Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

En de beste geneeskundestudenten wonen in…

En de beste geneeskundestudenten wonen in…

Photographer:Fotograaf: Archief Observant

Rosalind Franklin Contest

De Maastrichtzaal in UNS 40 is donker. Terwijl het publiek naar binnen schuifelt versnelt de muziek. Als iedereen zit maken de teams onder groot applaus hun entree. Een stem schalt uit de boxen:  “Welkom bij de eerste interfacultaire geneeskunde wedstrijd van Nederland; de Rosalind Franklin Contest. Dit is uw gastheer van vandaag: kinderradioloog Simon Robben.”

Diagnoses stellen, medische vragen beantwoorden en patiënten onderzoeken; het zijn allemaal onderdelen van de wedstrijd waar zes teams van ieder vijf geneeskunde bachelorstudenten – uit Utrecht, Nijmegen, Leiden, Groningen, Rotterdam en Maastricht – op zaterdag 12 mei aan meedoen. Alleen Amsterdam is er niet bij: de Universiteit van Amsterdam had geen interesse en de Vrije Universiteit zei op het laatste moment af.  “Gisteren kregen we een mailtje van de studievereniging; een paar leden van het team had zich afgemeld en ze konden geen vervanging vinden”, zegt Thomas Schok, één van de studenten die het organiseert. “We waren op z’n zachtst gezegd not amused. Het technische gedeelte van de wedstrijd moest aangepast worden en we hadden al kosten gemaakt. We hebben ze nog geprobeerd over te halen, maar volgens hen was het echt niet te doen. Belachelijk; er zijn daar duizend bachelorstudenten.”

De sfeer in de zaal is er niet minder om. De kandidaten zijn enthousiast, trotse ouders leggen alles vast op camera en medestudenten joelen aanmoedigingen. Spelleider Simon Robben neemt de regels nog even door; geen hulpmiddelen (de teams hebben hun mobiele telefoons bij binnenkomst moeten inleveren), geen contact met de coaches (ieder team mocht een hoogleraar meenemen als coach; zij vormen ook de jury) en bezwaren vóór het einde van de wedstrijd melden.

“Een 2-jarig jongetje komt bij de huisarts. Zijn ouders zijn erg bezorgd. Hij is hangerig, lusteloos, eet slecht en spuugt het vaak weer uit. Ook is hij vaak verkouden.” Dit is de eerste casus die de studenten voor hun kiezen krijgen. Ieder team begint met vijfhonderd punten. Daarmee kunnen ze aanvullend onderzoek kopen. Hoe vervelender het onderzoek voor de patiënt is des te meer punten het kost. Wie denkt te weten wat dit jongetje mankeert mag de diagnose stellen. Een goed antwoord levert 250 punten op, een fout 125 punten aftrek.

Utrecht begint, zij willen graag een bloedonderzoek voor 10 punten. Het bloed wijkt af. Nijmegen laat de longen onderzoeken, dat levert niets op. Ook in de zaal wordt nu druk overlegd. Het lichamelijk onderzoek van Leiden wijst uit dat de jongen een bolle buik heeft en mobiele lymfeklieren. Groningen denkt dat een bacterie de oorzaak is, maar het onderzoek komt negatief terug. De resultaten van het immunologie-onderzoek van Maastricht zorgen voor een collectieve aha-erlebnis. Nog voordat het thuisteam het antwoord – coeliakie (glutenallergie) – helemaal heeft uitgesproken, begint het publiek te klappen.

In de tweede ronde draait het om snelheid. De kandidaten krijgen een plaatje te zien van een afwijking die duidt op een ziekte. Wie het eerst op de zoemer drukt mag de diagnose stellen. De jury is streng: het antwoord moet precies goed zijn anders gaan er alsnog punten af. Nijmegen doet het goed in deze ronde, maar hun voorsprong wordt meteen weer teniet gedaan bij het volgende onderdeel, de multiple-choice vragen. Als enige team halen zij niet de volle score van 150 punten. Het publiek kan bij deze ronde meedoen. Iedereen heeft een stemkastje gekregen dat in verbinding staat met de computer. Op het scherm is te zien hoeveel procent van de toeschouwers het juiste antwoord heeft gegeven. 

De kastjes mogen nog even in gebruik blijven. Terwijl de zaal wordt omgebouwd voor het praktijkgedeelte, vermaakt Arnoud van den Eerenbeemt, vakredacteur van medische naslagwerken, het publiek met een taalquiz. Hoe spel je bijvoorbeeld disfunctie en dyslexie?

Een onderzoeksbank en twee bakjes met hulpmiddelen zijn opgesteld, neuroloog Marc de Krom staat klaar. Het eerste team komt aarzelend binnenlopen, één van hen nog slechts gekleed in wat Robben omschrijft als “de laatste ondergoedmode uit Utrecht”. De jury legt uit: de studenten moeten in drie minuten zoveel mogelijk neurologische tests uitvoeren op de vrijwilliger uit hun eigen team. De Krom zal kijken of de tests goed worden uitgevoerd. Utrecht laat hun teamgenoot meteen op en neer lopen. Een goede zet, legt De Krom later uit. “Je kunt veel aflezen aan hoe iemand loopt en het is zo gedaan.” Andere teams zijn vaak te haastig en maken een onderzoek niet helemaal af.  “Onvoldoende”, oordeelt De Krom onverbiddelijk.

Utrecht pakt de meeste punten in deze ronde en dat leidt tot een spannende tussenstand. Maastricht staat aan kop, maar met slechts vijf punten voorsprong op Utrecht. Na de lunch begint het programma weer van voor af aan. Opnieuw komen er casussen, plaatjes en vragen voorbij. Alleen het praktijkgedeelte is anders.  Deze keer worden de teams geconfronteerd met iemand die op straat in elkaar zakt. Als het goed is stellen ze snel vast dat de persoon in kwestie een hartstilstand heeft gehad en gaan ze reanimeren. Maastricht en Rotterdam trappen af.  Ze checken of de patiënt nog ademt, proberen hem bij bewustzijn te krijgen, bellen een ambulance, beginnen te reanimeren en gebruiken een defibrillator. “En, had jij daar willen liggen?”, vraagt Robben aan de medewerker van Taskforce QRS (reanimatietrainers). “Zeker weten, ze deden het heel goed.” Zo goed zelfs dat Maastricht de meeste punten voor deze opdracht krijgt en zo de winnaar van de wedstrijd wordt.

“Toen die punten binnen waren, wisten we dat we hadden gewonnen. We waren heel blij, vooral omdat de andere teams zo sportief reageerden”, zegt Inge Verheijen van het volledig vrouwelijke Maastrichtse team.  Een speciale voorbereiding hadden zij en haar teamgenoten (allen derdejaars) niet nodig. “Drie weken voor de wedstrijd hadden we vaardigheidstoets. Daarvoor moesten we sowieso alle stof nog eens herhalen.” Toch waren er vooraf zenuwen. “We wisten niet wat het niveau zou zijn. De eerste ronde viel mee, daarna werd het moeilijker. Toen we hoorden dat er bij een fout antwoord punten afgingen hebben we er bewust voor gekozen alleen te antwoorden als we het zeker wisten.” Mazzel hadden ze met de laatste opdracht. “Eén van ons is zelf reanimatietrainer. We hebben haar meteen leider gemaakt.”

 

Cleo Freriks

Het idee voor een medische wedstrijd komt uit Berlijn, waar jaarlijks de Benjamin Franklin Contest wordt gehouden die mede door collegevoorzitter Martin Paulin het leven is geroepen. De Rosalind Franklin Contest is vernoemd naar scheikundige en kristallograaf Rosalind Franklin.

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Name (required)

Email (required)