Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

26 Rue de Départ

“Woont u hier?”, vroeg de man toen hij het vertrek binnenliep. “Als dat zou kunnen”, gaf ik toe. Ik voelde mij betrapt. Ik stond midden in de huurwoning 26 Rue de Départ, keek om mij heen en zag, niet voor het eerst, dat het goed was. Je moet een poort door voor je bij de woningen komt. Alle verhuurd aan kunstenaars. Midden in Montparnasse. Piet Mondriaan woonde er van 1921 tot in 1936. Wie bij hem binnenkwam, beleefde een sensatie. Van een wandeling door een rommelige, vervallen buurt, kom je in een volledig witte ruimte, spannend gehouden door kleurvlakken in primaire kleuren, schilderijen en daarbij passende meubels en serviesgoed. Tot het laatste theekopje toe. Mondriaan ging ver in de “dénaturalisering” van onze grillige wereld. Het voornaamste streven in de evolutie van de mens. Zijn huis diende als Gesamtkunstwerk. Zelfs een vaasje tulpen verfde hij wit. Uit weerzin tegen al dat groen. Voor de Tweede Wereldoorlog verliet Mondriaan het Europese continent. Via Engeland kwam hij in Amerika terecht. De rommelbuurt waar hij zijn huis tot kunst verhief, is in 1940 gesloopt.

Toch stond ik vorige week in 26 Rue de Départ. In het begin van de jaren negentig is het gelukt na uitgebreide studie een replica te maken van Mondriaans atelier. Bij de tentoonstellingen rond zijn vijftigste sterfdag (1994) stond de studio in de Beurs van Berlage. Ook elders is de opstelling te zien geweest. Nu in het Gemeentemuseum van Den Haag. Waarom? Op een mooie dag in 1930 krijgt Piet Mondriaan bezoek van een jonge Amerikaanse kunstenaar: Alexander Calder. Vooral als maker van draadplastiek begint hij naam te maken. Dat werk was gestileerd, maar figuratief. Van het ene moment op het andere werd Calder bekeerd. Hij wilde alleen nog maar Mondriaans maken. Maar dan bewegende, en met zijn fameuze ‘knutsel’-techniek. Een grote carrière was geboren. Hij ontwikkelde de mobiles, hangende draadconstructies met vlakken in allerlei vormen. En inderdaad mobiel.

Mondriaan, De Stijl en later Dutch Design blijven in de cultuur van de twintigste eeuw de belangrijkste Nederlandse bijdrage aan de wereld. Voeg daar de mobiele wereld van Calder aan toe. Ik schrijf dit stukje gezeten op een stoel van Gerrit Rietveld uit de krattencollectie.

 

 

Hans Philipsen

Tentoonstelling Calder (en Mondriaan) in Den Haag tot eind mei. Zie ook: F. Postma, 26, Rue de Départ. Berlijn 1995

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Name (required)

Email (required)