Naam: Renske Wassenberg (30), voorzitter van acrobatiekvereniging Acropolis
Werk: kinder- en jeugdpsycholoog
Aantal leden: 20
Voertaal: Nederlands en Engels
Logo: gekleurde letters met poppetjes erin
Attribuut: “Geen, bij acrobatiek gebruik je alleen elkaar.”
Naam: Astrid Schuijlenburch (23), voorzitter van korfbalvereniging Hippo’s
Werk: onderzoeksassistent
Aantal leden: 20-22 (“Er zitten wat mensen in het buitenland”)
Voertaal: Nederlands
Logo: een nijlpaard
Attribuut: het clubshirt
Het is in deze rubriek een vreemde eend in de bijt, acrobatiekvereniging Acropolis. Ze zijn niet aangesloten bij de MUSST en hebben nog maar weinig studentleden. Toch hadden zo ooit heel wat studenten in de gelederen. Waar zijn die gebleven?
Wassenberg: “Het is moeilijk om nieuwe aanwas te krijgen. Het wordt alleen nog maar lastiger want onze leden worden ouder, dus is het steeds minder aantrekkelijk als student om erbij te komen. Wij zitten juist niet iedere avond in de kroeg. Je moet echt met een groepje komen. Zo ben ik zelf ook ooit begonnen.”
Schuijlenburch: “Wij hebben hetzelfde probleem, hoewel we wel regelmatig een feest organiseren of naar de kroeg gaan. Vorig jaar hadden we nog 35 leden, nu twintig. Volgend jaar blijven er daar waarschijnlijk nog tien van over. Bijna iedereen is klaar met studeren, net als ikzelf.”
Korfbal staat ook niet bekend als een spannende sport…
Schuijlenburch: “Het heeft inderdaad een heel stoffig imago. Toch krijgen studentenverenigingen uit andere steden wel nieuwe leden. Misschien komt het door de regio. In Zuid-Limburg zijn bijna geen korfbalverenigingen. Het leeft hier niet. En er zijn veel internationale studenten. Die kennen het hele concept van korfbal niet, het wordt vooral in Nederland en België gespeeld. Het is een sport die je eigenlijk van jongs af aan moet beoefenen. Er zijn veel regels en het is moeilijk die nog te leren op latere leeftijd.”
Wassenberg: “Ik denk dat wij last hebben van de onbekendheid van de sport. Veel mensen leggen de link met Adriaan van Bassie en Adriaan, maar wat wij doen lijkt meer op Cirque du Soleil. Het is een soort turnen, maar dan zonder toestellen. Het is ook speels, spelen voor volwassenen.”
Schuijlenburch: “Vallen jullie nooit?”
Wassenberg: “Nee. Soms zijn er ongelukken, maar niet van het soort dat je verwacht. Stomme dingen, je enkel zwikken bij het afspringen bijvoorbeeld.”
En dan zijn er nog die vooroordelen over het gemengd douchen.
Schuijlenburch: “Daar krijg ik echt vaak opmerkingen over.”
Wassenberg: “En? Douchen jullie gemengd?”
Schuijlenburch: “Nee.”
Wassenberg: “Wij wel.”
Schuijlenburch: “Echt?”
Wassenberg: “Ja, dat is zo gegroeid. We hebben op veel verschillende locaties gezeten en op een gegeven moment hadden we maar één kleedlokaal. Nu hebben we er trouwens weer twee, dus het hoeft niet. Sommige mensen douchen ook gewoon thuis. Maar acrobatiek is een vrij intieme sport, omdat je de hele tijd met je lichaam en elkaar werkt. Dus het voelt niet raar.”
Ontstaan er dan ook vaker stelletjes?
Wassenberg: “Euhm, ja.” Ze lacht. “Eigenlijk is dat nooit een goed idee. Je moet op elkaar kunnen vertrouwen bij het acrobatieken. Als je dan net bonje hebt gehad, gaat het niet. Hebben jullie stelletjes?”
Schuijlenburch: “Onderling niet, maar we hebben wel goede ‘connecties’ met Nijmegen. Iedere maand organiseert één van de studentenkorfbalverenigingen ergens in het land een toernooi. Dan ontstaat er wel eens iets.”