Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Verbeelding

Verbeelding

Medewerkerscolumn

Bomans en Carmiggelt, beiden geboren in 1913: de enige echte tv-schrijvers van de jaren zestig en na de dood van Bomans in 1971 was Carmiggelt nog een ruim decennium met enige regelmaat op tv te zien. Natuurlijk zagen we ook Wolkers, Rubinstein, Mulisch, nu en dan Hermans, Haasse, maar tv-schrijvers waren zij niet. Iedereen van boven de vijftig kent Carmiggelt en Bomans, maar hoe jonger hoe groter de kans dat ze totaal onbekend zijn.

Ik sprak vorige week in Den Haag op een symposium gewijd aan beide schrijvers: ‘Twee lichte letterheren’. De gemiddelde leeftijd van het publiek lag misschien wel vijf tot tien jaar hoger dan de gemiddelde leeftijd van de sprekers, die ook niet bepaald nog een heel leven voor zich hadden. Niet echt een gehoor dus dat van het belang van Carmiggelt en Bomans moest worden overtuigd. Sterker nog: voor de meesten bleken beide schrijvers bijna heilig.

Het lijkt er trouwens op dat zowel Bomans als Carmiggelt voor een veel breder publiek uit de vergetelheid is ontrukt. Allereerst door de gratis verkrijgbare herdruk van Bomans klassieke sprookje Erik of het klein insectenboek (1941), in het kader van ‘Nederland leest’ van het CPNB. Maar bij Carmiggelt ligt het wat anders. Wie is er niet op z’n minst een beetje verrast door het succes van de bloemlezing Carmiggelt Gedundrukt, uitgegeven door Van Oorschot? De drukker kan de vraag bijna niet bijhouden en voor die bloemlezing moet toch echt 25 euro worden betaald.

Een opvallend detail is dat de ondertitel niet Kronkels luidt maar Verhalen. Kronkel was Carmiggelts pseudoniem in Het Parool, waarin hij dagelijks schreef. In totaal tussen de negen- en tienduizend Kronkels schreef hij. Elk jaar koos Carmiggelt de beste Kronkels voor zijn jaarlijkse bloemlezing, van Vijftig dwaasheden (1940) tot Lachen kost niks (1987). Wie geen Paroollezer was, kende geen andere Carmiggelt dan die van de bloemlezingen die zelf soms ook weer gebloemleesd werden, zoals de kroegverhalen, en dat waren er nogal wat. Carmiggelt bloemleesde zichzelf daarmee bovendien als het ware de literatuur in.

De Kronkel die wij nooit lazen was de geëngageerde journalist Carmiggelt. In de gebloemleesde Carmiggelt verdwijnt zijn persoon steeds meer op de achtergrond en is hij uiteindelijk alleen nog maar de waarnemende instantie waar de lezer zich bijna als vanzelfsprekend mee kan vereenzelvigen. Geen Kronkels meer, niet meer de geur van de krant, geen actualiteit, maar inderdaad Verhalen, literatuur.

Zou deze nieuwe bloemlezing zo succesvol zijn omdat de lezer inmiddels weer snakt naar verhalen waarin de auteur nou eens niet languit tussen, op en onder de regels ligt en zichzelf als personage opvoert tot aan de meest particuliere details aan toe? Carmiggelt gunde de lezer wat deze zo langzamerhand een beetje heeft verleerd in veel van de hedendaagse literatuur: de kunst van de verbeelding. Zonder ons lezers betekenen verhalen immers helemaal niets. Wij zijn het tenslotte die de verhalen maken, met onze verbeeldingskracht, en alleen de beste schrijvers geven ons daar de gelegenheid toe. Denkt u daar maar eens goed over na, zou Bomans dan gezegd hebben.

 

Jan de Roder, docent letteren en kunst

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)