Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

"Niemand is gebaat bij een co die op zijn tenen loopt”

"Niemand is gebaat bij een co die op zijn tenen loopt”

Photographer:Fotograaf: Stills uit de tv-serie De Co-assistent

Onderzoek KNMG: kwart co-assistenten heeft verhoogd risico op burn-out

MAASTRICHT. Een kwart van de coassistenten kampt met zulke ernstige vermoeidheidsklachten dat ze een verhoogd risico lopen op burn-out. Ze overwegen te stoppen met hun coschappen. Bijna de helft vindt het werk (heel) zwaar, blijkt uit een onderzoek van het KNMG Studentenplatform van vorige maand. “Ik dacht dat ik de enige was, dat er iets aan mij schortte”, reageert een Maastrichtse co die de hulp van een psycholoog inriep. De faculteit Health Medicine and Life Sciences heeft sinds september de stages zo aangepast dat er meer ruimte is voor rust, bezinning en diepgang.

“Ik ga vaak om zeven uur ’s ochtends de deur uit en kom om acht uur ’s avonds weer terug. En dan moet je nog je huishouden doen, sporten, verslagen maken en je voorbereiden op de toets”, vertelt bijna zesdejaars (nog één coschap) Jolanda Hendriks. “Het is heel intensief, je moet geconcentreerd zijn, alles is nieuw en vergt vanwege je onervarenheid veel denkwerk: een lichamelijk onderzoek, een diagnose stellen.” Die hoge werkdruk was wennen, maar te doen. Toch werden de coschappen haar bijna te veel omdat ze de patiënten “mee naar huis nam. Ik ging malen: zou die patiënt met wie het zo slecht gaat nog in leven zijn? En hoe moest het toch met die mevrouw die vandaag naar huis mocht, maar geen kinderen heeft om haar op te vangen?”

Hendriks wist vrij snel dat ze dit niet in haar eentje kon klaren en riep de hulp in van een psycholoog. “Ik heb daar geleerd om zaken los te laten en meer rust in te bouwen.” Op advies van de psycholoog is ze naar de studieadviseur gestapt. “Ik was van januari 2013 tot half september volgepland met coschappen. Zonder pauze. Ik dacht: ik ga dit niet volhouden, ik heb geen tijd om alles te laten bezinken en me voor te bereiden op de volgende stage. Nu heb ik steeds twee weken vrij tussen de stages, dat werkt heel goed.”

De cijfers uit het onderzoek van het KNMG Studentenplatform (zie kader) zijn hoger dan “in mijn beleving”, reageert mastercoördinator en internist Roger Rennenberg. “Ik coördineer sinds 2007 de coschappen voor interne geneeskunde en heb één keer meegemaakt dat iemand moest afhaken. In mijn studietijd was je een waardeloze co als je durfde te klagen over werkdruk. Nu is dat gelukkig anders, maar de studenten moeten nog steeds veel uren paraat zijn.”

Om zoveel mogelijk op te steken, moeten studenten uitgerust zijn, concludeert Rennenberg. “Niemand is gebaat bij een co die op zijn tenen loopt. De co zelf niet, de werkplek niet en de opleiding niet.” In de coschappen nieuwe stijl, die afgelopen september zijn ingevoerd, krijgt daarom iedere student na een stage twee weken ‘vrij’. “We wilden een moment van contemplatie inbouwen waarin studenten kunnen nadenken over hun vorig coschap en zich voorbereiden op het volgende: wat ben ik de afgelopen tijd tegengekomen? Wat heb ik geleerd, wat wil ik straks leren? Ze moeten dit op papier zetten en in hun portfolio opnemen. Verder is er tijd voor een gesprek met de mentor die samen met de student kijkt hoe het gaat. ” Of dit de stress zal oplossen? “Oplossen is een sterk woord. Het zal helpen. Maar een coschap van twintig weken, zoals neurowetenschappen, is nog steeds heel lang. Je mag in overleg wel eens een dagje vrij nemen, en natuurlijk kun je een keer in de week of twee weken een studiemiddag in plannen, maar dan nog is twintig weken lang.”

Stappen

De andere inrichting van de coschappen betekent ook dat studenten sinds kort langer op eenzelfde afdeling te vinden zijn - niet twee maar bijvoorbeeld zes weken. Dit zal een gunstige invloed op de werkstress hebben, verwacht Rennenberg. “Je wordt minder een toerist, kunt makkelijker integreren in het team en krijgt meer inzicht. Het maakt immers uit of je een keer een hartoperatie meemaakt, wat altijd veel indruk maakt, of dat je vervolgens nog zes weken bij cardiologie rondloopt. Dan komen er vragen op, zien studenten verbanden. De feedback van de begeleiders zal door de langere stages alleen maar beter worden.” Die feedback beslaat niet alleen medische kennis en handelingen. Het gaat ook om communicatie (“we leren mensen om naar klachten te luisteren, je moet daarvan leren. Dat moet iedere dokter met de paplepel ingegoten krijgen”), werken volgens de waarden en normen van de beroepsbeoefenaar en last but not least samenwerken. “Dat is heel belangrijk. De tijd dat je als arts een Einzelgänger kon zijn, is definitief voorbij. Je moet bij ingewikkelde zaken overleggen met collega’s. Dat is een breed gedragen opvatting.”

“Natuurlijk ziet een student in het nieuwe systeem minder werkplekken, maar de diepgang is groter. De crux is: een student geneeskunde moet bijvoorbeeld veel van buikpijn weten. Je hoopt dat ze leren dat buikpijn veel gezichten heeft, maar dat de aanpak afhankelijk is van de context. Bij de huisarts kunnen er verschillende oorzaken zijn, bij de chirurg is er vaak iets acuuts aan de hand, en is de patiënt doorverwezen naar interne geneeskunde dan gaat het meestal om iets chronisch. ”

Ja, het langere verblijf op een afdeling geeft rust, beaamt vierdejaars Anna Verhulst die bezig is aan haar eerste coschap. “Het is heel anders dan in de onderwijsgroepen. Het is zwaar, maar het valt me niet tegen. Ik heb me erop voorbereid en prioriteiten gesteld. Sporten is belangrijk voor me, dus daar ruim ik tijd voor in. Maar zo vaak stappen als in de bachelor, of een bestuursfunctie bij een vereniging, dat kan niet meer.” Rennenberg: “Ik heb wel eens gekscherend tijdens de introductie van de coschappen/masterfase gezegd: welkom in het echte leven. Het studentenleven is nu klaar.”

Job Verdonschot, vierdejaars en bezig met het eerste coschap, vaart wel bij de langere stages. “Je wordt in het diepe gegooid, zeker de eerste weken schoot ik soms in de stress als ik zelf een consult moest afnemen. Ik zit in Geldrop, een perifeer ziekenhuis waar je begeleid word door de specialist. Iedereen is heel vriendelijk, amicaal, de begeleider neemt uitgebreid de tijd voor je. Ik krijg uitleg, goede feedback, opbouwende kritiek. Dat geeft vertrouwen en vermindert de stress. Ik hoor wel dat het in grotere ziekenhuizen anders gaat. Daar neemt een arts-assistent die zelf nog in opleiding is en niet altijd tijd heeft om de co bij de hand te nemen, je onder de hoede.”

Terugkomdag

Lange dagen, weekenddienst, nachtdiensten; het hoort er bij, vinden de co’s. Vijfdejaars Steven Brandsma die net een weekje vrij heeft: “Toen ik voor geneeskunde koos wist ik dat ik lange dagen zou moeten maken. Er zijn momenten dat het heel pittig is. Zeker aan het einde van een coschap, als je je ook nog moet voorbereiden op de toets. Vooral interne geneeskunde, chirurgie en gynaecologie met hun avond- en weekenddiensten zijn zwaar. Je maakt volle dagen in de kliniek, soms 50 uur per week, vaak geen tijd om te lunchen en dan nog ‘s avonds studeren, anders pik je te weinig op. Of de operatie van de dag erna voorbereiden. Straks als arts-assistent of specialist zal het niet minder zwaar zijn. Ik heb inmiddels geleerd dat ik ’s avonds goed de dag moet afsluiten, even ontspannen met een biertje, vrienden of een film.”

Tijdens terugkomdagen (een keer in de twee weken) is drukte of stress geen thema, zeggen de ondervraagde co’s. Jolanda Hendriks: “Je praat er niet over, het gaat over de casussen die iedereen inbrengt. Ik heb zelf ook niets gezegd toen ik het zwaar had, ik dacht ze kunnen toch niets voor me doen.” Steven Brandsma: “Het is geen issue, er wordt nooit expliciet naar gevraagd.” Dat gaat veranderen als het aan Rennenberg ligt. “Wij overwegen om tijdens de terugkomdagen tijd in te ruimen voor intervisiebijeenkomsten. Studenten kunnen dan met elkaar en onder begeleiding van een mentor praten over zaken die hen persoonlijk raken. De eerste keer dat iemand sterft, de werkdruk, hoe combineer je werk en privé. Het is goed om ervaringen te delen met peers en je vragen te stellen: hoe ga je ermee om? Wat zegt dat over jezelf?”

 

KADER Onderzoek onder coassistenten: hoge werkdruk, risico op burn-out

Een kwart van de coassistenten kampt met zulke ernstige vermoeidheidsklachten dat ze een verhoogd risico lopen op burn-out. Ze overwegen te stoppen met hun coschappen. Dat bleek onlangs uit een enquête onder ruim 2800 studenten geneeskunde van het KNMG studentenplatform. Meer dan 40 procent vindt de werkdruk hoog tot zeer hoog. De angst om persoonlijk te falen is de voornaamste reden, gevolgd door de te hoge werkdruk. Slechts 2 procent van de coassistenten zou met burn-outverschijnselen naar de vertrouwenspersonen van de faculteit stappen. Ruim een kwart voelt zich onvoldoende begeleid en gesteund tijdens de coschappen. Het KNMG Studentenplatform roept de medische faculteiten op actie te ondernemen en coassistenten beter voor te bereiden op de hoge werkdruk en stress van de coschappen.

 

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

2013-11-22: Dominique
Nood situatie's terzijde
Hoeveel uren mag een chauffeur van een toeringcar achter het stuur zitten cq per week werken?
Een chauffeur van een tankoplegger met 30.000 liter gevaarlijke stoffen voor en achter je in de file beide hebben even veel uren gewerkt als jullie gestudeerd, voorbereid en gewerkt hebben, hoe voelt dat? Vraag dat eens op jullie stageplek en uni.
http://www.truckpage.nl/Rijtijdenwet.htm

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)