Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Kandidaten moeten een smoel hebben”

“Kandidaten moeten een smoel hebben”

Photographer:Fotograaf: Archief Observant

Wat te doen aan de lage opkomst bij de universitaire verkiezingen?

 

Het dieptepunt lag in 2001 toen slechts 5 procent van de economiestudenten naar de facultaire stembus toog. Vorig jaar zette 35 procent van de UM-studenten een kruisje. Hoe hoog zal de opkomst over twee weken zijn? Veel meer dan 35 procent zal het waarschijnlijk niet worden. Waarom geen good old universitaire verkiezingsdag uitroepen met alles erop en eraan: stemhokken, rode potloden en een stembus? “Ik zou dat zeker zien zitten”, zegt aankomend rector Luc Soete. 

 

Stel je eens voor: lange rijen stemgerechtigden voor de universitaire stemlokalen in Randwijck en de binnenstad, een gordijn voor ieder stemhok, een rood potlood en een stembus. En ’s avonds een drukbezochte feestelijke verkiezingsuitslag opgeluisterd door de verschillende studentenbands die Maastricht rijk is.

Universitaire verkiezingen nieuwe stijl: op één dag en onder grote belangstelling. Zou dat kunnen? Zou zo’n dag het animo voor de universitaire verkiezingen en dus medezeggenschap onder studenten en medewerkers verhogen? Of kan dat alleen maar als de raden weer veel meer te zeggen krijgen: zoals instemmingsrecht over de begroting? De zorgen over ondemocratische elektronische verkiezingen waarbij stemmen worden geronseld - door studentenpartij Novum geuit op pagina 6 - zouden door de komst van het potlood en de stemhokjes in ieder geval verdwijnen.

De nieuwe rector Luc Soete staat niet onwelwillend tegenover de door Observant geopperde ‘universitaire verkiezingen nieuwe stijl’. Vanuit een congres in Parijs laat hij per mail weten: “Ik zou zoiets zeker zien zitten. Het animo moet inderdaad omhoog en waarom niet met een rood potlood.”

De voorzitter van Dope, Kevin Hol, houdt liever vast aan de huidige constructie: “In de verkiezingsweek kan de student er niet om heen dat er verkiezingen zijn. Het is hét moment waarop partijen hun standpunten voor het voetlicht kunnen brengen. Ik ben bang dat als we alles tot één dag beperken, de opkomst veel lager zal zijn. Nu stemt eenderde van de studenten in die week.” En wat het feestelijke betreft: “Je loopt het risico dat men zich later alleen de gratis drank en hapjes herinnert en niet meer weet dat het om de verkiezingsuitslag ging. Hoe feestelijker, hoe gevaarlijker. Het gaat om een serieuze zaak, die moeten we serieus houden. Je moet niet alles met feesten leuker willen maken.”

“Je kunt verkiezingen op een dag houden, waarom niet?”, zegt Arno Korsten, Maastrichts hoogleraar bestuurskunde van de lagere overheden. “Maar studenten zijn vaker buiten de stad, voor co-schappen, stages. Dat kan een nadeel zijn voor de opkomst.”

We moeten er ook geen grote sprong voorwaarts van verwachten, meent Korsten. De opkomst wordt volgens hem beïnvloed door andere factoren. Zo moet er een gevoel van urgentie zijn (“de verkiezingen moeten ergens over gaan”), er moeten verschillen tussen partijen zijn (“je moet iets te kiezen hebben”), en de kandidaten moeten een “smoel” hebben. “Da’s Jan, die is goed gebekt.” Nog een laatste aanvulling als het gaat om de urgentie: “Het beste is als in Den Haag de pleuris uitbreekt, dat er meningsverschillen zijn over een belangrijke kwestie die de Universiteit Maastricht aangaat.”

 

Het Centraal Stembureau:

“Het wordt tijd voor een verkiezings-app”

Het is nauwelijks nog voor te stellen maar medio jaren negentig, in 1995, bracht de helft van de geneeskundestudenten zijn stem uit bij de studentverkiezingen voor de faculteitsraad. Bij het toen geheten cultuurwetenschappen – nog slechts driehonderd studenten -  was dat 51 procent. Bij de andere faculteiten schommelde de opkomst rond de 40 procent. Geen aantallen waar een democraat heel blij van wordt, wel in vergelijking met de treurige jaren die volgden.  Een van de dieptepunten voltrok zich in 2001, toen 5 procent van de economiestudenten een kruisje zetten en 7 procent van de juristen. In 2003 scoorde de faculteit cultuurwetenschappen als een van de besten: 14 procent. De afgelopen jaren trekt het weer bij; in 2011 was de opkomst gemiddeld 35 procent.

Vanwaar die grote verschillen met de jaren negentig? Twee gebeurtenissen zijn relevant. Op de eerste plaats de invoering van de wet Modernisering Universitaire Besturingsorganisatie (MUB), ingevoerd door toenmalig minister Jo Ritzen, later collegevoorzitter in Maastricht. De wet moest de besluitvorming versoepelen maar holde tegelijk de universitaire democratie uit omdat de medezeggenschapsraden minder te zeggen kregen.  Het begrotingsrecht en het benoemingsrecht van de decaan verdween. Een paar jaar later, in 2001, kwamen de elektronische verkiezingen met alle nadelige gevolgen van dien, omdat veel studenten hun UM-mail niet gebruikten en nooit een oproep onder ogen kregen.

“We doen het in Maastricht niet slecht in vergelijking met andere universiteiten”, zegt Niels Harteman, secretaris van het centraal stembureau. “De opkomst ligt hier de laatste jaren rond de 35 procent. Al wil je het liefst natuurlijk minstens de helft. Misschien dat studenten niet weten wat medezeggenschap precies inhoudt en wat raadsleden voor hen kunnen betekenen. Een veelgehoorde klacht is dat de studentenpartijen zich alleen in de verkiezingsweek manifesteren en de rest van het jaar onzichtbaar zijn.”

Vorig jaar heeft het centraal stembureau een belangrijke slag  gemaakt, zegt Harteman. “We hebben voor het eerst een groot verkiezingsdebat op poten gezet in de aula, we hebben de website verbeterd en we gebruiken Facebook en Twitter. Maar als je het mij vraagt, wordt het tijd voor een verkiezings-app. Een toepassing die informatie geeft over medezeggenschap, de standpunten van de partijen, en waarmee je kunt stemmen.”

 

De Belgen:

“Studenten stemmen vaak als een blok”

Hoe zou het bij de buren gaan, universitaire verkiezingen? Bij de Vlamingen bijvoorbeeld? Gaan de studenten daar wel massaal naar de stembus? We bellen met Leuven: groot, gerenommeerd en in België zo belangrijk dat de verkiezing van de Leuvense rector altijd landelijk nieuws is. Want ja, in Vlaanderen worden rectoren en decanen gekozen en bovendien is een rector er iets anders dan hier, die is echt het boegbeeld van het universitaire bestuur.

Studenten mogen ook meestemmen maar niet rechtstreeks, zo blijkt. Dat gaat via vertegenwoordigers in andere organen. Bram Smits, voorzitter van de Leuvense studentenraad Loko, probeert het de verslaggever uit te leggen, en dat is geen sine cure. Rechtstreekse verkiezingen vinden alleen plaats voor de presidia. Een presidium is een groep studenten die vervolgens weer mensen naar onder andere de faculteitsraden sturen. En hoe zit het dan met de opkomst bij die presidiumverkiezingen? “Dat loopt van 10 tot 90 procent”, zegt Smits. Oef, daar worden we hier in Maastricht stil van. Ja, vervolgt Smits enthousiast, die presidia doen ook aan feesten en partijen, er zijn er met een eigen café “waarvan de uitbater altijd verkozen wordt”.

We begrijpen, kortom, dat hier heel andere overwegingen meespelen dan de vraag of een student straks verstandige dingen kan zeggen in een faculteits- of universiteitsraad. “Bel maar met Gent, daar kiezen ze wel rechtstreeks voor de raden”, adviseert Smits.

Gertjan Dewaele is zijn evenknie in Gent, voorzitter van de studentenraad.

De Gentse studenten, legt hij uit, kunnen elke twee jaar stemmen voor vertegenwoordigers in de universitaire raad van bestuur: 4 plaatsen van de 34. En voor vertegenwoordigers in de faculteitsraad: 1 op 6, het concrete aantal hangt af van de omvang van de raad, die verder grotendeels uit wetenschappelijke stafleden bestaat. Grote faculteiten halen makkelijk 100 leden.

Een verhouding van 1 op 6, dan heb je dus als student niet veel te vertellen, toch? Dewaele: “Jawel, want de studenten stemmen vaak als enigen als blok. Bij een decaansverkiezing zijn de professoren altijd verdeeld, dan kunnen wij met een zesde van de stemmen veel invloed hebben.”

Ondervoorzitter van de Gentse studentenraad is Evy Bauwens. Zij vertelt dat bij de jongste verkiezingen, twee weken geleden, voor de studentvertegenwoordigers in alle universitaire bestuursorganen een opkomst van 20 procent is gehaald “en daar zijn we heel blij mee”. Blij? Met 80 procent die niet meedoet? “Ja, maar vorige keer was het minder, 17 procent, en bovendien zitten we boven de norm die de overheid in het Vlaamse participatiedecreet heeft bepaald voor deze verkiezingen, die ligt op 10 procent. Maar u heeft gelijk, als 100 procent ideaal is valt 20 wat tegen. Alleen, 100 haal je nooit, ik zou tevreden zijn met 50 procent.”

Dit jaar hebben ze gepoogd om de opkomst te verbeteren door met een tiental gehuurde iPads de boer op te gaan. Daarin een verkiezings-app om het allemaal gemakkelijk te maken. En meteen kwamen daarna de verwijten dat kandidaten zelf stemmen hadden geronseld met hun iPadjes. Er waren namelijk te weinig neutrale figuren beschikbaar voor het iPad-gebeuren, vandaar de terugval op kandidaten. Evy Bauwens: “Ja, daar stond een stuk over in het studentenblad Schamper, nou, dat was erg overdreven hoor, ze opereerden steeds in tweetallen maar een keer heeft een kandidaat even in zijn eentje gestaan en die heeft zich toen misdragen. Maar dat was maar een half uur!”

Ach, niet alles aan de andere kant van de schutting is beter.

 

De studentenpartijen:

“Het belangrijkste: informeer de student”

Goed idee voor een verkiezingscampagne; zorg dat je iets uit te delen hebt. “Dat geeft je een aanleiding om een gesprek aan te gaan”, volgens Karel van Eechoud, oud-voorzitter Dope. Dope deelde vorig jaar ruim duizend waterflesjes uit met daarop hun logo. “Tijdens die gesprekken met studenten vertellen we niet alleen wat medezeggenschap inhoudt, maar vragen we ook wat ze bezig houdt, welke problemen ze ervaren. Zo krijgen we een hoop feedback.”

Veronika Brantová, voorzitter van Novum en vorig jaar betrokken bij de verkiezingscampagne als universiteitsraadslid, is het met hem eens. “Wij deelden potloden, snoep en ijs uit. Ons belangrijkste doel is de studenten informeren. Dat moet niet alleen tijdens de campagne, maar altijd.” Ze stelt voor dat de raden maandelijkse nieuwsbrieven rondsturen. “Niet iedereen zal dat lezen, maar de mensen die wel geïnteresseerd zijn kunnen dan zien wat er speelt, wat het effect van medezeggenschap is.”

Van Eechoud denkt dat het centraal stembureau een rol kan spelen bij de informatievoorziening. “Het zou goed zijn als er een duidelijk platform kwam waar de kandidaten zich kunnen presenteren. Wie ben je, wat zijn je ideeën en wat heb je als partij afgelopen periode waargemaakt. We moeten de onderlinge verschillen opzoeken, zoals dat al tijdens het verkiezingsdebat gebeurt, zodat de studenten weten dat het uitmaakt op wie ze stemmen.”

 

Wammes Bos, Cleo Freriks, Riki Janssen, Maurice Timmermans

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Name (required)

Email (required)