Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Korte lontjes in het ziekenhuis

Korte lontjes in het ziekenhuis

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

Promotieonderzoek naar geweldsincidenten

Een arts die door een patiënt in zijn gezicht wordt gespuugd, de ene patiënt die de andere met een slagersmes bedreigd, twee familieleden die een verpleegkundige intimideren en dreigen met ontslag. Het is maar een greep uit de voorvallen in het MUMC. Niettemin loopt het Maastrichtse ziekenhuis voorop in Nederland bij de bestrijding van agressie. Geweld krijgt in de medische wereld nog steeds niet de aandacht die het verdient, blijkt uit een Maastrichts proefschrift.

Het is zondagmiddag. Een oudere dame, die herstelt van een urineweginfectie, wordt in het bed getild door een verpleegkundige. Dat gebeurt deze keer met iets meer kracht dan normaal omdat de patiënt dreigt te vallen. Het komt goed, al kreunt de vrouw van de pijn.

Een familielid ziet vanaf de gang wat er gebeurt. Ze begint te schelden, beent weg en komt terug met haar broer die in het restaurant zat te wachten. De man stormt de verpleegpost binnen en begint te vloeken en te tieren, zoals men het op de afdeling nog nooit heeft meegemaakt. De twee, juridisch onderlegde familieleden, schelden de bewuste verpleegkundige niet alleen de huid vol maar intimideren haar ook. Ze zullen ervoor zorgen dat ze binnenkort op straat staat. De verpleegkundige is ontdaan, tot tranen toe. ’s Avonds komt er een brief op poten binnen en dringt de familie aan op een gesprek met de leidinggevende.

In de dagen die volgen loopt op de afdeling iedereen op zijn tenen. Als de bel gaat in de betreffende vierpersoonskamer kijken de verpleegkundigen elkaar angstig aan. Niemand wil ernaartoe. Twee medewerkers zijn niet lang na het incident uit het vak gestapt. Het afdelingshoofd is er kapot van en trekt zich het lot van haar medewerkers zeer aan. Het incident heeft de verpleegkundige van dienst zo diep geraakt dat ze het nog steeds te belastend vindt om erover te praten.

 

Dronken studenten

Hoeveel incidenten telt het MUMC? De bewaking onthoudt zich van commentaar en de arbodienst heeft in 2011 slechts een paar tientallen, arbeidsgerelateerde meldingen geregistreerd. Het werkelijke aantal incidenten is veel hoger. Zo wordt op de spoedeisende hulp verbaal geweld nauwelijks gemeld omdat het aan de orde van de dag is. De agressie is er volgens de medewerkers, net als op de verpleegafdelingen, de afgelopen jaren toegenomen.

“Er heeft hier een keer een patiënt met een geladen geweer in de wachtkamer gezeten”, zegt Ed Theunissen, medisch assistent op de eerste hulp. “Ook was er iemand die een mede-patiënt een slagersmes op de keel zette omdat die eerder aan de beurt was. Een andere keer stond de mobiele eenheid buiten te wachten toen we een slachtoffer van een schietpartij behandelden. Dit komt allemaal niet elke week voor, maar het gebeurt wel.”

‘Vaste klanten’ zijn er ook, weet Theunissen. “Meest junkies en andere verslaafden. Vroeger hadden we er meer, nu heeft het ziekenhuis in Heerlen er veel last van. Wel zien we psychiatrische patiënten, van wie sommigen in een psychose zitten en hier bijvoorbeeld constant tegen een muur aanrennen. Ook krijgen we met regelmaat studenten over de vloer met te veel drank op, die op hun gezicht zijn gevallen of ruzie hebben gemaakt.”

Fysiek geweld komt op zijn afdeling niet zo heel vaak voor, zegt de assistent, al schiet hem wel een geval te binnen van een paar maanden terug. “Een arts had een patiënt behandeld, liep naar zijn auto en kwam diezelfde patiënt weer tegen. Hij vroeg of hij een lift naar de stad kon krijgen, de arts weigerde en kreeg een klap voor zijn kop.”

Ed Slangen, hoofd van de spoedeisende hulp, herinnert zich een arts die nog niet zo lang geleden wegliep toen hij tijdens de behandeling in het gezicht werd gespuugd door een patiënt onder invloed. “Ook hebben we regelmatig patiënten die door het lint gaan, die we eerst met twee of drie medewerkers in bedwang moeten houden voordat we ze kunnen behandelen.”

 

Carnaval

Verbaal geweld ontstaat vaak door de lange wachttijden voor bezoekers zonder acute verwondingen. “Met slachtoffers van zware auto-ongelukken hebben we nooit problemen, omdat die gelijk doorgaan naar de traumakamer”, zegt medisch assistent Theunissen. “Iemand met een snee in zijn hand zit soms één of twee uur te wachten. Wat familieleden ergert, is dat er maar twee van hen mee mogen in de behandelkamer. De familie is natuurlijk emotioneel betrokken, maar het zijn nu eenmaal kleine kamertjes. De emoties en de agressie lopen soms zo hoog op dat sommige behandelaars een derde toelaten. Het wordt helemaal lastig als je Vinkenslag over de vloer hebt en iedereen wil mee naar binnen.”

Baliemedewerkers en verpleegkundigen krijgen meestal de volle laag. Theunissen: “Mensen gedragen zich minder vervelend tegen artsen omdat ze zich van hen afhankelijker voelen, denk ik. Maar goed, het went. Je kunt het beste rustig blijven en fatsoenlijk uitleggen waarom mensen lang moeten wachten. Ze voelen zich dan meer begrepen.”

Voor diegenen die zich niet begrepen voelen, hangen er op meerdere plaatsen beveiligingscamera’s en zitten er verborgen noodknoppen om de bewaking in te schakelen. De noodknoppen prijken ook op speciale halskettingen voor het personeel. Baliemedewerkers zitten achter glas, het medisch personeel werkt altijd met z’n tweeën. Tijdens riskante momenten zoals carnaval is steeds een bewaker ter plekke. “Gevoelens van onveiligheid zijn de medewerkers niet vreemd”, zegt Slangen, “maar over het algemeen kunnen ze toch hun werk goed doen.”

 

Afgesnauwd

Dat de spoedeisende hulp en de verpleegafdelingen veel last hebben van ‘korte lontjes’, blijkt ook uit het Maastrichtse promotieonderzoek van Sabine Hahn. Zij onderzocht hoe vaak geweldsincidenten voorkomen en hield een enquête onder 2500 medewerkers van een Zwitsers ziekenhuis. Wat bleek: 17 procent van het personeel had in het voorafgaande jaar lichamelijke verwondingen opgelopen; anderhalf procent was er zo beroerd aan toe dat ze behandeld moesten worden. Onder geweld verstaat ze alle voorvallen op de werkvloer waarbij het personeel wordt lastig gevallen, bedreigd of aangevallen, door patiënten en bezoekers, verbaal en fysiek.

Agressie in ziekenhuizen is een onderschat probleem, zegt Hahn. In de psychiatrie krijgt het volgens haar de aandacht die het verdient, maar niet in ziekenhuizen. “Er is soms meer belangstelling voor brandveiligheid dan voor preventie van gewelddadige situaties. Hoe komt dat? Men heeft er gewoon weinig oog voor omdat alles draait om ziekte en gezondheid. Ik denk dat het personeel geweld beschouwt als part of the job.”

Dat is ook de inschatting van Huub Luyten, hoofd arbozorg van het MUMC. “Tegenwoordig is dat aan het veranderen maar vroeger was je er om te zorgen, niet om te klagen. Als je agressief werd bejegend, dan moest je maar een keer slikken en bedenken dat het om een patiënt ging, iemand die ziek was en leed. Zo werd de eigenwaarde ondergeschikt gemaakt aan de beroepsethiek. Ondertussen nam je de ellende wel mee naar huis en sliep je er beroerd van.”

En dat heeft wel degelijk zijn weerslag op de kwaliteit van de zorg, zegt Hahn, die nu afdelingshoofd verpleegkundig onderzoek is aan de Universiteit van Bern. “Als je meerdere keren per week wordt afgesnauwd of uitgescholden, tast dat je zelfvertrouwen aan en de doortastendheid waarmee je je werk doet”, mailt ze vanuit Bern. “Deze onzichtbare verwondingen zijn in feite erger dan blauwe plekken.”

 

De Telegraaf

De verpleegkundige die geïntimideerd werd door de twee familieleden, heeft zich nooit ziek gemeld maar vertoonde wel degelijk ‘onzichtbare verwondingen’. Ze had er veel verdriet van, sliep slecht en voelde zich onzeker in haar werk, bang dat het weer zou gebeuren als een patiënt iets niet zinde. Na het voorval volgden meerdere, emotionele gesprekken tussen het ziekenhuis, de oudere dame en haar familieleden. Maar het mocht niet baten, men werd het niet eens.

De arbodienst heeft de casus aangegrepen om een ‘weerbaarheidstraining’ voor afdelingen te ontwikkelen, een blauwdruk voor het hele ziekenhuis. “Als er iets voorvalt is het belangrijk dat de hele afdeling daarbij wordt betrokken”, zegt arbohoofd Huub Luyten. “Dit om te voorkomen dat patiënten medewerkers tegen elkaar uitspelen en er een onveilige situatie ontstaat voor het personeel. Wat veel scheelt is dat iedereen zijn verhaal kan vertellen en zich gehoord en gesteund weet door de leiding en door het ziekenhuisbestuur.”

Medewerkers kunnen ook preventietrainingen volgen. “Het belangrijkste dat mensen in twee dagdelen van drie uur leren, is dat ze bij incidenten hun eigen gedrag moeten aanpassen”, zegt coach Gerard Castermans, die 22 jaar in het AZM heeft gewerkt, onder meer als verpleegkundige. “Als een ongeduldige patiënt de aandacht vraagt, betrek hem dan bij je werkzaamheden. Zeg dat je over vijf minuten komt nadat je de buurman onder de douche hebt gezet. Laat zien dat je oog hebt voor patiënten en wees concreet. Net als we bij kinderen doen. Bij fysiek geweld staat de eigen veiligheid voorop. De-escaleren is belangrijk, maar als iemand gaat slaan, moet de bewaking in actie komen.”

Castermans krijgt veel aanmeldingen van verpleegafdelingen en poli’s, maar ook via het facilitair bedrijf.  “Restaurantmedewerkers hebben net zo goed last van agressie. Niet alleen van patiënten en bezoekers maar ook van ziekenhuismedewerkers. Ook die gedragen zich soms onaangenaam.”

Anders dan andere ziekenhuizen heeft het MUMC er niet voor gekozen om rode en gele kaarten uit te delen voor ‘veelplegers’. Luyten “Je beweegt je dan al snel op een hellend vlak. Stel je voor, iemand moet acuut gedotterd worden, maar komt het MUMC niet binnen vanwege een rode kaart. De familie roept ondertussen dat hij een paar weken terug de vaas niet tegen een muur gooide maar per ongeluk van zijn nachtkastje stootte. Dan heb je als ziekenhuis wat uit te leggen als De Telegraaf belt. We overwegen wel om onregelmatigheden in het medisch dossier op te nemen, zodat het personeel voorbereid is bij overplaatsing of heropname.”  

Wat Luyten opvalt is dat de ‘mondigheid’ vooral in Nederland is doorgeschoten. “In Belgische en Duitse ziekenhuizen is dat probleem een stuk kleiner. Alleen gaat het er daar autoritairder en afstandelijker aan toe, en dat is evenmin iets dat ik wil nastreven.”

 

Van de twee familieleden is op de verpleegafdeling nooit meer iets vernomen. Wel heeft de patiënt na ontslag een kaartje gestuurd waarop ze de afdeling bedankt voor alle goede zorgen.

 

 

 

Om redenen van privacy zijn sommige feiten rond de verpleegkundige casus verdraaid

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Name (required)

Email (required)