om een bijdrage te leveren aan de verdieping van het wijsgerig inzicht in de geschapen werkelijkheid en het vruchtbaar maken van dit inzicht voor wetenschap en samenleving” (art. 3). U kunt zich hierbij het volgende voorstellen: de theorie van de evolutie van biologisch leven vertoont gaten en daarom bestaat er een scheppende God.
In mijn ogen is de naam Reformatorische Wijsbegeerte dan ook een pseudoniem voor Theologische Pseudo-wetenschap. Dit komt met name tot uiting in de “filosofie”-colleges (zie de site van de vereniging), door het aannemen en verdedigen van een dualistische visie op hersenen en ziel. Voor mij persoonlijk is dit in strijd met de huidige stand van kennis in de psychologie. Het verwisselen van de termen 'bewustzijn' en 'ziel', is dan ook iets wat thuis hoort in esoterische lectuur, niet in wetenschappelijke publicaties.
Naar mijn bescheiden mening is het zeer problematisch dat de Reformatorische Wijsbegeerte de beschikbare filosofische instrumenten pas gaat inzetten nadat op geheel onwetenschappelijke wijze de Bijbel als waarheid en als basis voor wetenschap aangenomen is. Ik dacht net dat filosofen als Kant, Nietzsche en Russell genoeg aanleiding zouden geven om als filosoof de mouwen eens op te stropen en te proberen een op logica en rede gegrond godsbewijs te vinden. De Reformatorische wijsgeer zal waarschijnlijk tegenwerpen dat het onmogelijk is om bewijs voor een transcendente entiteit te leveren, aangezien wij (nog) niet in staat zijn om de existentie van deze entiteit te meten of te beredeneren. De gelovigen van deze goden beweren echter dat hun God op de natuur inwerkt en elke dag met goddelijke tovenarij de natuurwetten tijdelijk buiten werking zet. Dit legitimeert in mijn ogen wel degelijk onderzoek naar de sporen die dit fenomeen op de natuur moet achterlaten. Gelukkig hoeven we bij een omnipresente God niet ver te zoeken. God is dan overal, dus ook in het hoofd van de proefpersoon in een fMRI scanner (met de kennis van de cognitieve neuropsychologie lijkt dit in ieder geval de meeste kans van slagen te bieden). Het argument dat het voor ons (nog) niet mogelijk is om uitspraken te doen over dat wat buiten de grenzen van ons universum of de ons bekende dimensies ligt, zou ik ten volle willen onderschrijven. Dit is voor de Reformatorische Wijsbegeerte natuurlijk niet anders. De enige toegang tot het transcendente schijnt dan ook in bronnen van openbaring te liggen. Gelukkig is het wel mogelijk om op geheel wetenschappelijke wijze de betrouwbaarheid van deze bronnen te onderzoeken. En uiteindelijk is het zelfs mogelijk om de tot in de details gedefinieerde hypothese van een christelijke God op wetenschappelijk verantwoorde wijze te falsifiëren. Ik verwijs daarom graag naar het boek “God: The Failed Hypothesis” van Victor J. Stenger.
Het mag onbetwist zijn dat de wetenschappelijke methode niet tot 100% correcte modellen van het universum kan leiden. Dit neemt natuurlijk niet weg dat de wetenschappelijke methode wel degelijk de waarschijnlijkheid van een bepaalde propositie kan vaststellen. Als voorbeeld zou ik willen stellen dat de, niet te falsifiëren hypothese dat God door het uitspreken van een toverspreuk de wereld geschapen zou hebben, een bepaalde waarschijnlijkheid kan worden toegedicht. De waarschijnlijkheid van een alternatieve hypothese die mathematisch door o.a. Lawrence Krauss is aangetoond, namelijk dat een kwantummechanisch niets wel tot een ‘Big Bang’ moet leiden, is niet alleen veel groter, maar is ook nog eens (wiskundig) te falsifiëren.
Professor Verkerk heeft de opmerking gemaakt dat de Bijbel niet als natuurkundeboek gezien moet worden maar wel een autoriteit is op het gebied van ethiek en moraal. Deze ethiek zou dan de basis voor wetenschap dienen te zijn. Dit is in mijn ogen vergelijkbaar met de uitspraak dat de boeken van Rien Poortvliet over kabouters niet als geschiedenisboeken moeten worden gezien. “Kabouters bestaan misschien niet, maar ze hebben wel rode puntmutsjes.”