Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Ik schiet mijn opponent voorbij in de buitenbocht”

“Ik schiet mijn opponent voorbij in de buitenbocht” “Ik schiet mijn opponent voorbij in de buitenbocht” “Ik schiet mijn opponent voorbij in de buitenbocht” “Ik schiet mijn opponent voorbij in de buitenbocht” “Ik schiet mijn opponent voorbij in de buitenbocht” “Ik schiet mijn opponent voorbij in de buitenbocht” “Ik schiet mijn opponent voorbij in de buitenbocht” “Ik schiet mijn opponent voorbij in de buitenbocht”

Dagboek Batavierenrace 2015

Afgelopen weekend was het weer zo ver: studenten renden van Nijmegen naar Enschede tijdens de grootste estafetteloop ter wereld, de Batavierenrace. Deelnemer Gerben de Jong hield voor Observant een dagboek bij.

Vrijdag 24 april 18:30 Het is een drukte van belang aan de achterkant van het centraal station in Maastricht. Witte busjes rijden af en aan en vertrekken, volgeladen met tassen, fietsen, flesjes water, mueslirepen en tenten richting Enschede. Ik stel me voor hoe dit tafereel zich op dit moment ook afspeelt in alle andere studentensteden van Nederland, ieder jaar opnieuw. Het is het weekend van de Batavierenrace, de grootste estafetteloop van de wereld.

Ons busje vertrekt, gevuld met de eerste negen lopers van team AraBIER Flikflak (een combinatie tussen de Maastrichtse studententurnvereniging Saturnus en oorspronkelijk twee andere turnverenigingen uit het land, maar in de praktijk aangevuld met vrienden en kennissen),  richting het sportcentrum in Nijmegen, waar de start zal zijn. De rest van ons vertrekt met auto’s naar de campus in Enschede, waar we alvast de tenten zullen opzetten zodat de nachtploeg meteen kan gaan slapen als ze morgen tegen 12 uur aankomen, na de hele nacht te hebben doorgehaald. De zenuwen, maar ook de brede grijnzen zijn al te zien op de gezichten. Het is weer zover!

 

Vrijdagavond 21:34 Na ongeveer drie uur rijden en nog twee mensen te hebben opgepikt op station Roermond zijn we aangekomen in Enschede. Terwijl wij op een parkeerplaats aan de rand van de campus onze tassen en tenten uitladen, wordt zo’n twintig meter verderop langzaam gebouwd aan een van de grootste campings van Nederland, die morgenavond bijna achtduizend man moet kunnen behelzen. Ik bel leden van andere Maastrichtse verenigingen om te kijken of we een gezamenlijk kamp kunnen bouwen. Het blijkt dat wij als een van de eersten daar zijn, dus we kunnen zelf een mooie plek uitzoeken, waarvan we gebruik maken door een stuk gras aan de rand van het feestgedeelte te claimen. Vandaag is het daar nog redelijk stil ‘s nachts, morgen ben je blij als je vanuit de feesttent zo je slaaptent in kan rollen.

 

Vrijdagavond 23:11 Atletiekvereniging Uros arriveert ter plaatse en stuntelt wat met tenten die een andere manier van opbouwen hebben dan verwacht, maar al met al staat er binnen no-time een prima ‘Kamp Maastricht’. Zij gaan nog even iets drinken in het sportcafé in Enschede, maar voor de ochtendploeg, waar ik in zit, is het nodig tijd om naar bed te gaan. Wij moeten morgenvroeg om kwart over zeven de nachtploeg aflossen in Ulft. Dat betekent dus dat we om kwart voor vijf de pendelbus in moeten, iets wat niet echt bevorderlijk is voor je nachtrust.

 

Zaterdagnacht 25 april 00:30 Na mijn tanden te hebben gepoetst in het universitair sportcentrum, plof ik neer op mijn luchtbed. Het is vrij koud, maar ik heb het voordeel dat mijn vriendin in de nachtploeg rent en ik dus vannacht twee slaapzakken en een tweepersoons luchtbed voor mezelf heb. Een opgevouwen trui dient als hoofdkussen en ik doe mijn best om snel in slaap te vallen. Op de achtergrond hoor ik de dreunende bassen van de muziek in de Vestingbar, waar de mensen die niet hoeven te rennen (of simpelweg lak hebben aan hun prestatie) alvast een feestje bouwen. Als ik even op mijn telefoon kijk om te checken hoe lang ik nog heb, blijkt het al half twee te zijn. ‘Ik ben al op de helft van mijn slaaptijd’, schiet er door mijn hoofd.

 

Zaterdagnacht 04:27 Speciaal voor de mensen die in de ochtend rennen, rijdt er een soort wekker-wagen over de campus met in mijn verbeelding alleen een meisje en een luidspreker op een platte kar. Helaas maakt die de eerste startploegen al wakker, dus ben ik (als loper van de vijfde startgroep) eigenlijk een uur te vroeg gewekt. Ik begin me aan te kleden in mijn slaapzak. Naast me hoor ik meer ritsen opengaan en mensen gapend hun tenten uitkomen. Als ik zelf mijn tent opendoe, zie ik dat het een beetje heeft geregend vannacht. Gelukkig niet zoveel als vorig jaar, toen stond de atletiekbaan zo blank dat ze de finish hebben moeten verplaatsen.  Mijn gok is dat het vandaag keihard gaat regenen zodra ik moet starten, let maar eens op.

 

Zaterdagochtend 06:23 We zijn in Ulft, de locatie van de eerste herstart. Dat wil zeggen dat de lopers die nu beginnen tegelijk starten. Zo wordt het veld weer wat korter, want door het grote niveauverschil lopen de snelle teams soms wel bijna twee uur voor op de langzamere ploegen. Zodra we de bus uitstappen, barst  het noodweer los dat al voorspeld was. Een tijdje schuilen we onder een afdak, maar dan moeten we toch echt naar de grote startboog van de Batavierenrace. Om kwart over zeven moet onze eerste loper daar starten, de etappe die ikzelf de afgelopen drie jaar heb gelopen. Tot vorig jaar was deze etappe 10km en daarmee een van de langste van de hele race, maar dit jaar hebben ze daar nog 600 meter bijgedaan als bonus. “Maar goed dat ik dit jaar heb kunnen ruilen en nu maar 9,5km hoef...” grap ik tegen een teamlid, die aan mijn blik kan zien dat ik er niet veel zin of vertrouwen in heb.

 

Zaterdag 7:10 We hebben onze nachtploeg gevonden en daarmee ook ons busje, waarin we onze eigen spullen en proviand voor de ochtend kunnen leggen. We missen wel nog één iemand uit ons team, die op eigen gelegenheid naar Ulft is gekomen, maar het schijnt dat die bij de startboog te vinden is. Ik word op pad gestuurd met onze loper, om die te begeleiden tijdens zijn start en tegelijkertijd onze laatste loper daar op te halen. De start gaat aardig, maar terwijl we elkaar aan het zoeken zijn komen de laatste loper en ik tot de conclusie dat we elkaar nog nooit in het echt gezien hebben, dus dat het waarschijnlijk handiger was geweest als iemand anders haar had opgehaald. Na een aantal berichtjes op en neer lukt het ons toch elkaar te vinden en kunnen we vertrekken, op naar het volgende wisselpunt. De nachtploeg neemt de pendelbussen naar Enschede, waar ze gaan douchen en slapen. Voor hen zit het erop, terwijl het voor ons nog moet beginnen.

 

Zaterdag 9:30 We staan klaar bij het wisselpunt waar ik straks moet gaan fietsen. Bij de Bata fietst er altijd een teamgenoot met je mee, zodat je als loper niet op de route hoeft te letten. Na de etappe wissel je van functie. Aangezien ik voorgaande jaren altijd de herstart heb gedaan, moest ik altijd eerst rennen en daarna fietsen, maar dit jaar kan ik voor het eerst proeven van de andere ervaring. Een beetje zenuwachtig sta ik bij het wisselpoortje te wachten tot ze ons nummer omroepen, zodat ik dan naar voren kan sprinten om het fietsershesje aan te trekken. De loper die ik moet gaan begeleiden heeft al een etappe gelopen, de 10,6 km na de herstart, dus hij is al redelijk moe. Aan de andere kant zit hij bij het leger en heeft hij net een uurtje kunnen rusten in het busje, dus we verwachten  dat het goed zal gaan. Mijn hartslag stijgt als de nummers 201, 202 en 204-208 langskomen. Waar blijft onze loper? Zodra ons nummer wordt omgeroepen kruipt mijn loper onder het lint door en gaat naar het startvak, terwijl ik de fietser opvang. Snel trek ik het fietsershesje aan en doe wat extra flesjes water in de fietstassen. Ook stop ik de trui van mijn loper weg achter op de fiets, zodat hij die straks aan kan doen als ik moet gaan rennen en hij moet fietsen. Het gaat nu echt bijna beginnen... En de regen komt nog wat harder naar beneden.

 

Zaterdag 10:19 Start van mijn etappe! Ik heb iets meer dan drie kwartier gefietst, door vlagen stromende regen. Ongeveer een kilometer voordat mijn loper bij de finish was ben ik vooruit gereden om mijn trainingsbroek uit te doen en mijn jas weg te stoppen.  De vorige loper heeft mijn iPod gebruikt en het lukte niet om die meteen door te geven met het hesje, dus ik ren de eerste kilometer zonder muziek. Mijn tempo hou ik expres erg laag, omdat ik weet dat mijn grootste valkuil is dat ik  veel te snel van start ga. De voorgaande jaren was ik ook relatief ongetraind, maar sportte ik nog redelijk veel. Dit jaar heb ik een aantal keer gerend ter voorbereiding, maar sport ik nauwelijks meer. Mijn doel is dus vooral de etappe uit te rennen en niet halverwege in te storten.

Het gaat best lekker. Natuurlijk word ik links en rechts ingehaald door alle teams die een van hun beste lopers op deze (lange) etappe hebben gezet, maar ik heb besloten mijn eigen race te rennen en me niet te laten opjagen door de rest. Ook merk ik dat ik voldoende adem heb om nog te praten met mijn fietser, iets wat ik nooit eerder heb kunnen doen (omdat ik altijd te hard van start ging). De weg slingert zich door de bossen, en stukken asfalt wisselen af met stukken onverhard door de verse modder.

Het regent niet meer, maar alles is nog wel nat van de hoosbuien die gisteren en vandaag het land hebben geteisterd. Ik merk er weinig van, behalve dat een lichte motregen eigenlijk wel lekker is om doorheen te rennen. Naast de route staan een hoop mensen te kijken naar de stoet renners die langskomen, variërend van een man die roept: “Geniet van het landschap jongens!” tot een groep kinderen die, verkleed als Kabouter Plop, de Kabouterdans zingen en roepen: “Renners zijn cool!”. Een klein meisje biedt snoepjes aan en weer een stuk verder steekt een jongetje van maximaal zeven een flesje water uit met de vraag of we daar misschien een slokje van willen. Lachend bedank ik ze voor de moeite, maar ik moet door.

Na een tijdje kom ik bij een overweg, waar twee mannen in een oranje hesje de auto’s tegenhouden. “Kom op!”, roept een van hen. “Nog maar 3,8!” “Echt?”, reageer ik. “Dan ga ik versnellen!” Meteen vergroot ik mijn passen en ik kom dichter en dichter bij de loper voor me, die me ongeveer een kilometer daarvoor had ingehaald, nadat ik hem al eens had ingehaald eerder deze etappe (vooruit, dat was omdat hij stond te plassen naast de kant, maar inhalen is inhalen).  De weg splitst zich in een onverhard en een verhard gedeelte, maar de routeborden wijzen naar de strook zand. Braaf als ik ben neem ik de onverharde weg, maar mijn concurrent blijft op het asfalt. Gelukkig kan ik, gesteund door de dreunende muziek op mijn oordopjes, mijn tempo blijven behouden en zie ik hoe ik hem langzaam voorbij ga op de andere weg. Zodra de wegen weer bij elkaar komen lig ik een paar meter voor. Vasthouden nu!

Het bordje naast de kant van de weg vertelt me dat ik nog maar één kilometer moet, net als ik word ingehaald door een jongen met een geel shirt. Ik wacht even tot de beat in mijn muziek wat feller wordt en verhoog nog een keer mijn tempo. Tot mijn grote irritatie gaat de jongen in het gele shirt ook versnellen, waardoor ik maar niet dichterbij kom.

Aan het einde van de lange rechte weg zie ik mensen staan, dus ik vermoed dat ik bijna bij het wisselpunt ben, waar ik mijn hesje weer kan doorgeven. Een sprint durf ik nog niet te beginnen, omdat ik bang ben dat als ik aan kom bij de menigte aan het eind van de weg, het poortje misschien nog wel een heel eind verderop staat. Nog een keer probeer ik de loper voor me bij te benen, maar wederom versnelt hij net zoveel als ik.

Plotseling zie ik aan de rechterkant door de begroeiing dat het poortje vlak om de bocht staat. Ik hoef dus nog maar een meter of dertig te lopen! Met nieuwe kracht ga ik in de volle sprint en tot grote verbazing van mijn opponent, maar ook wel een beetje tot mijn eigen verbazing, ben ik binnen drie passen bij hem, schiet ik hem voorbij in de buitenbocht en vlieg ik vlak voor hem door het poortje. Snel trek ik het hesje uit en geef het aan de volgende loper van mijn team, terwijl de jongen in het geel me hijgend en lachend een hand geeft. “Kreeg je me toch nog te pakken. Ik heb me de laatste vijf kilometer ongeveer aan jou opgetrokken, maar ik hoopte dat ik je voor kon blijven aan het eind. Wist ik veel dat je nog zo hard kon!” Lachend geef ik toe: “Ik ook niet!”

Mijn teamgenoten vangen me op na het wisselpunt en vragen me hoe het ging. Nog steeds lachend antwoord ik: “Ach, wat is nou 9,5 kilometer? En wie heeft er nou training nodig? Trainen is voor talentlozen...”

 

Zaterdagmiddag 11:42 Barchem! Einde van ons Bata-avontuur. We parkeren ons busje op een groot grasveld aan de rand van het dorp en lopen richting de herstart. Onze laatste loper is nog onderweg en gaat waarschijnlijk net te laat komen, wat betekent dat de eerste loper van de middagploeg alvast moet starten met een papieren rugnummer. De fietser moet dan wachten op het hesje en de loper proberen in te halen.

Terwijl we staan te wachten, zie ik de lopers van Uros en Tiburon binnenkomen, wat voor ons de spanning nog wat vergroot. Ik weet dat Uros een half uur na ons is gestart in Ulft en dat we na mijn etappe nog niet door ze waren ingehaald. Het kan dus niet lang meer duren.

Als onze laatste loper om de bocht komt en op het poortje af rent, juichen en klappen we. Drie minuten te laat om de herstart te halen, maar dat nemen we graag voor lief. Het is nu aan de middagploeg, voor ons zit het erop.

We nemen de bus in Barchem en rijden naar Enschede. In de bus is het voornamelijk stil, op zo nu en dan een fluisterend gesprekje na. Vijftig doodvermoeide mensen leunen tegen de ruit of de stoel voor zich en proberen de slaap in te halen die ze vannacht hebben gemist.

 

Zaterdagmiddag 15:38 Na de reis uit Barchem heb ik snel even in de tent bij mijn vriendin gelegen (die er net zo, zo niet nog erger aan toe is als ik) en daarna ben ik gaan douchen in het sportcentrum. Nu ben ik weer redelijk fris en ik krijg van een van mijn collega’s uit de nachtploeg het eerste biertje van vandaag aangereikt. Het is nu wachten tot een uur of vijf, zodat we naar de aankomst kunnen gaan kijken op de atletiekbaan.

 

Zaterdagmiddag 17:00 Over tien minuten starten de dames voor de slotetappe. Bij de Bata is het zo dat de laatste etappe wederom een herstart is, maar deze keer start iedereen tegelijk, zodat de eerste loper op de baan ook daadwerkelijk de snelste loper van die etappe is. De heren starten dezelfde etappe, maar zij starten twintig minuten later. Vaak is het dus wel zo dat de allersnelste heren al finishen als een aantal dames nog bezig is, maar dat maakt het juist extra spannend.

Langzaam lopen we richting de plek die door Bata-veteranen liefkozend de ‘Uros-bocht’ wordt genoemd, omdat Uros hier ieder jaar de finish bekijkt. Een massa groene truien wijst ons de weg, en wij nemen als Saturnus plaats achter onze Maastrichtse vrienden.

Één minuut voor de start van de dames barst de hel los. Een vreselijke stortbui, erger dan we dit hele weekend hebben gehad, teistert iedereen die staat te kijken. In paniek zoekt iedereen een plek om te schuilen. Zelf ren ik, met een aantal mensen, naar een bestelbusje waarin een man koffers aan het laden is. Op de vraag of we mogen blijven schuilen reageert hij alleen met: “Zolang jullie nergens aankomen, vind ik het prima.”

Buiten het busje blijft het water stromen en we horen alleen aan de kreten van de rest van het publiek dat de eerste dames binnenkomen. Nog meer mensen proberen een plekje in het busje te bemachtigen, dus ik probeer de man op zijn gemak te stellen door een gesprek met hem aan te gaan. Hij vertelt dat hij de tijdmeetapparatuur ontworpen heeft, en dat de koffers in het busje de poortjes en schermen zijn die we de hele dag al gezien hebben. De man lijkt blij eindelijk zijn verhaal een keer kwijt te kunnen (hij had eens moeten weten dat dit nu in Observant komt).

Als de regen iets minder wordt, besluiten we het busje te verlaten. De snelste mannen komen binnen en halen in vliegende vaart de langzamere lopers bij de dames in. De laatste honderd meter ploeteren ze door een centimeters diepe plas water, om vervolgens rillend van de kou te stoppen achter de streep. Onze lopers doen het prima en ze zetten allebei een mooie tijd neer. Doorweekt gaan ze richting de douches, om zichzelf klaar te maken voor het eten en het feest.

 

Zaterdagavond 19:15 Eindelijk eten! De turnvereniging uit Enschede organiseert een barbecue voor de andere turnverenigingen uit het land. Worstjes en speklappen liggen te garen op de gril, het bier blijft koud in een zwembadje (waarschijnlijk automatisch gevuld eerder vandaag) en een hoop bekende gezichten vermaken zich onder het afdak.

Het is nu droog, dus iedereen is tevreden. Wat de Bata zo speciaal maakt, is vooral het gemeenschapsgevoel. Je hebt allemaal hetzelfde meegemaakt. De een heeft iets verder gelopen dan de ander, door meer modder of minder, in de regen of niet, maar iedereen heeft zijn steentje bijgedragen. Dat schept meteen een band en geeft automatisch een gespreksonderwerp.

 

Zaterdagavond 23:00 De grote feesttent is gevuld met mensen. Maar eerst is het tijd voor de prijsuitreiking!

Bij sommigen is een lichte spanning te zien, maar de meeste mensen weten toch al als hoeveelste ze zijn geëindigd. De algemene competitie wordt dit jaar gewonnen door Aeolus, met SNOT op een tweede plaats (die zijn eigenlijk altijd één en twee), maar het BURP-team (de Bata Uros Retro Ploeg, met oud-leden van Uros) haalt een mooie elfde plaats. De universiteitscompetitie wordt gewonnen door Nijmegen, met een zesde plaats voor Maastricht.

Zodra de winnaars van het podium zijn, draait de dj de knop volledig open en gaat het dak eraf. De muziek varieert van Nederlandse meezingers tot Golden Oldies, dus van mijn stembanden blijft weinig over vanavond. Zo nu en dan verzamelt iemand muntjes om vervolgens, met gevaar voor lijf en leden, door de massa drinken te gaan halen. We dansen op alles dat er gedraaid wordt, met als hoogtepunten van de avond het leren van de Kabouterdans aan ons Canadese teamlid en een vierstemmige Bohemian Rhapsody (inclusief bijbehorende hoofdbewegingen) als het feest eigenlijk al is afgelopen. Rond een uur of drie gaat het licht in de tent aan en baan ik me een weg naar mijn tent. Ik ben moe, heel erg moe.

 

Zondagochtend 09:00 Iedereen wordt wakker, de een vrolijk, de ander met een ochtendhumeur. Ontbijt wordt geregeld door de teamleiders, die met bonnetjes een ontbijtpakket kunnen ophalen bij de organisatie. Onze tenten staan inmiddels bijna allemaal in een plas water, maar dat mag de pret niet drukken. De mensen die over laarzen beschikken, trekken de haringen uit, de rest pakt tassen in en rolt tenten op. We nemen afscheid van iedereen die we hopelijk volgend jaar weer zien, tenzij we in de loop van het jaar een reünie organiseren. Ik ben in elk geval voor! Moe maar voldaan stap ik in de auto en rij de snelweg op richting het zuiden. Op de achterbank ligt een van mijn teamleden al snel te slapen, terwijl mijn vriendin naast me me aankijkt en vraagt: “Moet ik je wakker houden, of mag ik zelf ook even gaan slapen?”

Batavierenrace 2015: Het was weer geweldig!

Gerben de Jong

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Name (required)

Email (required)