Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Mijn functie is het om geruststelling uit te stralen, geen paniek”

“Mijn functie is het om geruststelling uit te stralen, geen paniek”

Photographer:Fotograaf: StockExchange

Bedrijfshulpverleners Randwijck klagen over laconieke leiding

Een bordje met nooduitgang dat zo is geplaatst dat degene die de richting volgt telkens weer op hetzelfde punt uitkomt, bij het betreffende bordje nooduitgang namelijk. Dat wordt aan het bevoegde gezag doorgegeven maar er gebeurt niets. Een brandmelder die afgaat zonder dat er brand is maar waardoor wel een heel pand ontruimd moet worden; een mailtje achteraf met uitleg voor de bewoners van het gebouw is te veel gevraagd. En hoe krijg je een gehandicapte in een rolstoel de trap af als er geen speciale evacuatiestoelen zijn? Mensen van de Bedrijfshulpverlening in Randwijck, en met name het gebouw aan het Peter Debyeplein 1, raken zo langzamerhand een beetje ontmoedigd over de manier waarop hun werk is georganiseerd. Maar ook in de binnenstad is het niet allemaal botertje tot de boom.

Ger van Wunnik is hoofd van Science Vision, een dienst van de FHML die zich toelegt op de toepassing van beeld, geluid en multimedia voor onderwijs en onderzoek. Nog geen twee jaar geleden is hij met zijn mensen verhuisd van de Universiteitssingel 50 naar Deb 1. Van Wunnik: “Enige veiligheidsinstructie hebben we nooit gehad, terwijl het er in de twee gebouwen heel verschillend aan toe gaat, bleek me later. Maar goed, begin september kwamen er ineens een paar mannen binnen met de mededeling dat er bij ons brand was. Ik had niets gezien of gehoord dus wat mij betreft was er niets aan de hand. Maar we moesten naar buiten. Dan kom je bij de receptionist die van niets weet en paniekerig naar buiten zit te kijken. Dat geeft een onveilig gevoel hoor.”

Babette Doorn, BHV’er: “Iets na half tien kreeg ik een brandmelding op mijn pieper. Dan ga je naar de receptie, want van daaruit wordt de actie gecoördineerd. Ik was de eerste BHV’er die beneden was, dan neem je – dat is hier de afspraak - automatisch de leiding. Maar de receptionist van die ochtend zat hier zelden en wist niet goed wat hij moest doen en waar alles lag. Zo vonden we de sleutel van de ‘aanvalskast’ niet, zo noemen we de kast met materiaal, naar later bleek omdat labeltjes op sleutels waren verwisseld.”

En zo gaat het door. De brandweer was al in aantocht, collega-BHV’er Leon Kolenburg tikt op verzoek van Doorn het ruitje van de aanvalskast in (“je doet dat liever niet, om letsel te voorkomen”), zodat onder andere hesjes en portofoons bereikbaar zijn.

Volgende actie: het gebouw moet door de BHV-ploeg worden ontruimd, van boven naar beneden. “Maar omdat er geen sirene was afgegaan, de slow whoop, denken de mensen dat het een oefening is. ‘Moeten we echt weg?’, hoor je dan. Ja dus. Het verliep redelijk soepel, maar zoiets moet niet te vaak gebeuren.”

Doorn vraagt een paar dagen later aan de verantwoordelijke man voor de bedrijfshulpverlening in Randwijck, Allert Andela, om een mailtje naar alle Deb-medewerkers te sturen. Doorn: “Met uitleg wat er aan de hand was en bedankt voor de medewerking en zo. Als BHV’ers willen we rugdekking, anders krijg je de mensen op een gegeven moment niet meer zonder allerlei discussies naar buiten. Begin dit jaar bijvoorbeeld was er weer een ontruiming, opnieuw door een valse melding, nu als gevolg van een stroomstoring. Dan staan mensen met 14 graden onder nul buiten, voor niets dus.”

Maar er kwam geen uitlegmailtje van Andela aan alle medewerkers, wel aan Doorn. Met de mededeling dat ze zijn antwoord gerust aan de andere BHV’ers kon doorsturen. Een mail aan iedereen in het pand vond Andela niet nodig; “dan houden we elkaar weer van het werk”, schreef hij.  

 

Doden en gewonden

Het gaat, zo blijkt bij een rondgang langs een aantal BHV’ers in Randwijck, niet om dramatische misstanden. Er vallen geen doden of gewonden doordat de organisatie hapert. Maar helemaal uitgesloten is dat ook weer niet. Neem de man die als proefpersoon meedraaide in een onderzoek van Caphri en ’s morgens vroeg in Deb 1 een stevige hartaanval kreeg. Een onderzoeksassistente belde 112. Dat lijkt adequaat. Babette Doorn: “Maar dat is het niet, want het interne alarmnummer is 1333. Alleen weet kennelijk niemand dat. Ik zou willen dat de gebouwenbeheerder, Andela, dat veel meer onder de aandacht van de mensen brengt. Want na een melding op 1333 komen de BHV’ers meteen in actie, halen een defibrillator en gaan er binnen een paar minuten mee aan de slag. Als je 112 belt krijgen wij geen melding en duurt het veel langer, dan komt er een ambulance en ben je gauw tien minuten of een kwartier verder.”

Voor de goede orde: de patiënt is er goed doorheen gekomen.

 

Ergernis

Geen doden of gewonden dus, wel heel veel ergernis. BHV’er Leon Kolenburg van Deb 1: “Je rapporteert dingen die niet kloppen, als er bijvoorbeeld iets ontbreekt, piepers die het niet doen, en daar hoor je vervolgens niets op. Geen enkele feedback.”

Babette Doorn: “Andela reageert laconiek op meldingen. Maar moeten wij dan zelf achter technische storingen aan?”

Antoine Zorenc, BHV’er in de UNS50: “Je doet voorstellen hoe dingen beter geregeld kunnen worden, of je wilt overleg omdat bepaalde regels in de praktijk niet werkbaar zijn, maar dat wordt weggewuifd. Er komt geen dialoog.”

Een ploegleider die anoniem wenst te blijven (“ik wil hier nog verder”) zegt: “Je krijgt het gevoel dat je door dikke modder moet ploegen om iets gedaan te krijgen.”

En dan hebben we het in dit relaas nog niet gehad over de administratieve afhandeling van het BHV-schap. De oproepen voor cursussen die je de vereiste bevoegdheid geven om op te treden als je je eenmaal hebt aangemeld: het duurt maanden en in sommige gevallen zelfs langer dan een jaar voor je aan de slag kunt, klinkt het. Ook de betaling hapert nogal eens. Gezien de bedragen geen big deal, maar toch: het enthousiasme en de motivatie komen er wel mee onder druk te staan. Zo zeer dat BHV’ers afhaken, vertelt Doorn, of zich überhaupt niet aanmelden: “Op Deb 1 hebben we er te weinig en er is ook geen ploegleider. Dat was ik, maar ik kreeg het gevoel dat ik meer een verlengstuk van de facilitaire dienst werd, en dat wilde ik niet. Er werden toen ook geen vergaderverslagen gemaakt, wat er met je opmerkingen gebeurde zag je nooit, ik had er genoeg van.”

Collega Leon Kolenburg: “Dan heb je dus te weinig BHV’ers, maar mensen die minder gaan werken moeten er toch mee stoppen. Want de norm om BHV’er te kunnen worden ligt in Randwijck bij een aanstelling van minimaal 0,7. Iemand die alle trainingen heeft gedaan en dan 0,5 gaat werken wordt eruit gegooid terwijl we een tekort hebben, daar mag best wat soepeler mee om worden gesprongen.”

 

Eerlijk is eerlijk, niet iedereen in Randwijck klaagt. Of in ieder geval niet over alles. Volgens Xandra Janssen, ploegleider, gaat het op de UNS 60 goed, is er zelfs een tweede ploegleider geworven en snel aangetreden “omdat ik het niet meer trok in mijn eentje”. Wel herkenbaar, zegt ze, zijn de communicatieproblemen: “Dat gaat niet vlekkeloos, als je problemen meldt bij Allert Andela en Paul van Eekeren, het hoofd calamiteitenorganisatie, komt er niet altijd een reactie. Ik heb het een aantal malen aangekaart. Paul is overigens via de mail wel goed te bereiken.”

 

Binnenstad

Hoewel er in principe één BHV-organisatie aan de UM is wil dat nog niet zeggen dat het beleid overal identiek is. Neem de minimale werktijdfactor om BHV’er te mogen worden. In Randwijck ligt die op 0,7. Allert Andela: “Het gaat om aanwezigheid. Er zijn altijd wel mensen een keer niet in huis, maar bij mensen met halve banen is dat te vaak. We investeren honderden euro’s in opleiding en training.”

In de binnenstad klinken heel andere geluiden. Bij de School of Business and Economics is men weliswaar strenger (de grens ligt er bij 0,8), maar bij de universiteitsbibliotheek zegt het hoofd BHV Yvette Froeling “blij te zijn met iedereen. We hebben geen harde eisen, als je te streng bent snij je in je eigen vlees. Een voldoende bezettingsgraad, dat is veel belangrijker.”

Hoofd BHV Henk Verkoeijen bij de rechtenfaculteit: “Voor ons zelf hebben we de grens zo ongeveer gesteld op 0,5. Anders wordt het te weinig.”

Ook op andere punten zijn er verschillen. De aanwezigheid van Evac Chairs bijvoorbeeld, speciale evacuatiestoelen van zo’n 800 euro per stuk waarop invaliden door één persoon de trap afgeholpen kunnen worden. Want bij calamiteiten is het gebruik van liften verboden. “In Randwijck hebben we ze niet”, zegt Andela (die zich hierin vergist: de UB in de UNS 50 heeft ze wel, meldt Froeling), “omdat de trappen hier recht zijn zodat je mensen in een gewone rolstoel met twee man naar beneden kunt krijgen. Met minder inspanning en makkelijker.”

Bij de SBE denken ze daar anders over, terwijl het Jezuïetenklooster toch ook voornamelijk rechte trappen kent. Hoofd BHV Richard Thal: “Wij hebben vijf Evac Chairs.”

En bij rechten? “Nog niet”, zegt Verkoeijen, “ik heb het er onlangs wel met de directeur over gehad. Maar eigenlijk hebben we ze niet omdat we er niet stevig genoeg achteraan zijn gegaan. Voor mij is duidelijk dat ze nodig zijn, we hebben veel trappen in de gebouwen, vooral in de ‘pandjes’ aan de Lenculenstraat en de Bouillonstraat.”

 

Losse stijl

En dan is er nog de stijl van leidinggeven, van aansturen. Bij de SBE staat een strakke hiërarchische organisatie, legt Thal uit, met een rooster van dagploegen en met ploegleiders die hij gebruikt om te communiceren met de BHV’ers. Ook op de Minderbroedersberg is de bedrijfshulpverlening strak geregeld. Randwijck daarentegen lijkt het andere uiterste te zijn, constateert ook Paul van Eekeren: “Onder Andela is er een vrij losse organisatiestructuur.” Andela zelf zegt bijvoorbeeld “er niet van in paniek te raken” als ergens geen ploegleider is, zoals bij Deb 1 en op bepaalde verdiepingen van de UNS 50. “Mijn criterium is: als het maar werkt”, zegt hij.

Zijn ploegleiders niet belangrijk dan? Van Eekeren: “Jawel, ze hebben een aantal taken. Het aansturen bij calamiteiten, de communicatie met de ploeg, een keer per kwartaal vergaderen, het plannen van herhalingstrainingen.”

Toch wringt er iets. Randwijck herbergt de gebouwen met de meeste risico’s: radioactiviteit, chemische stoffen enzovoorts. Op dat vlak vinden wel eens incidenten plaats, waarbij de BHV vooral in het begin, voordat de professionals er bij zijn, een rol heeft. En uitgerekend daar is sprake van een losse BHV-organisatie? Van Eekeren, na een lichte aarzeling: “Ik zeg niks. Ik ben adviseur. Weliswaar kan ik gebouwbeheerders overrulen als er ‘opgeschaald’ moet worden naar zwaardere inzet van hulpdiensten bijvoorbeeld, maar nogmaals, in principe ben ik adviseur.” Even later: “Misschien dat de BHV’ers die losse stijl zelf niet zo prettig vinden maar aan de andere kant, we hebben nu weer een paar keer de brandweer gehad in Randwijck en die was tevreden over hoe het hier toegaat. Ze hebben vertrouwen in ons.”

 

Bevoegd gezag

Allert Andela wil met alle plezier de klachten in perspectief plaatsen, zegt hij.

“Om te beginnen gebeurt er hier gelukkig niet veel. Weinig incidenten. Een meisje dat flauwvalt, dat soort dingen. Ja sorry, ik kan er niets aan doen maar het zijn meestal meisjes. Een glaasje water doet al wonderen.”

Hij werkt een aantal punten af. Te weinig BHV’ers? “Je hebt altijd te maken met afwezigen, maar als je op een verdieping onvoldoende mensen beschikbaar hebt roep je andere groepen op. Uiteindelijk zijn er altijd genoeg mensen.” Materiaal dat niet werkt? “Bijvoorbeeld die piepers, de meldingen komen bij mij, ik geef het door aan Paul van Eekeren, maar die dingen zijn moeilijk te repareren, of de leverancier is lastig te bereiken. Dan duurt het even.”

Is Andela niet te laconiek? Neemt hij de klachten van zijn BHV’ers wel serieus? “Vindt men dat? Is mij nog nooit rechtstreeks gezegd. Kijk, mijn functie is het om geruststelling uit te stralen, geen paniek. Ik weet dat er mensen zijn die meer willen oefenen, die bijvoorbeeld een keer een ontruiming van het hele gebouw UNS 50 willen, maar ik zeg dan categorisch nee: geen polonaise, we doen steeds een deel van het gebouw, dat is meer dan genoeg. Het gaat erom dat ze een bepaalde routine krijgen. Je kunt niet de hele bedrijfsvoering stilleggen omdat de BHV’ers zo nodig moeten traplopen.”

En waarom stuurt hij niet even een mailtje naar medewerkers die om onduidelijke redenen hun gebouw uitmoesten? “Voor loos alarm stuur ik geen algemene mail rond.”

Maar een volgende keer zullen ze minder snel bereid zijn hun kamers te verlaten. “Dat zullen we dan nog wel eens zien, dan krijgen ze met mij te maken. Bij een calamiteit vormt de BHV het bevoegd gezag, die sommeren jou om te vertrekken en dan moet je gehoorzaam zijn. Anders krijg je later bezoek van mij, dat je zoiets niet meer moet flikken. Je brengt jezelf, de BHV’er en de hele organisatie in gevaar. Dat kan tot ontslag leiden.”

 

 

 

 

 

 

Wammes Bos

BHV’ers zijn idealisten

Bedrijfshulpverlener, dat word je uit idealisme, uit verantwoordelijkheidsbesef. Je bent vrijwilliger en wordt ingezet bij kleine en grote rampen in het gebouw waar je werkt: een student die een aanval van epilepsie krijgt, een hartaanval van een medewerker, iemand die een gemene val heeft gemaakt en wellicht iets gebroken heeft. Of bij brand, als het pand ontruimd moet worden. Als het gecompliceerd wordt komen de professionele hulpverleners: de ambulance en bij rook en vuur uiteraard de brandweer. Elk bedrijf, elke instelling is verplicht om BHV’ers in huis te hebben: gewone basis-BHV’ers, plus een aantal die een EHBO-cursus hebben gevolgd, en dan zijn er nog ploegleiders met eigen verantwoordelijkheden. Moet allemaal van de Arbowet. Daarom, zegt Paul van Eekeren, hoofd calamiteitenorganisatie (HCO) aan de UM, is hij tien jaar geleden begonnen met het opzetten van een eigen organisatie; voor die tijd werd dat extern ingehuurd. Op dit moment zijn er zo’n 420 BHV’ers binnen de universiteit actief. Ze krijgen er een kleine vergoeding voor van een paar tientjes per maand. Op jaarbasis is dat 318 euro. Wie tevens EHBO’er is ontvangt € 272 extra, een ploegleider krijgt er 136,13 bij.

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Name (required)

Email (required)