Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Wat vind ik belangrijk? Wie wil ik zijn?”

“Wat vind ik belangrijk? Wie wil ik zijn?”

Photographer:Fotograaf: Joey Roberts

Maastricht Symposium 2012

Leggen bedrijven pas afgestudeerden langs een meetlat en vinken ze vervolgens een checklist met eisen af? Zonder oog te hebben voor de mens achter het Curriculum Vitae?

Het was een van de vragen die een panel uit het bedrijfsleven en non profit organisaties afgelopen maandagmiddag in een volle raadszaal in het stadhuis kreeg voorgelegd. De paneldiscussie stond geprogrammeerd na een middag vol workshops en een ochtend met sprekers als Job Cohen, oud-rector van de Universiteit Maastricht en oud PvdA-fractievoorzitter in de Tweede Kamer, de filosoof, scheikundige, programmamaker, columnist en essayist André Klukhuhn, Gerrit van Loo, topman van Heineken en Kamerleden Anne-Wil Lucas (VVD) en Jasper van Dijk (SP). Doel van dit alles: studenten, politici, wetenschappers en mensen uit het bedrijfsleven met elkaar laten discussiëren over het thema van het - door het Comité Koning Willem 1georganiseerde - Maastricht Symposium 2012: Student: persoon in ontwikkeling of product van de maatschappij?

Een oneigenlijke tegenstelling, zei panellid en geneesheer-directeur van de GGZ, Coy Koopal. “Het gaat om beide.” Een vrouwelijke trainee van Randstad, sinds anderhalf jaar in dienst, liet weten dat haar bedrijf werkt met een checklist. “Er is veel talent, met die checklist kunnen we bepalen wie we een test laten maken en toegang geven tot de selectieprocedure. Ik ben zelf ook langs die lat gelegd. Je moet daar als sollicitant even doorheen.” Daarna komt het aan op de individuele kwaliteit, vulde haar mannelijke collega aan – sinds 3,5 maand trainee bij Randstad. Een vertegenwoordiger van ABN  AMRO, Ralph Elias, – al vijftien jaar in dienst van de bank – maakte dat nog wat concreter: “Een checklist zorgt voor een eerste selectie. Maar degene die het beste verwoordt wat hij wil, die flair heeft, die enthousiasme toont en met een persoonlijk verhaal komt waarom hij bij de bank wil werken, die onthoud je. Je wilt persoonlijkheid en die komt in de individuele gesprekken aan bod.” Kortom, zo vatte dagvoorzitter, predikant en ondernemer Ruben van Zwieten het samen: richt je studietijd niet in langs de meetlat van je cv. 

Die ochtend had hij de sprekers al de vraag voorgelegd: wat is er nodig om als student een “mens in ontwikkeling te zijn in plaats van een arbeidsmarktproduct?” Job Cohen, onthaald op een groot applaus, had een paar boodschappen: volg je interesse als het gaat om keuzes in je studie en loopbaan. “Loop niet achter hypes aan, ga als het moet tegen de stroom in. Het is belangrijk om te ontdekken waar je talenten liggen en die te ontwikkelen. Dat is goed voor jou en voor de maatschappij. Het is bovendien belangrijk om iets naast je studie te doen. Dat kan het besturen van een vereniging zijn tot het lezen van boeken die je altijd al wilde lezen.” En “realiseer je dat je carrière, in ieder geval voor een deel, afhankelijk is van toeval”. Dit laatste illustrerend met zijn eigen loopbaan die begon met een studie rechten in Groningen, wetenschappelijk medewerker in Leiden, rector in Maastricht, twee keer staatssecretaris, burgemeester van Amsterdam en tot voor kort partijleider van de PvdA. “Je gaat straks vast niet datgene doen wat je nu denkt dat je gaat doen.” Daarbij verwijzend naar collegevoorzitter Martin Paul die toch nooit als Duitse geneeskundestudent had kunnen bedenken dat hij ooit de voorzitter van het college van bestuur in Maastricht zou worden. Om te eindigen met een pleidooi voor het sociaal leenstelsel. “De samenleving investeert in jou, dan is het wel zo eerlijk als je dat later ook terugbetaalt. Zeker ten opzichte van de mensen die niet konden gaan studeren.”

Dagvoorzitter Van Zwieten concludeerde aan het einde van de ochtend dat Cohen zijn gehoor te veel laat zwemmen. “Doe waar je goed in bent, wees jezelf, luidt Cohens boodschap. Maar de vraag is: waar ben ik goed in? Wat vind ik belangrijk? Wie wil ik zijn? Natuurlijk is het belangrijk om ervaring in het buitenland en in commissies op te doen. Maar competenties als overtuigingskracht, het kunnen overbrengen, het kunnen verkopen, hebben wel te maken met wát wil je verkopen, wát wil je overbrengen? Dat besef moet groeien. Ga sporten, zorg dat je fysiek fit bent, maak je hoofd leeg. Stel je open voor kunst, literatuur, toneel en muziek, zodat je je verbeeldingskracht ontwikkelt, zodat je je kunt inleven in andere mensen en tot mooie vondsten voor de toekomst kunt komen.”

 

 

 

Riki Janssen

Winnende columns Maastricht Symposium 2012

Een kleine honderd Maastrichtse studenten schreven een column over het thema Student: persoon in ontwikkeling of product van de maatschappij? Een jury onder leiding van jurist Fokke Fernhout maakte een top tien. Deze tien kregen als prijs een workshop column schrijven van de redactie van Observant. De nummers één en twee – Thijs Voets en Anne Moraal – staan vandaag in Observant.

 

 

 

Grens (Eerste prijs)

“The Dutch are by far the craziest people I have met this semester. Dat zei een Ierse vriend van mij toen ik afgelopen half jaar in het buitenland verbleef om daar te studeren. Ik was gevleid. Je wilt in Europa niet graag te boek staan als saaie, hardwerkende of matig drinkende student.

Gelukkig staat de Nederlandse student er goed op in het buitenland. We spreken goed Engels, kunnen goed studeren en we zijn bovenal “crazy”. We doen mee met alle activiteiten en feestjes, we zijn altijd in voor een dolletje en niet te vergeten: de geleende centjes van onze grote suikeroom in Groningen worden het liefst in tienvoud over de bar gesmeten.

Die eigenschappen worden ons in onze studententijd dan ook met de paplepel ingegoten. Een actief lidmaatschap bij een sport-, studie- of studentenvereniging staat hoog in het vaandel. Zelfontplooiing, zeker, maar het liefste met een bar binnen handbereik. Iets organiseren? Geen probleem, maar dan wel met een borrel of feest ter afsluiting. Ik moet toegeven: de opgedane ervaring om te werken in een team, om te gaan met kritiek en om evenementen te organiseren is een perfecte aanvulling op een universitaire opleiding die (terecht) de praktijk laat voor wat het is.

Toen afgelopen weken tijdens het mooie weer de parken weer volstroomden met studenten en studieboeken zo snel mogelijk werden ingewisseld voor een witbier had ik het door. De Nederlandse student is een rasopportunist. Als het lekker weer is dan wordt er vanzelfsprekend even niet gestudeerd. Een feest op woensdagavond maakt een lezing op donderdagochtend inhumaan. En je inzetten voor een studentenvereniging rechtvaardigt studievertraging.

Het opportunisme van de Nederlandse student kent ook een keerzijde. Bij tegenwind gaan alle kopjes hangen. Lange tijd hebben studenten en bedrijven elkaar wijs gemaakt dat hoe uitgebreider het deel naast je studie op je Curriculum Vitae was, hoe geschikter je bent als toekomstig werknemer. Het moet nu maar weer eens klaar zijn met het almaar meer ervaring op willen doen. Het uitbreiden van je CV heeft bij de meeste mensen geleid tot studievertraging. Bij het oplopen van die vertraging speelde het opportunisme een hoofdrol. Het was immers altijd mooi weer: je hoefde minder te studeren omdat je iets naast je studie deed en je toekomst werd alleen maar rooskleuriger. Nu dan uiteindelijk boze donderwolk Zijlstra aan de hemel verschijnt worden we ons hopelijk weer eens bewust van de luxe die we ons de laatste jaren eigen hebben gemaakt. Zijlstra heeft mijns inziens een zeer redelijke grens gelegd op zelfontplooiing. Dat daar nu enige weerstand op komt is logisch, dat is de opportunist eigen. Maar de Nederlandse student redt zich wel. We vinden wel manieren om het allemaal te kunnen bolwerken. Daar ben ik, opportunist als ik ben, heilig van overtuigd.

Thijs Voets

 

 

De kiloknallers van de universiteit (Tweede prijs)

Ik ben altijd een beetje jaloers op Leonardo DaVinci. Schilder, architect, uitvinder,

ingenieur, filosoof, natuurkundige, scheikundige, schrijver, componist, hij was het

allemaal en meer. De Homo Universalis, een genie. Maar als ik op de vraag wat ik

later wil worden: de ‘Universele Mens’ antwoord, kijken mensen mij toch vaak raar

aan. Tegenwoordig word je vanuit de overheid namelijk geacht meteen te weten wat

je wilt en je studie er binnen een paar jaar met goede cijfers doorheen te rammen. Nog

voor je 25e ga je solliciteren om bij te dragen aan de maatschappij. Maar solliciteren

gaat ook niet zomaar. Het bedrijfsleven heeft weer een heel ander eisenpakket.

Allereerst moet je CV top zijn, het liefst ‘gepimpt’ met waardevolle nevenactiviteiten

waarin je leidinggevende capaciteiten goed naar voren komen. En dan begint het

circus pas echt. IQ-testen, interviews, rollenspellen, maar ook je sociale netwerk zijn

van belang in dit proces. Sociale media worden door de toekomstige werkgever

namelijk nauwlettend in de gaten gehouden. Scherm je Facebook-pagina maar goed

af, want een foto waarop je met handenvol bier staat kan je een toekomstige carrière

kosten. Dat je bier haalde voor een groep van tien vrienden en zelf de ‘Bewust

Onbeschonken Bestuurder’ was maakt dan niet meer uit. Ik vraag me af of Nietzsche,

toen hij in huilen uitbarstte en een paard knuffelend probeerde te troosten omdat de

koetsenier het had geslagen, zich ook druk maakte over wie hem allemaal stiekem

bekeek en wat de gevolgen daarvan waren. Toegegeven, Nietzsche werd hierna

afgevoerd naar een psychiatrische inrichting. Een beetje gek, dat zeker, maar in mijn

ogen wel een genie.

Natuurlijk is het crisis, natuurlijk zuipen studenten te veel en moeten ook wij

de broekriem over onze bierbuiken aantrekken. Maar is er binnen deze maatschappij

nu nog wel ruimte voor hedendaagse DaVinci’s, de Nietzsches? Spreekt er passie uit

een lijst met enkel zevens en een afgeronde bacheloropleiding na drie jaar? Is een

bestuursjaar met enkel het doel je CV op te pimpen wel echt zo waardevol? Gelukkig

hoeven we ons hier niet meer druk om te maken. Bedankt overheid, bedankt

bedrijfsleven, dit bepalen jullie voor ons. Er zou een checklist moeten komen zodat je

punt voor punt kunt afvinken of je voldoet aan het beeld van ‘de perfecte student’. De

student is een product geworden, met labels waaraan we moeten voldoen. Net als de

etiketten van de kipkerriesalade van de Appie. Waarschuwing: deze student kan

sporen van eigenzinnigheid en passie bevatten.

En ik zelf dan? Ja, ik heb een cijferlijst met alleen maar zevens of hoger. Ja, ik

heb een bestuursjaar gedaan. Al twee vinkjes op de checklist! Maar: ook ik zal

volgend jaar aan de langstudeerdersboete moeten geloven. En stiekem zou ik ook

wel eens een paard knuffelend willen troosten. Hoe denk ik dan te gaan bijdragen aan

de maatschappij? Nou gewoon: als schrijver, onderzoeker, politicus, consultant,

hoogleraar, filosoof, journalist, ondernemer en zo kan ik nog wel even doorgaan.

Bijdragen zeker, maar wel op mijn eigen manier. En nu eerst een biertje.

Anne Moraal

 

Meer foto’s van het Maastricht Symposium op facebook.com/ObservantUM

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Name (required)

Email (required)