Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Als universiteit moet je je dashboard in orde hebben “

“Als universiteit moet je je dashboard in orde hebben “

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes Fotografie

CIO René Kocken verlaat na 30 jaar de UM

Er zijn momenten in het gesprek dat René Kocken (54) opveert. Drukke gebaren, hij praat harder en sneller, zijn handen landen met een klap op tafel. Waar gaat het dan over? Nee, niet over Haagse bezuinigingen of het Nederlands elftal. Kockens enthousiasme wordt getriggerd door wat andere mensen dood- en doodsaai vinden: de bedrijfsvoering van deze universiteit. Na dertig jaar gaat hij dat enthousiasme elders botvieren.

“Ik ben gevraagd. Net als bij de laatste drie, vier banen binnen de universiteit. Nu liep het via een headhunter. Of ik chief information officer (CIO) wilde worden bij Atrium en Orbis, ziekenhuizen hier in Zuid-Limburg die willen fuseren en waar de ICT samengevoegd moet worden en deels zelfs helemaal opgebouwd. Dezelfde functie als hier dus, maar in een totaal andere omgeving. Het kwam goed uit, ik was toch al om me heen aan het kijken. Mijn vader werkte als hoofd bouwkundige dienst bij de Staatsmijnen en dan kwam er periodiek zo’n krantje in de bus met jubilea van het personeel erin, 25 jaar, 40 jaar: zo moet je het dus vooral niet doen, dacht ik toen al. Ik ben nu 54, het pensioenperspectief is de laatste tijd veranderd, ik wilde op mijn 62e stoppen maar dat wordt nu rond de 64 dus ik heb nog tien jaar. Blijf ik het al die tijd leuk vinden bij de universiteit?”

De vraag bleek retorisch, Kocken vertrekt. Ook om inhoudelijke redenen: “Ze willen het daar anders doen dan wat ik hier gewend ben. Een duidelijke bedrijfsvisie, scherpere keuzes, je nek uitsteken en je rug recht houden, niet altijd meebewegen met anderen, zoals hier met de decanen.”

Even daarvoor heeft hij uitgelegd waar wat hem betreft de schoen wringt in de universitaire organisatie. Het ‘integrale management’ bij de decanen, die daardoor over ongeveer alles gaan binnen hun faculteit, botst met de centrale ‘aansturing’ van de bedrijfsprocessen: financiën, personeel, ICT. “Of de directeuren van die domeinen het primaat hebben of de decaan, dat is altijd een worsteling. Ik ben meer binair ingesteld: laat het onderwijs en onderzoek bij de decanen, stop de bedrijfsvoering in de domeinen. Dat halve, dat is niets voor mij. Weet je waarom MUSL, het nieuwe studenteninformatiesysteem, mede fout is gegaan? Omdat we in de inrichting van het systeem alle variaties van de faculteiten hebben toegestaan. Dat is hier behoorlijk doorgeslagen. Ik vind: onderwijs en onderzoek zijn facultaire zaken, de rest moet uniform. Deze universiteit zal enorm winnen als we de facultaire verschillen er uithalen.”

 

Honkvast

Hij begon bij “de firma geneeskunde”, in 1982. Maar eigenlijk had hij iets heel anders gewild. Als alles volgens plan was verlopen was hij sportleraar geworden. In zijn jeugd was hij een fanatieke voetballer. “Een hardwerkende middenvelder. Sport, vooral balsport, was mijn passie, ik heb dertien jaar bij Fortuna Sittard in de hoogste jeugdelftallen gespeeld. Daardoor kon ik vrijstellingen krijgen bij de toelating voor de sportacademie maar dat wilde ik niet, ik wilde net als alle anderen gewoon de test doen. Mijn principes, ik ben héél principieel, zaten me toen al in de weg. ”

Want het ging niet. Ondanks een jaar lang extra turnlessen zakte hij op dat onderdeel. “Ik had àlles op de sportacademie gezet, het was een enorme teleurstelling. Verdomme, nu ik er met jou over praat, komt het weer boven, na al die jaren.”

Hij kon zijn ei een beetje kwijt als jeugdtrainer bij voetbal en volleybal maar ja, het echte werk was dat niet.

Noodgedwongen ging de knop om. Dan maar een studie rechten in Nijmegen. Het viel tegen. “De studie beviel niet, weinig contacturen, massacolleges. Ik ben er snel mee opgehouden, heb het wel als een nederlaag ervaren dat ik daar niet kon aarden. Nee, het was geen gebrek aan doorzettingsvermogen, dat heb ik ruim voldoende.”

Hij is “honkvast. Het kostte me moeite om me buiten de provincie te bewegen. Ik bleef bij mijn ouders in Sittard wonen.”

Toch is Kocken geen prototypische Limburger. “Mijn vader kwam uit Rotterdam, mijn moeder uit Groningen, en vooral zij was enorm direct. Ik heb dat ook. Ik voel me Limburger, het charmante, bourgondische van de Limburgers trekt me aan, maar die neiging om in je schulp te kruipen heb ik niet, ik ben niet bang om mijn mening te geven, ook niet tegenover mensen die hoger in de hiërarchie staan. Dat benauwde van ‘kan ik dit wel zeggen, ik heb nog geen vaste aanstelling’, daar heb ik niets mee.”

Na Nijmegen vond hij eindelijk zijn bestemming, De volgende halte werd de Heao en dat werd wel een succes. Kleinschalig, strakkere onderwijsvormen, “daar paste ik goed in”. Het zette hem op het spoor van zijn latere beroepsleven.

 

Eerst kloppen

In 1982, bij “de firma geneeskunde” dus, begon zijn lange mars door de institutie die toen nog Rijksuniversiteit Limburg heet, in steeds andere functies. De eerste was bij het faculteitsbureau. Een kleine cultuurschok voor de jongeman die nog steeds thuis woonde, “in een burgerlijk, beschermd, katholiek gezin, terwijl daar aan de Tongersestraat alle denkbare samenlevingsvormen bijeen kwamen. Gescheiden, samenwonend, relaties op de werkvloer, echt, wat je daar allemaal zag, tjongejonge. Ik heb er geleerd dat je altijd moet kloppen voor je ergens binnenloopt.” Hij lacht. “Het was echt een verbreding van mijn horizon.”

Ook de omgang met de studenten was tamelijk ongeregeld. “We kenden ze allemaal, ze kwamen hun scripties uittikken op de typemachines van het faculteitsbureau. Dat kon natuurlijk niet meer. Alles werd professioneler.”

Eenmaal ingeburgerd, hij werkte inmiddels bij huisartsgeneeskunde, stelde hij zich kandidaat voor de faculteitsraad namens het ondersteunend personeel. In de tijd dat daar ook nog de facultaire kanonnen, hoogleraren als Rob Reneman en Jelte de Haan, in zaten. Niet veel later kwam hij in het faculteitsbestuur. “Er was een scherp onderscheid tussen wetenschappelijk en ondersteunend personeel, dus je zoekt naar je positie. Men nam me wel serieus, of mijn kompas daarin moet wel heel gebrekkig zijn. Ik ging ook gewoon het debat aan, ja, ook met mensen als Reneman.”

Als beheerder bij huisartsgeneeskunde stond hij samen met hoogleraar André Knottnerus “aan de wieg van onderzoeksinstituut Extra, dat later op is gegaan in Caphri. Ik deed de zakelijke kant, ook toen er een landelijke onderzoeksschool kwam, Care. Een mooie periode, je had echt het gevoel dat je iets tastbaars achterliet.”

Dan volgt in 1995 een onverwachte stap: hij promoveerde, met Knottnerus als promotor. “En dat met een driejarige hbo-opleiding. Het ging over de academisering van de huisartspraktijken in Limburg en Brabant, ik heb dat ontwikkeld en ben het gaan beschrijven, André stimuleerde dat ik er onderzoek naar deed. Het mondde uit in een aantal artikelen en dat werd het proefschrift. Het begon een beetje als grapje, ik zag in de vakgroep veel jonge wetenschappers maar proefschriften kwamen er maar niet. Ik dacht, zo ingewikkeld kan het toch niet zijn?”

 

Ambitie

Ja, geeft hij toe, hij is ambitieus, en ja, status had er ook iets mee te maken. “Kijk, je gedraagt je hetzelfde maar je bent ineens wel een serieuzer lid van deze gemeenschap. Ze kijken anders naar je als je gepromoveerd bent. Ik ben er ook heel trots op, dat je als gewone boerenpummel zo ver komt.”

Zonder ambitie geen vooruitgang. Kocken was controller van de faculteit toen in 1999 een zware bestuurscrisis uitbrak die niet alleen decaan Vic Bonke maar ook de directeur, Edward Steur, de kop kostte. Niet lang daarna wandelde Kocken op een ochtend de enorme kamer van Steur binnen en plantte pontificaal zijn tas op het bureau. De woordeloze boodschap: zo, nu ben ik aan de beurt. Kocken: “Heb jij dat zo gezien? Deels klopt dat beeld wel, misschien straalde ik uit dat ik op die positie iets kon doen. Ik wilde de faculteit anders aansturen, zakelijker, transparanter, verantwoordelijkheid lager in de organisatie leggen en afrekenen op resultaten. Alleen zo kun je een professionele bureaucratie leiden. Maar niet iedereen is dat met je eens. In de faculteit hoorde je ‘we zijn de Sphinx niet, geen wc-pottenfabriek!’ Nee, zei ik, maar de vrijblijvendheid moet weg.”

 

Pijnlijk

Een tijd later kreeg hij (opnieuw) een verzoek van het college van bestuur. Of hij directeur van de IT-dienst ICTS wilde worden. “Het was een beetje een sterfhuis. Er was een zware reorganisatie nodig. Nieuwe mensen erin, oude eruit. Pijnlijk? Ik vind het pijnlijk als je ziet dat mensen wel wìllen meebewegen maar het niet kunnen. Bij ICTS heb ik afscheid genomen van mensen die niet konden maar ook niet wilden. Dan kost het me niet veel moeite. Er zijn toen nogal wat mensen weg gemoeten. Maar héél veel langlopende rechtszaken heeft het niet opgeleverd.”

Weerstand tegen zijn beleid schrikt hem niet af, integendeel bijna. “Ik vind het leuk om daar tegenin te gaan. Dat geeft me energie. Ik heb geen moeite om impopulaire maatregelen te nemen.”

Zijn laatste functie: CIO, chief information officer. Hij veert op, gaat sneller praten. “De strategische kant van de ICT. Hoe verbind je die met huisvesting, met HRM, enzovoorts. Afgelopen jaren zijn we bezig geweest de balanced scorecard in te voeren: waar spreek je elkaar op aan, welke prestaties willen we leveren, daar maak je dan een dashboard van, daar staan klokjes op en stoplichtwaarden …”

Ho ho ho, meneer Kocken, waar gáát dit allemaal over?

“Weet je dat niet? Nou kijk.” Hij springt op, loopt naar een whiteboard, tekent er wat vierkantjes, “Dit zijn de kwadranten met KPI’s, o sorry, kritische prestatie indicatoren, bijvoorbeeld hoeveel studenten je wilt hebben, hoeveel vrouwelijke hoogleraren, daar maak je dan een dashboard op. Als wij als universiteit de competitie met andere universiteiten willen winnen, zal je toch echt je dashboard in orde moeten hebben.”

Waarvan akte.

 

 

 

 

 

Wammes Bos

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Name (required)

Email (required)