Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Je zult er maar wonen

Je zult er maar wonen

Arthouse uit Parkstad

Een beklemmende vader-zoon-relatie, gesitueerd in een grauw Parkstad. Daarover gaat de eerste Limburgse arthouse-film Gluckauf, geregisseerd door Heerlenaar Remy van Heugten. De film is in de race voor de Tiger Award van het Internationale Film Festival Rotterdam. “Ik viel steil achterover toen ik hoorde dat de plaatselijke VVV ‘m gaat promoten.”

Van Heugten is de regie volledig kwijt. Over zijn agenda welteverstaan. Heel maf, zegt hij. De filmdistributeur stuurt hem elke ochtend een e-mail met de afspraken en adressen waar hij die dag moet verschijnen: voor interviews, media-optredens en Q&A-sessies. Tegelijkertijd legt hij de laatste hand aan de politieke tv-serie De Fractie, waarvan de eerste afleveringen al zijn uitgezonden. En lopen er audities voor de serie La Familia van Maria Goos, die volgend jaar op tv verschijnt.

En last but not least is er nog het filmfestival in Rotterdam, waar hij afgelopen weekend de première van Gluckauf bijwoonde. "Ik probeer er niet te veel mee bezig te zijn, al heb ik wel even opgezocht hoeveel Nederlandse films geselecteerd zijn geweest voor de Tiger-competitie. Dat zijn er maar een handvol. Echt een grote eer dat Gluckauf meedoet."

Spannende tijden, maar verreweg het meest beducht was Van Heugten voor de voorvertoning in Kerkrade, afgelopen maandag. "Dat zijn de mensen waar het verhaal over gaat. Een totaal ander publiek dan in Rotterdam. Op een festival zitten mensen die meer met een artistieke blik kijken, in Kerkrade ging het vooral over de feiten. Aan de reacties merkte ik dat mensen zich gezien voelden, dat ze ontroerd waren, maar er klonken ook kritische geluiden. Zo problematisch is het nu toch niet meer in de Mijnstreek. Wel dus. Niet overal, maar er zijn genoeg plekken waar het leven nog steeds ontspoort. Ik ben al vijftien jaar weg, dat klopt, maar ik heb altijd een lijntje gehouden met Limburg. Ik zit vaak genoeg nog op de tribunes bij Roda en dan ben ik soms de enige die opspringt en de boel aanmoedigt. Ik heb een haat-liefdeverhouding met de streek. En die liefde, de innigheid, werd in Kerkrade ook gevoeld.”

Gluckauf – een mijnwerkersgroet voor een veilige terugkeer - vertelt het verhaal van vader Lei (Bart Slegers) en zoon Jeffrey (Vincent van der Valk), kleine criminelen die leven van drugsdeals en alles wat van een vrachtwagen kan vallen. Deze 'kofferbakhandel' speelt zich af in een regio die in een neerwaartse spiraal belandde na de mijnsluitingen. De vader van Lei was een aan lager wal geraakte mijnwerker. Tegelijk schetst Gluckauf – in hoofdzakelijk Heerlens dialect - de verstikkende verhouding tussen vader en zoon. Ondanks pogingen om de zoon kort te houden, ontpopt Jeffrey zich als een ambitieus crimineel die zijn vader voorbijstreeft, met alle gevoelens van vernedering en minderwaardigheid van dien.

Het script is geschreven door Gustaaf Peek, die zich deels heeft gebaseerd op jouw ervaringen. Had je een vergelijkbare band met je vader?

“Nee, dat deel van het verhaal is niet autobiografisch. Wel had ik ooit iets op papier gezet over een vader die zijn zoon wil behoeden voor het kwaad. In Gluckauf is dat idee min of meer op zijn kop gezet. Mijn ouders scheidden toen ik zeven was. Ik ben opgegroeid met vrouwen om me heen, moeder en zus. Mijn vader zag ik eens in de twee weken. We praatten weinig en deden vooral dingen, gingen op jacht. Ik zag die moeilijke verhouding wel bij vrienden. Ik stond er een keer bij toen een vader tegen een vriendje van 15 zei: ‘Jij kunt ook echt niks hè.’ Vreselijk. Ik ken ook vaders die hun zonen de criminaliteit in trokken.”

Heb je die illegaliteit van dichtbij meegemaakt?

“In Schinveld, van oudsher een smokkelaarsdorp, speelde zich een levendige handel in amfetamines af. Als je iemand een tijdje niet had gezien, wist je dat-ie in de bak zat. Er hing een sfeer die deed denken aan een vrijstaat. Vrienden van me slikten soms wel zeven pillen op een avond. Of ze namen speed met een rietje.”

Zelf ook aan de dope geweest?

“Ik was meer een toeschouwer, rommelde wat in de marge. Op mijn achttiende rookte ik mijn eerste joint. Daarna heb ik het een en ander ingehaald en kwam ik ook in coffeeshops. Daar voelde je het fatalisme pas goed. Tijdens mijn stage in Heerlen, ik zat toen op de filmacademie in Genk, hield ik het er niet meer uit. Ik woonde in een huis waar een medebewoner op een dag op straat werd gegooid omdat-ie de huur niet betaalde. Ik zie ‘m nog de trap afdalen met zijn hele hebben en houden in een klikobak. Om depressief van te worden. Ik ben toen naar Maastricht uitgeweken en heb daar nog een half jaar in een studentenhuis gewoond. Uiteindelijk ben ik de dans ontsprongen omdat ik van huis uit heb meegekregen dat je naar school moet als je iets wilt bereiken. De sleutel ligt bij de ouders.”

De plaatselijke VVV staat niet te juichen, vrees ik.

“Daar vergis je je in. Ze hebben de film echt omarmd en gaan ‘m promoten. Ik viel zelf ook steil achterover toen ik dat hoorde. Ze vatten het heel intelligent op. Ze begrijpen dat ik de achterkant laat zien van een mooie streek. ‘Je zult er maar wonen.’ Ik merk dat veel randstedelingen geen flauw idee hebben van de sociale problematiek in dat deel van Limburg. Ook voor het Filmfonds, waar ik een subsidieaanvraag heb ingediend, was dit nieuw.”

Wat opvalt is dat je de deprimerende plekken in Parkstad afwisselt met lange shots van het idyllische heuvelland.

“Ja, dat spanningsveld tussen lelijkheid en schoonheid boeit me. Iets waar de karakters in Gluckauf geen oog voor hebben. Ze flikkeren blikjes bier in het weiland, stropen op klein wild, het kan ze allemaal niets schelen. Zelf vind ik het steeds mooier, naarmate ik langer weg ben. Ik word ook steeds chauvinistischer, merk ik. Vaak genoeg krijg ik opmerkingen over mijn accent of arrogant gezeik over Limburg. Dat laatste hoor ik nooit van Amsterdammers zelf maar meestal van boeren op het omliggende platteland.”

De Franse regisseur Bruno Dumont werkte in zijn laatste film ‘P’tit Quinquin’ met amateurs, die hij uit de bestanden van het lokale arbeidsbureau had geplukt. Het voordeel is, vindt hij, dat ze zich natuurlijker bewegen in hun regio en de streektaal beter beheersen. Heb je dat overwogen? Ik bedoel, geen gebrek aan werklozen in de Oostelijke Mijnstreek.

“Jazeker heb ik dat overwogen. Ik heb zelfs audities gehouden in Sittard. Daar is Joy Verberk, die Nicole speelt [de vriendin van Jeffrey], boven komen drijven. Een waanzinnig talent. Wat ik belangrijk vond was dat de kandidaten het milieu kenden waar ik het over had. En dat was vaak niet het geval. De invulling van Jeffrey was een probleem. Veel jongens die zich aanmelden, waren van die weke types zonder présence. Zelfs heb ik nog jongens op straat aangesproken, in Heerlen. Van die ‘ratjes’, maar ook daar kwam niets uit. Het werd Vincent van der Valk, die ik via mijn vriendin ken. Hij heeft veel in zijn mars en kan je als acteur echt bang maken.”

Ook niet onbelangrijk was dat de acteurs zich het Limburgse dialect eigen konden maken.

“Ja, dat vond ik de grootste uitdaging. Vincent komt uit Arnhem, Bart uit Antwerpen en Nicole uit Eindhoven. Wat we hebben gedaan is het Nederlandse script van Gustaaf Peek laten vertalen naar het Heerlens dialect. Dat heb ik vervolgens ingesproken en opgestuurd naar de acteurs. Die hebben maandenlang met die opnames op hun hoofd rondgelopen. Ze spreken iets meer staccato dan Limburgers maar het resultaat is wat mij betreft heel goed. Sommige woorden heb ik ingevoegd omdat ze zo poëtisch klinken, zoals floep, angst.”

De gebroeders Dardenne met hun sociaal-realistische drama’s uit Seraing (nabij Luik) moeten een voorbeeld voor je zijn geweest.

“Nee, niet echt. Het is lang geleden dat ik een film van de Dardennes heb gezien. Vaak een en al ellende, heel kaal gefilmd. Ik ben eerder beïnvloed door Engelse drama’s van Mike Leigh en Amerikaanse films als Winter’s Bone en Crazy Heart. Ik gebruik bij voorkeur geen films om de acteurs te laten zien wat ik voor ogen heb. Ik ga liever met ze naar de locaties. Belangrijk is dat je de eerste indruk, die een plek op je maakt, onthoudt. Die heeft de kijker ook.”

Waar gaat je volgende film over?

“Ik zit nu weer met Peek om de tafel. Het klikt prima. We laten elkaar de ruimte en onderzoeken verschillende onderwerpen zonder ons ego in de strijd te gooien. Ik wil een film maken over een sterke vrouw, een soort Jeanne d’Arc, die zich staande houdt in een harde mannenwereld. Voor mij zijn veel vrouwen helden. In Gluckauf schitteren ze door afwezigheid, maar de ene vrouw die erin zit, is wel het sterkst van allemaal.”

 

Een maffe carrière

Remy van Heugten (Heerlen, 1976) studeerde aan de Academie voor beeldende kunst en media in Genk en aan de Hogeschool voor de kunsten in Amsterdam. Met zijn korte eindexamenfilm Over rozen won Van Heugten in 2004 de Tuschinski Award en werd hij genomineerd voor de Studenten Oscar.

Zelf noemt hij het een “maffe carrière”, die hij tot nu toe achter de rug heeft. “Aan de ene kant heb ik geëngageerde films gemaakt, waarin ik een ‘wereld’ onderzoek. Van asielzoekers bijvoorbeeld, of van de Oostelijke Mijnstreek. Tegelijk heb ik veel afleveringen van tv-series gemaakt, van FeutenVan god losDe Fractie [nu bij de VPRO].”

Vorig jaar regisseerde Van Heugten zijn eerste speelfilm, Valentino, een komedie over een Italiaanse autoverkoper die van Marokkaanse komaf blijkt. De film trok tweehonderdduizend bezoekers, maar de recensies waren wisselend. Gluckauf, die genomineerd is voor een Tiger Award op het filmfestival van Rotterdam, lijkt zijn doorbraak. “Die ligt bovendien op de koers die ik verder wil varen.”

‘Gluckauf’ draait vanaf vandaag in filmhuis Lumière

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Name (required)

Email (required)