Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Hoe sterk is de eenzame fietser

De laatste vakantie met je ouders, dat is net zoiets als met pensioen gaan. Of als scheiden. Je wilt afstand doen van je verleden en dat lukt niet zonder een belangrijk deel van jezelf weg te gooien. Was het maar vast volgend jaar.
Ik was zestien en had weinig benul van hoe ik het in het leven aan moest pakken. Enige Weltschmerz was mij niet vreemd en zonder twijfel voelde ik mij onbegrepen. Wat anderen nu precies van mij niet begrepen, daar had ik geen flauw idee van en waarschijnlijk begreep menigeen mij juist beter dan ik mijzelf. Maar ik zat ermee.

In Noorwegen.

Daar hadden mijn ouders een hut gehuurd in een schaduwrijk dal. Er was ook nog mijn broer. Zijn aanwezigheid was destijds even ondraaglijk als die van mijn ouders, ik denk omdat ik mijzelf niet verdroeg. Ik sliep dus alleen in een tentje verderop. De grond was er drassig. Dat kon niet anders want er was alleen rots of moeras. En op de stenen bodem kon je geen haring de grond in krijgen. Het werd ’s nachts niet donker in dat dal en minieme mugjes wrongen zich door het tentgaas om een fijnmazig net van steeds gekmakender jeuk over mijn huid te spannen. Knutjes werden ze genoemd. Elke nacht klonk aanhoudend zoemen, als van een oude ijskast in de verte.

Eenzaamheid heeft een prijs.

In die jaren was iedereen vol van maatschappelijke betrokkenheid. Ik had een boekje over Karl Marx gelezen en aangezien ik geen idee had wat ik in de Noorse natuur moest doen, besloot ik voor we op vakantie gingen in de openbare bibliotheek Het Kapitaal te lenen. Die 600 bladzijden, daar zou ik de tijd wel mee stukslaan. En dat lukte. Het was net niet licht genoeg om te lezen maar ik had een petroleumlampje, dat met zijn walm de knutjes wat op afstand hield. Zo beet ik mij vast in de afnemende meeropbrengst en in de beroerde omstandigheden van Engelse fabrieksarbeiders totdat ik bij het krieken van de dag in slaap viel.

Overdag dwaalde ik in mijn eentje door de al te aanwezige natuur. Had ik geweten wie Wittgenstein was en hoe hij in Noorwegen de eenzaamheid had gezocht, dan had ik mijn afzondering enige allure kunnen geven. Maar ik wist niet eens wie ik zelf was. Ik graasde mij met de volharding van een kudde schapen een weg door het proza van Marx, waarbij ik geen voetnoot onaangeraakt liet en mij de kritiek op Ricardo niet liet ontgaan. Ik weet niet waar die volharding en die zucht tot afzondering vandaan kwamen en ik geloof dat ik mij er voor schaamde.

Het sloeg nergens op. Maar wanneer ik in de jaren erna in debatten over marxisme verzeild raakte, brachten gehaaide communisten en ervaren debaters mij niet snel meer van mijn stuk. Weliswaar voelde ik soms een vage jeuk, alleen hadden zij vast Het Kapitaal niet gelezen, dacht ik bij mezelf. En ik rechtte mijn rug.

Maarten Doorman, docent cultuurfilosofie UM en bijzonder hoogleraar Universiteit van Amsterdam

 

 

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Name (required)

Email (required)