Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Papa en mama gaan scheiden, maar voor de kindertjes verandert er niets hoor”

“Papa en mama gaan scheiden, maar voor de kindertjes verandert er niets hoor”

Photographer:Fotograaf: Guy Peeters en Martin Paul (Loraine Bodewes)

Bestuurlijke integratie MUMC+ mislukt, de samenwerking gaat gewoon verder

Jarenlange en stroperige gesprekken over de vorming van het Maastrichtse UMC, en in het zicht van de haven toch nog een “totaal nieuwe eis” van de zijde van het AZM. Die bovendien onacceptabel was, zo zegt de voorzitter van de raad van toezicht van de UM, Ad Veenhof. Vlak voor Pasen legde hij tegenover een vijftigtal FHML-medewerkers uit hoe en waarop de onderhandelingen spaak liepen. Maar bij diezelfde bijeenkomst gaf Martin Paul, voorzitter van het college van bestuur van de UM, toch blijk van enig optimisme: “Misschien dat er over een jaar of drie weer wat mogelijk is.”

Het altijd wat morsige Randwijckpand Deb 1, woensdag 27 maart, kwart over vijf in de middag, een van de collegezaaltjes. De bijeenkomst is nog geen twee uur eerder per algemene e-mail aangekondigd, door de decaan van de Faculty of Health, Medicine and Life sciences, prof. Albert Scherpbier.

De zaal vult zich langzaam, met hooguit zo’n vijftig mensen. “Als je de clinici er niet bij wil hebben moet je het vooral kort van tevoren aankondigen”, zegt een wat sarcastische prof. Geertjan Wesseling, longarts. Want die moeten altijd een hoop afspraken verzetten. “Jammer”, zegt Ad Veenhof, voorzitter van de raad van toezicht later, “maar het kon niet anders omdat we een geruchtenstroom, die zeker was ontstaan als we het twee dagen eerder hadden aangekondigd, wilden vermijden”. Raadselachtig was het mailtje wel: het ging erom “de ontwikkelingen rond de UMC-vorming uit te leggen”. Meer niet.

Dr. Alice Drenthe, docent bij het skillslab: “Ik schrok me dood. Echt, ik zie dat mailtje en ik denk: de faculteit is failliet. Vervolgens kwam er een officiële mededeling over het UMC en die was ook niet helemaal helder, dus ik erheen.”

Daar treft ze drie heren achter de tafel. Ad Veenhof speelt de hoofdrol. Hij is vandaag op tournee binnen de UM. Diezelfde ochtend heeft hij de in het managementteam verzamelde decanen ingelicht, het presidium en de vertrouwenscommissie van de universiteitsraad, een vertegenwoordiging van de faculteitsraad en nu dan de facultaire medewerkers zelf.

Naast hem prijken de voorzitter van het college van bestuur, prof. Martin Paul en decaan Scherpbier. Die zullen naderhand nog wat toevoegen, maar Veenhof heeft de regie. Waarom hij? “Omdat”, zegt hij vanachter de katheder, “het een beslissing van de raad van toezicht is, en die wil ik overbrengen. U weet hoe dat gaat in het bedrijfsleven, bij de opening van een fabriek is iedereen erbij, bij de sluiting zie je niemand meer.”

Martin Paul reageert gespeeld geschrokken en roept dat hier geen fabriek gesloten wordt, maar de boodschap is duidelijk: het is over en uit met de bestuurlijke integratie van AZM en UM.

 

Horten en stoten

Het wordt een chronologisch verhaal van de oppertoezichthouder. Alleen begint hij niet bij het echte begin, dat rond 2000 ligt, als de eerste serieuze gesprekken over integratie beginnen tussen rector magnificus prof. Arie Nieuwenhuijzen Kruseman en AZM-baas Jan Carpay. Of eigenlijk nog iets eerder, want ook prof. Vic Bonke zocht als decaan van geneeskunde toenadering tot het AZM. Maar Bonkes bewind eindigde in zijn gedwongen ontslag als decaan, in 1999, een rel die in Maastricht en heel academisch Nederland veel opzien baarde. Bonke is er van overtuigd dat het toenmalige college van bestuur hem precies vanwege zijn vrijage met het ziekenhuis de laan uit stuurde.

Zo heftig is het daarna niet meer geworden, maar gemakkelijk is het evenmin gegaan. Met horten en stoten komt een proces op gang dat erop gericht is – je zou het bijna vergeten met al die bestuurlijke heisa – om onderwijs, onderzoek en patiëntenzorg meer met elkaar te verbinden, iets waar elk domein garen bij zou spinnen. De zorg, omdat die kan drijven op goed wetenschappelijk onderzoek en samenwerking van specialismen; het onderzoek omdat het dichter bij de patiënt komt te staan en preventie, behandeling en nazorg niet meer los van elkaar worden gezien; het onderwijs omdat ook dat dichter op de patiënt wordt georganiseerd.

Zo althans staat het te lezen in het ‘Visiedocument MUCH’ dat in 2004 verschijnt. Het is een uitvloeisel van een ‘samenwerkingsverband’ dat in 2002 in het leven is geroepen onder dezelfde titel MUCH: Maastricht University Centre for Health. Het samenwerkingsverband leidde weer tot een stuurgroep (er is in het UMC-verleden heel wat af ge-stuurgroept, ge-projectgroept enzovoorts) onder leiding van geneeskundedecaan prof. Harry Hillen, met daarin een zware vertegenwoordiging vanuit het ziekenhuis, onder meer de opvolger van Carpay, drs. Guy Peeters.

 

Champagne

Faculteit en AZM werkten dus meer en meer samen, en met resultaat. Het visiedocument, de naam zegt het al, verplichtte weliswaar nog tot weinig maar maakte wel al stevige keuzes om vooral het onderzoek te concentreren op bepaalde thema’s, hart en vaatziekten bijvoorbeeld, en chronische ziekten. En dat weer nauw verbonden aan de ‘topreferente’(zeer specialistische, typisch academische) zorg. Die aanpak kwam drie jaar later terug in ‘Focus en Ketens’, een product van Hillen en Peeters gezamenlijk, en toen werden er inhoudelijk spijkers met koppen geslagen.

Inmiddels was ook al de – weinig creatieve - naam MUMC+ verzonnen, waren de faculteiten geneeskunde en gezondheidswetenschappen gefuseerd en leek de tijd rijp voor meer formele stappen. Want samenwerken is aardig, maar zonder stevige organisatie en dito bestuursstructuur allicht iets te vrijblijvend. En zo kwam het dat op 7 januari 2008 het MUMC+ (het plusje staat voor de inbreng van gezondheidswetenschappen) met champagne ten doop werd gehouden. Feestelijk, in café Ipanema, in het Bonnefantenmuseum, met zicht op langsglijdende rondvaartboten.

 

Eén bestuurstafel

2008, in dat jaar laat Veenhof zijn relaas beginnen, waarna hij met flinke stappen door de recente geschiedenis gaat. Want destijds is “een tussenstap” gezet, het doel was “volledige integratie”, zegt hij. Dat klopt, dat vond toen ook Guy Peeters. In zijn toespraak op 7 januari 2008 zei die letterlijk: “Van belang is één integrale visie en wij voegen er nu aan toe dat afwegingen over de toekomst plaatsvinden aan één bestuurstafel, of het nu gaat om onderwijs, opleiding, onderzoek of patiëntenzorg. Hiermede liggen strategiebepaling, toebedeling van middelen en benoeming van sleutelfiguren in een hand.” Hij was zijn speech begonnen met de vaststelling dat het UMC moest leiden tot “strategische samenhang en bureaucratische afslanking”.

Toegegeven, een meeslepend spreker is er aan Peeters niet verloren gegaan, maar zijn woorden van destijds waren wel duidelijk. Eén bestuurstafel, hij zal het ook op andere plaatsen herhalen. Wat is er dan toch misgegaan? En wat was de rol van Peeters zelf daarin?

 

Kanonnen

Eerst nog even terug naar Veenhof, twee weken geleden. Die schetst het vervolg: de stagnatie in de praktijk van de UMC-vorming sinds de champagnebijeenkomst, de hulp die men inriep van kanonnen als Niek Urbanus (oud-AMC-voorzitter) en André Knottnerus (destijds voorzitter Gezondheidsraad) die leidde tot een rapport (april 2011) dat constateerde dat er weeffouten in het tot dan werkende model zaten, dat het MUMC “verlammingsverschijnselen” vertoonde en dat men door moest naar volledige integratie.

Veenhof: “In de eerste maanden daarna zaten de twee raden van toezicht, van de UM en het AZM, niet op één lijn. Het AZM wilde een volledige integratie van faculteit en ziekenhuis, en daarnaast had je dan nog de rest van de universiteit.”

Veenhof, de UM, wilde dat niet. Dat leverde immers “onbalans” op, een gigantisch complex in Randwijck dat min of meer los zou opereren van de binnenstadsfaculteiten en, for that matter, van het college van bestuur. Dat was aan UM-zijde altijd al de kern van de bezwaren tegen een UMC geweest, ook al onder collegevoorzitter Karl Dittrich in de jaren negentig. 

Toch kwam men eruit: het AZM schikte in, eind 2011 werd gezamenlijk geconcludeerd dat men over een geïntegreerd model ging nadenken. In mei 2012 kwamen de contouren daarvan naar buiten, een overeenkomst die door de betrokkenen het Hoefslagakkoord is genoemd. Die naam heeft minder met hippische dan met culinaire activiteiten te maken; de Hoefslag is een restaurant – niet het minste, ze hebben een Michelinster - in de bossen van het Gooi waar de raden van toezicht, althans de voorzitters, bijeenkwamen. Want tja, niet iedereen woont in Maastricht tenslotte.

 

Hoefslagakkoord

Wat behelsde dat akkoord? Hier wordt het even ingewikkeld, want anders dan bij andere UMC’s in het land ging het uiteindelijk om een bestuurlijke integratie van het ziekenhuis met de universiteit als geheel. Met als gevolg: ziekenhuisbestuurders in het college van bestuur van de UM. Volgens oud-rector Arie Nieuwenhuijzen Kruseman, nu terugkijkend, een onzinnige constructie (“je moet dat niet mengen, geef het UMC een aparte status, dan is het maar zo dat ze wat losser komen van de rest van de universiteit”) maar de UM koos hier nu eenmaal voor.

De eerste stap: AZM en faculteit gaan samen in het MUMC, onder een eigen raad van bestuur onder voorzitterschap van Guy Peeters van het AZM, en met de FHML-decaan als vicevoorzitter.

De volgende stap is dan de integratie op het niveau van de universiteit. Het college van bestuur zou daartoe worden uitgebreid met een vierde persoon. De UM brengt de eigen voorzitter en de rector in, ziekenhuis/MUMC levert de twee andere leden. Het ziekenhuis stond erop dat een van die twee opnieuw de eigen voorzitter, Peeters, zou zijn. Die dus een dubbelrol zou krijgen: voorzitter van het MUMC en vicevoorzitter van het hogere orgaan, het college van bestuur. Een wat vreemde constructie omdat Peeters dan min of meer aan zichzelf zou rapporteren en omgekeerd zichzelf zou controleren, maar goed, deze keer schikte Veenhof (“het was niet mijn eerste keus”) in. Het vierde lid zou de CFO worden, de financiële bestuurder.

Veenhof twee weken geleden: “Het leek erop of we eruit waren.” Toch moet ook hij toen al nattigheid hebben gevoeld. Want, zegt hij nu, de afspraak was dat beide partijen deze overeenkomst in eigen gelederen bekend zouden maken. De UM gaf een ‘communicatiedocument’ uit, het ziekenhuis vond dat allemaal niet zo nodig. “Het is een stap in het proces, en niet iets wat je wereldkundig maakt”, klonk het daar zuinig.

 

 

Kruisjeslijst

Goed, het proces ging opnieuw hortend en stotend verder, Peeters en Martin Paul kregen (mei 2012) de opdracht de relatie tussen college en MUMC-raad van bestuur uit te werken, wie precies waarvoor verantwoordelijk was bijvoorbeeld. Ook dat kostte, net als elk punt in wat zo langzamerhand op een martelgang begon te lijken, maanden en maanden. Het resultaat, een “kruisjeslijst” die nooit openbaar is gemaakt maar die op elk beleidspunt de bevoegdheden regelde, kwam in september terug bij de raden van toezicht, “daar zijn wat punten en komma’s veranderd” (Veenhof) en in oktober 2012 was het afgerond.

Klaar! De vlag uit? Feest in Randwijck? Nou nee.

Veenhof tijdens de facultaire bijeenkomst: “Toen, en dat was totaal nieuw, kwam de raad van toezicht van het ziekenhuis met de stelling dat de CFO in het college van bestuur dezelfde persoon moest zijn als de CFO van de raad van bestuur van het MUMC. De enige reden die ik daarvoor gehoord heb is dat men vond dat het anders te complex en niet efficiënt zou zijn.”

Hier, zo vertelt Veenhof, kwam het breekpunt te liggen.

 

Principieel bezwaar

Daarover zo meer, eerst even naar het ziekenhuis: klopt dit? Was dit een nieuwe eis? En waren dat de argumenten? We vragen het via de communicatieafdeling aan Rokus van Iperen, de voorzitter van de raad van toezicht.  Van Iperen krijgen we niet te spreken, Guy Peeters ook niet, er komt alleen een mailtje dat, zoals vaker, niet uitblinkt in helderheid. Over de CFO staat er dat de raad van toezicht  van het AZM “de positie van de CFO van het UMC in relatie tot het beoogde geïntegreerde bestuur (…) altijd essentieel” heeft gevonden. Dat suggereert een beetje (“altijd”) dat men er eerder over begonnen is, maar Veenhof ontkent dat met klem. “Het is nooit eerder ter sprake gebracht. Daarom was het ook zo verrassend. Als het eerder was ingebracht, waarom staat het dan niet in de tekst over het Hoefslagakkoord van mei 2012? Die is gezamenlijk opgesteld. Dus dat is het bewijs.”

Veenhof legt uit wat de bezwaren van de UM waren. Praktisch en principieel. Praktisch: de universiteit heeft een financiële man, het ziekenhuis heeft er een. Hun werk zou door één persoon gedaan kunnen worden? Niet erg waarschijnlijk. Ook praktisch: integratieprocessen zijn ingewikkeld, vooral de eerste twee jaar is er veel werk, zijn er  allerlei problemen, daar moet je niet minder maar juist met meer mensen tegenaan gaan. Dan kun je later altijd nog indikken, mocht dat gewenst zijn. En principieel: een bestuurscollege moet op enige afstand opereren van de ‘bedrijfsonderdelen’. Voorstellen uit die hoek moet je onafhankelijk kunnen beoordelen. “Dat gaat dus niet als twee leden uit een van die bedrijfsonderdelen komen; die moeten dan hun eigen voorstellen beoordelen. En zeker als het om de financiële topman gaat. Wanneer die een dubbelfunctie bekleedt, waar zijn dan je financiële checks and balances? Dat is tegenwoordig een gevoelig thema in de wereld van de governance, ook in de onderwijssector. Het is misgegaan bij ROC’s, bij hogescholen, dus daar is men tegenwoordig ook bij het ministerie zeer alert op.”

 

Compromis

Er volgen weer enige maanden van moeizaam overleg. Begin maart suggereerde Veenhof nog een compromis, meldt hij, een laatste voorstel: de huidige CFO van het ziekenhuis, Lou Brans Brabant, wordt CFO van het MUMC en de CFO in het college van bestuur komt er op voordracht van de AZM/MUMC-raad van toezicht, met een termijn van vier jaar. “Na tweeëneenhalf jaar zouden we dan kunnen kijken of we inderdaad twee mensen nodig hebben of dat het toch met eentje kan, zoals het AZM wil. Ja, in dat laatste geval zouden wij ons principe in moeten slikken, daarom was het ook een serieus compromisvoorstel wat mij betreft. Maar ze hebben het niet geaccepteerd.”

En daarmee was het over en uit.

De partijen besluiten er een punt achter te zetten, er wordt op 27 maart een communiqué gelanceerd dat de bestuurlijke integratie niet door gaat maar dat men de operationele samenwerking in een “coöperatief” model “versterkt” doorzet. De toon is vooral optimistisch. Longarts Geertjan Wesseling: “Ik las die verklaring in de mail, het ging allemaal over warme samenwerking en zo, veel ronkende volzinnen.”

 

Opgewekt

Ook tijdens de facultaire voorlichtingsbijeenkomst is de toon opmerkelijk opgewekt. Decaan Albert Scherpbier meldt zelfs dat “we vrolijk, goedgemutst aon de geng gaan”. Tot ergernis van enkele aanwezigen. Alice Drenthe: “Hier zijn een heleboel mensen - ze horen tot de best betaalde bestuurders van Nederland - jaren mee bezig geweest, en dan krijgen wij te horen dat het niet doorgaat maar dat we ons nergens druk over hoeven te maken. Een beetje als: luister, papa en mama gaan scheiden maar we blijven vriendjes en voor jullie, de kinderen, verandert er echt niets. Dat geloof je toch niet! Zoiets stoort me. Dus ik stelde een vraag, of dit nu om voortschrijdend inzicht ging of dat het gewoon mislukt was. Pas toen kwam er een beetje stoom uit de heren.”

Een beetje, dat klopt wel. Martin Paul laat weten dat wat hem betreft bestuurlijke integratie beter is dan de situatie nu. Maar hij heeft goede hoop dat er over drie, vier jaar toch een stap gezet kan worden. Wat zou er in die periode dan gebeurd kunnen zijn? Daar geeft hij geen antwoord op.

Veenhof legt uit wat het nadeel van de mislukte onderhandelingen is. Met twee gescheiden organisaties zijn spanningen in de samenwerking nu eenmaal lastiger te managen dan in een geïntegreerd model. “Want daarin zijn processen voorzien om het op te lossen.” En, zegt hij, “niemand staat te juichen”.

 

Achterstand

Maar wie oud-KNMG-voorzitter Arie Nieuwenhuijzen Kruseman naar zijn mening vraagt over de gevolgen voor ‘Maastricht’, hoort een bezorgder geluid: “Het brengt het MUMC op achterstand ten opzichte van de rest van het land. Alle andere UMC’s zijn geïntegreerd, Maastricht wordt als buitenbeentje gezien en dat blijft dus zo. Kijk, alle UMC-voorzitters praten met elkaar namens het geheel, maar Guy Peeters kan alleen voor het ziekenhuis praten, niet voor het universitaire deel. Dat is ongelukkig.”

En oud-collegevoorzitter Jo Ritzen is helemaal des duivels. Tegenover Dagblad De Limburger laat hij per mail weten dat hij vindt dat de minister moet ingrijpen. Hij stuurt de mail naar vele anderen, inclusief Guy Peeters. Die zal niet amused zijn geweest toen hij het las. Want Ritzen schrijft dan wel dat Observant het mis had toen het schreef dat hij en Peeters niet door één deur konden, maar vervolgens laat hij weinig achterwege om Peeters de zwarte piet toe te schuiven. Die zou nauwelijks academische affiniteit hebben, te eigengereid zijn, te veel gericht op de ontwikkeling van het AZM als streekziekenhuis.

Ritzen staat daarin niet alleen. In De Limburger verscheen afgelopen weekend een groot stuk over het MUMC met als teneur dat inderdaad Peeters de fusie heeft geblokkeerd. Binnen de universiteit wordt dat beeld niet sterk bestreden maar ook niet uitdrukkelijk bevestigd.

 

Peeters

Het dan maar aan Peeters zelf vragen? Dat is lastig. Het communicatiebeleid van het ziekenhuis lijkt er vooral op gericht om zo min mogelijk te communiceren. Zo heeft de uitlegtournee van Ad Veenhof door de universiteit geen pendant gekregen in het ziekenhuis. Noch Rokus van Iperen van de raad van toezicht, noch Peeters zelf heeft de medewerkers toegesproken. Zelfs afdelingshoofden zijn niet apart geïnformeerd, iedereen moest het doen met een paar summiere verklaringen in de gemailde Summum actueel, het huisorgaan. Iedereen, behalve de ondernemingsraad. Die is altijd maandelijks op de hoogte gehouden over de ontwikkelingen door Peeters. OR-voorzitter Pie Esten: “Hij heeft ons meegenomen in het hele traject, vrij transparant. Vorig jaar was hij nog tamelijk optimistisch. Zelfs Van Iperen was optimistisch, in oktober, november nog. En dat is zeer zeldzaam bij hem, dat hij zich zo uitlaat. Maar de laatste maanden werd het moeilijker, dus verbaasd waren we niet, teleurgesteld wel. Aan de andere kant zijn we blij dat het afgelopen is met het doorschuiven van thema’s. Want we moesten te vaak eerst wachten op de ontwikkelingen rond het UMC voordat we ergens verder mee konden.”

Heeft hij iets gehoord over de argumenten aan AZM-kant? “Peeters heeft wel duidelijk gemaakt dat het vooral om die CFO ging, maar het fijne ervan weet ik niet. O, was het de bedoeling dat dezelfde persoon op twee plaatsen CFO zou worden? Zo is het ons niet verteld. Dat zouden wij ook vreemd gevonden hebben.”

 

 

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

2017-03-24: Carla Aquarius
Beste heer Bos,

Neem eens een kijkje op deze Twitter pagina.
Opmerkelijke statistiekjes uit de Lage Landen.

https://Twitter.com/carlaaquarius

Groet,

Carla Aquarius
Johan van Hornestraat 1
Weert

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Name (required)

Email (required)