Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Ik heb nooit papers geschreven voor Seif Gaddafi"

“Ik heb nooit papers geschreven voor Seif Gaddafi"

Dr. Philipp Dorstewitz over zijn rol als tutor van Seif Gaddafi

Philipp Dorstewitz, sinds 2007 docent aan de Universiteit Maastricht, was twee jaar lang de persoonlijke mentor van Seif al-Islam Gaddafi, zoon en gedoodverfde opvolger van de voormalig leider van Libië. Seif Gaddafi studeerde filosofie aan de London School of Economics. Dorstewitz was er destijds promovendus. The Daily Telegraph kwam vorige maand met een artikel waarin Dorstewitz’ naam opdook. Hij zou goed betaald zijn voor de hulp en zelfs essays hebben geschreven voor de Libiër.

“Hij is een geweldige tutor”, schreef een Maastrichtse student onlangs op de Facebookpagina van het University College waar een discussie losbarstte over hun docent politieke filosofie Philipp Dorstewitz (1973). “Maar áls hij de papers schreef, is dat niet oké.” Een ander neemt het voor hem op: “Het leven in Londen is duur en zijn baantje werd goed betaald, en ik denk dat Seif al-Islam een van de meest interessante mensen is om te onderwijzen. Als ik de kans had gehad, had ik het ook gedaan.”

Philipp Dorstewitz, geboren en getogen in Duitsland, is docent aan de Maastrichtse faculteit cultuur- en maatschappijwetenschappen en het University College. Hij studeerde Business Administration aan de Fachhochschule für Oekonomie und Management in Essen – een gezamenlijk programma met de Hogeschool Utrecht – en verhuisde in 1998 naar Engeland. Hij volgde en master filosofie aan de London School of Economics and Political Science (LSE) en promoveerde er.

 

Twijfels over tutorschap

Dorstewitz was bezig met zijn promotie aan de London School of Economics toen zijn begeleider prof. Edward McClennen – tevens coördinator van de master Philosophy, Politics and Social Value die Seif Gaddafi volgde – hem vroeg af en toe naar Gaddafi’s papers te kijken. “Ik was opgewonden, nieuwsgierig. Hij was beroemd, de zoon van de leider van Libië, dat wist ik natuurlijk, maar verder had ik niet zoveel informatie. Seif schilderde graag en had architectuur en business gestudeerd. Niet veel later kwam Seif langs op mijn kantoor en spraken we af dat ik zijn tutor zou zijn, met de goedkeuring van de LSE natuurlijk.

“Ik had al ervaring als tutor. Tijdens mijn beginperiode aan de LSE werkte ik aan het University College in Dublin; ik gaf er cursussen in sociale wetenschappen aan een paar PhD-studenten. In Engeland is het gangbaar dat promovendi worden ingezet om studenten te helpen die het moeilijk hebben. En ja, daar mag je een vergoeding voor vragen. Seif kwam er zelf niet mee, dus na enkele weken stelde ik het zelf voor. Ik rekende per uur, maar zeker geen 150 pond, zoals The Daily Telegraph in een artikel schreef. Over het bedrag wil ik verder niets kwijt, maar het was vergelijkbaar met het uurtarief dat ik kreeg voor mijn part time tutorschap in Dublin. Hoeveel ik als tutor van Seif heb verdiend, heb ik verteld aan Lord Woolf.” Woolf, een Britse oud-rechter, heeft er in zijn rapport over de banden van de LSE met Libië (zie beneden) geen aandacht aan geschonken.

“Natuurlijk had ik mijn twijfels toen McClennen me vroeg om zijn tutor te worden. Allereerst of het wel te doen was in combinatie met mijn eigen promotie; ik zou heel wat tijd kwijt zijn. Ten tweede realiseerde ik me met wie ik hier te maken had. Maar van de andere kant: waarom niet? Hij leek niet op zijn vader, of althans zo kwam hij over. Hij wilde een westerse opleiding, wilde graag leren, was enorm gefocused op zijn studie en op de politiek. Hij pleitte voor liberalisme en democratie. De pers sprak over hem als ‘moderniseerder’ van Libië.

“Ik gaf hem het voordeel van de twijfel, maar bleef altijd een beetje op mijn hoede. Seifs vader sprak ook publiekelijk over democratie terwijl hij een dictatuur leidde.”

 

Privérelatie

“Seif en ik hadden een werkrelatie die na een tijdje persoonlijker werd. Ik vergezelde hem wel eens naar een feestje, maar dat was zeker niet wekelijks. Vaak hadden we samen gewerkt en vroeg hij of ik nog iets met hem wilde gaan drinken. Dikwijls waren we ook maar een halfuur op een feest waarna we soms zelfs weer verder gingen met zijn studie in zijn appartement.

“In de pers wordt Seif een playboy genoemd, maar dat kan ik niet beamen. Hij zat niet dag en nacht in de feestscène. Seif was serieus bezig met zijn studie en de politiek; hij sprak veel in het openbaar en bereidde zich daar goed op voor. Eén keer ben ik met hem meegevlogen in zijn privé-vliegtuig naar Parijs, maar niet voor de lol. Hij had de volgende dag een tentamen en ik moest hem nog dingen uitleggen. Ik raadde hem zelfs af om naar Parijs te gaan, maar hij wilde per se.

“Ik heb nooit de echte Seif leren kennen, zover ging onze relatie niet. Maar hij deed het goed, boekte vooruitgang tijdens zijn master. Hij moest net als zijn medestudenten regelmatig  papers schrijven ter voorbereiding op een tentamen. Daar werden soms cijfers voor gegeven, maar vaak ook niet. Ik las Seifs papers door, plaatste gedetailleerde opmerkingen, wees hem kritisch op punten waar hij nog eens naar moest kijken. Hetzelfde wat ik ook bij mijn studenten hier aan de Universiteit Maastricht doe.

“Seif was altijd degene die de papers schreef. Ik heb nooit iets voor hem geschreven. Ik gaf hem alleen maar feedback. Hij was goed in learning by heart, uit het hoofd leren; hij onthield dingen door ze vaak te herhalen. Zo was hij opgeleid. Maar analytische filosofie vraagt een andere manier van denken en dat moest hij zich eigen maken. Behalve feedback op essays gaf ik hem ook oefenteksten waarover we discussieerden – wat betekent dit, wat is belangrijk, et cetera. Toen hij zich na zijn master voorbereidde op zijn promotietraject gaf ik hem les in logica; erg lastige materie. Daarna scheidden onze wegen. Hij werd verder begeleid door de vakgroep.

“Eén keer, tijdens Seifs master, heeft een professor mij aangesproken over zijn werk: ‘Philipp, wat denk je? Schrijft Seif zijn papers zelf?’ Mijn antwoord was ja, ik had geen reden om te veronderstellen dat hij ze niet zelf schreef.”

 

Ghost-writing

Februari 2011, opstanden in Libië. “Ik keek televisie en dacht: ‘O mijn God’. Ik zag een totaal andere Seif, hij had een andere uitdrukking op zijn gezicht. Zo kende ik hem niet.

“Ik dacht niet aan mijn eigen rol als zijn tutor. Dat ging pas spelen toen Lord Woolf de zaak ging onderzoeken. Woolf interviewde mij; ik heb hem alles verteld. Een paar dagen voordat het rapport werd gepubliceerd, in november 2011, werd ik gebeld door de afdeling communicatie van de LSE. Ik kon eventuele vragen van de pers verwachten, omdat mijn naam werd genoemd in het rapport. Hun advies: ‘Niet met de pers praten, stuur ze door naar ons’. Toen Holly Watt, journaliste van The Daily Telegraph een paar dagen later aan de telefoon hing met de vraag of ik iets wist van een rekening van 4000 pond die ik naar Seif zou hebben gestuurd in ruil voor mijn tutorwerkzaamheden, zei ik dus: ‘No comment’. Ik had beter wel kunnen reageren, want vervolgens verscheen er een stuk over forse betalingen op basis van een mij onbekende rekening. Ik schrok ervan. Naar welke documenten de krant ook verwijst, ze hebben de feiten en bedragen fout geïnterpreteerd. Mijn inkomen was veel minder dan 4000 pond per maand; geen enkele PhD-student hoeft me te benijden.”

Dan de e-mail die Dorstowitz volgens The Telegraph aan Seif zou hebben gestuurd: ‘Hey Saif, Just finished your paper on Mill… Lets discuss that tomorrow, allright. The other one follow shortly.’ De krant suggereert dat ik zijn ghost-writer ben, maar wat zegt die e-mail nu? Iedereen die in de academische wereld werkt, weet dat zo’n e-mail betekent dat ik zijn papers heb nagekeken, feedback heb gegeven.

 “Van een kennis heb ik begrepen dat de University of London goed onderzoek heeft verricht naar het authentieke karakter van Seifs proefschrift. De bevindingen zijn vertrouwelijk, maar noch Woolf noch de onderzoekers van de University of London hebben mij aangesproken op verdenkingen van plagiaat of fraude.”

Na het verschijnen van het Telegraph-artikel nodigt Fasos-decaan Rein de Wilde zijn docent Philipp Dorstewitz uit voor een gesprek. Op basis hiervan, een verklaring van de London School of Economics én het Woolf-rapport concluderen zowel De Wilde als het college van bestuur “dat er geen reden is om te twijfelen aan de persoonlijke of academische integriteit van dr. Dorstewitz”. Op 8 december 2011 ligt er een verklaring klaar voor de pers voor het geval er om gevraagd zou worden. Afgelopen dinsdagmiddag verscheen deze alsnog op de website van de Universiteit Maastricht.

“Vorige week heb ik een informatieavond gehouden voor geïnteresseerde studenten; er waren er zo’n zestig. Ik heb heel wat mailtjes ontvangen; studenten vertrouwen me, steken me een hart onder de riem, vinden het moedig dat ik naar buiten treed.

“Overigens stond mijn tutorschap aan Seif gewoon op mijn cv toen ik werd aangenomen door de faculteit cultuur- en maatschappijwetenschappen. Ik heb het destijds aan een aantal collega’s verteld. Sommigen waren natuurlijk wel nieuwsgierig, maar niemand heeft er een punt van gemaakt.”

 

In augustus loopt Dorstewitz’ contract bij de Universiteit Maastricht af. Na drie keer een tijdelijk contract te hebben gekregen, zit een vaste aanstelling er niet in vanwege de vacaturestop. Hij is op zoek naar nieuw werk, kijkt naar vacatures in heel Europa. Dorstewitz: “Qua timing is deze situatie erg onhandig.”

 

 

Wendy Degens

We hebben onze uiterste best gedaan om de fotograaf van deze foto te achterhalen. Degene die desondanks meent rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht binnen 30 dagen contact met ons op te nemen om alsnog in een regeling te voorzien.

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Name (required)

Email (required)