Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“In Nederland moet je op sterven liggen voordat een huisarts je serieus neemt”

“In Nederland moet je op sterven liggen voordat een huisarts je serieus neemt”

Een studie naar gezondheidszorg over de grens

Wie zijn hernia of kaakontsteking  liever in België of Duitsland wil laten behandelen, vanwege de goede reputatie van de specialist of geavanceerde technologie, kan moeiteloos een afspraak maken. Dat is inmiddels vastgelegd in EU-wetgeving. Het is de vraag of Europeanen hun nieuwe rechten zullen gebruiken. Een onderzoek onder Duitse studenten in Maastricht belooft weinig goeds.

Het begon eind jaren negentig met de heren Decker en Kohll, allebei inwoners van Luxemburg. De een had een bril gekocht bij een opticien in België, de ander had zijn dochter naar een Duitse tandarts gestuurd voor een beugel. Beiden declareerden de kosten in Luxemburg maar kregen nul op  het rekest. Ze brachten de kwestie voor de rechter en uiteindelijk stelde het Europese Hof van Justitie hen in het gelijk en achtte de bepaling van vrij verkeer van goederen en diensten van toepassing op de gezondheidszorg.

Intussen hebben Europese burgers het recht op medische zorg in het buitenland en op declaratie van de kosten, zoals vorig jaar nog bekrachtigd door EU-wetgeving. In de praktijk zijn het de nationale overheden die bepalen op welke behandelingen hun burgers recht hebben. De Europese Unie verwacht dat patient mobility een hoge vlucht zal nemen. Al jaren gaan de inwoners van Wenen massaal naar de tandarts in Hongarije omdat die veel goedkoper is. Maar steken de Weners ook de grens over als ze ernstig ziek zijn? Hoe belangrijk is de vertrouwdheid met de eigen  huisarts, met het streekziekenhuis?

Aangezien weinig onderzoek is gedaan naar gezondheidszorg over de grens nam de Maastrichtse promovenda Irene A. Glinos – samen met prof. Hans Maarse en onderzoeker Nora Doering - de proef op de som. Al pakte de Deens-Griekse Glinos het iets anders aan. Ze richtte zich niet op de Nederlanders die voor een behandeling naar het buitenland gaan, maar op de buitenlanders die in Nederland verblijven. In dit geval: op Duitse studenten die al minstens een jaar in Maastricht wonen. Maken zij gebruik van de Nederlandse gezondheidszorg?

De uitkomsten laten niets te raden over. Op grond van 235 geretourneerde vragenformulieren bleek dat 97 procent van de Duitse studenten in hun eigen land naar de tandarts, huisarts of specialist gaat; en dat 72 procent nog nooit een Maastrichtse arts heeft gezien. De meesten gaan terug naar hun eigen stad, ook als ze daarvoor achthonderd kilometer moeten afleggen, sommigen gaan net over de grens naar Aken. “I go home, of course”, meende menigeen alsof het de normaalste zaak van de wereld was.

Waarom doen ze dat? Niet omdat ze de Nederlandse gezondheidszorg laag aanslaan of beroerde ervaringen hebben, maar uit vertrouwdheid met hun eigen arts, met het stelsel en de taal, en met de wijze van declareren. Dit laatste zou geen rol moeten spelen omdat studenten alle kosten kunnen declareren. Het toont wel de onwetendheid onder studenten én artsen. Glinos: “We vernamen dat sommige studenten na het consult bij de huisarts moesten betalen. In cash! Ik was geschrokken toen ik het hoorde, want dat is wel heel ongebruikelijk in het Nederlandse systeem.”  

De uitkomsten zijn glashelder maar, zegt Glinos, bedenk wel dat de Nederlandse en Duitse gezondheidszorg sterk van elkaar verschillen. “Veel Nederlanders lijken er trots op dat ze al jaren niet meer bij een huisarts zijn geweest, terwijl menige Duitser graag naar de huisarts gaat. Die zien ze als iemand die voor hen zorgt en goede adviezen geeft. De medicalisering is in Duitsland verder voortgeschreden dan in het calvinistische Nederland. Eén Duitser zei: ‘Je moet hier zo ongeveer op sterven liggen voordat een Nederlandse huisarts je serieus neemt.’”

Ondanks deze verschillen, zegt Glinos, tevens werkzaam bij het European Observatory on Health Systems and Policies in Brussel, laat het experiment zien dat de bereidheid van burgers om zich in het buitenland te laten behandelen laag is. Het zal, juist door de grote aantrekkingskracht van het vaderland, in de nabije toekomst geen big issue worden. In tegenstelling tot wat menig politicus of wetenschapper roept.

Het heeft dan ook weinig zin om EU-burgers te stimuleren om hun actieradius te vergroten. “Patient mobility moet vanuit de bevolking zelf komen, anders werkt het niet. In specifieke situaties komt het zeer van pas, bijvoorbeeld in regio’s waar een buitenlandse dokter geografisch veel dichterbij ligt dan een van eigen bodem. Of waar men over de grens hetzelfde dialect spreekt. Of als er wachtlijsten zijn zoals Nederland die had." En in al die andere situaties, zegt Glinos, mag je normaal gesproken veronderstellen dat de gezondheidszorg in het eigen land goed genoeg is.

 

Maurice Timmermans, Riki Janssen, Cleo Freriks

België: goed, goedkoop en geen wachtlijst

Hans Smit, teamleider admission and registration office van het studentenservicecentre, is een Nederlander die al 23 jaar in België woont. Hij is zowel in Nederland (collectieve verzekering UM) als in België (kleine bijdrage Christelijke Mutualiteit én hospitalisatieverzekering van €140 per jaar) verzekerd. “Is niet verplicht maar wel aan te bevelen, zeker als je kinderen hebt.”

Hij heeft twee huisartsen, een in Maastricht (“een tophuisarts, aan de UM opgeleid, daar ga je niet snel weg”), een in België: “Die is voor noodgevallen. Grote voordeel is dat je ook na zes uur ’s avonds terecht kunt.” Maar waar de Maastrichtse huisarts gratis is (zit in het verzekeringspakket en valt buiten het eigen risico), moet hij aan de Belgische arts een eigen bijdrage (remgeld) betalen.

Smits tandarts woont bij hem om de hoek, en toen hij een paar jaar geleden aan staar geopereerd moest worden, koos hij voor het ziekenhuis in het Belgische Tongeren. Waarom? “De hulp in België is zeker zo goed, er zijn geen wachttijden en het is goedkoper.” Neem zijn staaroperatie: in Nederland was de wachttijd zes tot acht maanden en zou hij een deel – zijn (hoge) eigen risico dat bij zijn “uitgeklede” Nederlandse verzekeringspakket hoort – zelf moeten betalen. In Vlaanderen was hij drie weken later geholpen, zonder een centje pijn. Alles viel binnen de hospitalisatieverzekering.

Voor de tandarts gaat eenzelfde verhaal op. “Ik had een tijd geleden last van een verstandskies. De Nederlandse tandarts had geen tijd, na drie weken pijn ging ik op maandag naar de tandarts bij mij om de hoek, in mijn woonplaats Hees. Die verwees me door naar het ziekenhuis waar vier dagen later, vrijdagavond 19.00 uur, mijn kies werd getrokken. Kosten: €22. De halfjaarlijkse controle kost weinig, het vullen van een kies een paar tientjes. Sowieso minder dan de Nederlandse tandartsverzekering.”

“Ik betaal tweemaal ziektekosten”

De Belg Jean-Paul Beusen, die net over de grens in Kesselt woont, had meer dan tien jaar lang een Nederlandse huisarts. De IT-coördinator aan de UM heeft louter positieve ervaringen. "Hij stond binnen tien minuten op de stoep als ik 'm nodig had en kwam ook terug op eerdere behandelingen. Ik miste de artsen en de gezondheidszorg in België niet. Wel hield ik mijn tandarts in België, maar dat was niet vanuit een hang naar vertrouwdheid maar meer uit gewoonte. Daar kwam ik als kind al."

Beusen is als buitenlandse werknemer in Nederland verplicht om zich in Nederland te verzekeren tegen ziektekosten. "Dat kost me duizend euro per jaar terwijl ik nu geen gebruik meer maak van de Nederlandse gezondheidszorg. We konden ons zoontje niet meeverzekeren op de Nederlandse polis. Daarom zijn we uitgeweken naar een Belgische huisarts. Nu betaal ik dus tweemaal ziektekosten. Gelukkig zijn die in België niet zo duur. Een huisartsbezoek kost 25 euro maar daarvan kun je 17 terugkrijgen via het Belgische ziekenfonds.”

Hij ziet geen verschil in kwaliteit tussen de Nederlandse en Belgische huisarts, al gaat het er wel anders aan toe. "De sfeer is minder formeel. In Nederland moet je eerst langs de assistente, in België krijg je meteen de huisarts aan de lijn. Ik spreek 'm aan met Sven. Hij neemt altijd op. Ook als je zelf op de behandeltafel ligt."

Naar Aken voor de dokter

Annika Lübbert, derdejaars student University College, is één van de Duitse studenten die in eigen land naar de dokter gaan. “Ik kom uit Hamburg, maar toen ik in Maastricht kwam wonen heb ik een dokter in Aken gezocht. Dat heeft vooral een praktische reden. Ik ben particulier verzekerd en in Duitsland hoef ik dan niet eerst langs de huisarts als ik naar een specialist wil. In Nederland moet je altijd doorverwezen worden.

“Ik ben één keer in Maastricht naar de huisarts geweest. Toen was ik echt ziek en had ik geen tijd om naar Aken te rijden. Het leek me beter om wel die dag een arts te zien. Als zich nog eens zo’n situatie voordoet, doe ik het weer. De taal speelt ook een rol. Mijn Nederlands is oké, maar veel van mijn vrienden zouden niet goed kunnen uitleggen wat ze hebben. Voor de huisarts vind ik het niet zo erg, maar met de gynaecoloog en de tandarts praat ik ook liever Duits.”

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Name (required)

Email (required)