Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

De plaag van de junkbladen

De plaag van de junkbladen

Photographer:Fotograaf:

Wikimedia

De opmars van open access gaat gepaard met een wildgroei aan vakbladen die geld verdienen hoger lijken aan te slaan dan academische kennis, en dat wekt steeds meer wrevel. Een UM-hoogleraar pleit voor een keurmerk om het kaf van het koren te scheiden.

HIV/AIDS – Research and Palliative Care. De jonge onderzoeker kende het vakblad niet, maar het leek hem geknipt voor zijn wetenschappelijke artikel over HIV-patiënten. Niet lang daarna stuurde hij het manuscript toe.

Al snel mailde een redacteur dat hij het een interessant verhaal vond, zegt promotor Mark Spigt, hoofddocent bij huisartsgeneeskunde. “Hij accepteerde het artikel en ging, zoals gebruikelijk, op zoek naar twee peer reviewers.” Dat zijn wetenschappers uit dezelfde hoek, die het artikel onder de loep leggen zonder dat ze weten wie het heeft geschreven. “De eerste reviewer was snel gevonden. Die was positief en stelde slechts een paar verbeteringen voor.”

Toen bleef het een paar maanden stil, totdat de promovendus ineens een afwijzing in zijn e-mailbox vond. “Heel vreemd”, zegt Spigt, “juist omdat het reviewproces al was opgestart. Ik nam contact op met de chief editor en kreeg als reden: het duurt te lang, we kunnen geen tweede reviewer vinden.”

Onethisch

Spigt herinnert zich de teller op de website van het journal, die laat zien dat onderzoekers binnen 25 dagen een reactie kunnen verwachten en dat, na acceptatie, hoogstens 11 dagen later de publicatie volgt. Dus om de doorlooptijd hoog te houden, schrapt men tijdrovende artikelen, die dan niet meetellen. “Schandalig, om artikelen om deze reden af te wijzen”, zegt Spigt. 

Als redacteur van het Amerikaanse vakblad Family Practice weet hij hoe moeilijk het kan zijn om reviewers te vinden. Hij heeft wel eens dertig onderzoekers benaderd om twee van hen bereid te vinden. “Maar het is je morele plicht als je een manuscript hebt geaccepteerd. En als ik echt niemand kan vinden, doe ik het zelf, wat al een keer is gebeurd.”

Ronduit onethisch vindt hij dat het blad afhaakt terwijl één reviewer al werk heeft verzet. “Zo is het pure tijdverspilling van iedereen.”

Kaf

Met de opmars van open access zijn nieuwe vakbladen als paddenstoelen uit de grond geschoten, zegt Spigt. “Ze hebben er hun verdienmodel van gemaakt. Want bij open access betaalt de auteur, meestal de universiteit, voor plaatsing. Dat komt neer op zo’n 1500 tot 2000 euro per artikel. Dus hoe meer stukken, hoe meer winst. Vandaar dat deze bladen constant verzoeken sturen om artikelen. Mijn halve e-mailbox zit er vol mee. Ik klik ze meteen weg.”

Een ware plaag noemt Onno van Schayck, hoogleraar preventieve geneeskunde, de overvloed van junktijdschriften. “Ze zetten je bewust op het verkeerde been door een titel te kiezen die lijkt op die van een gerenommeerd blad. Ik heb weleens een verzoek doorgestuurd naar een van mijn promovendi. Bleek het een junkblad.”

Het overzicht is compleet zoek, zegt Van Schayck, die wel honderd van deze uitnodigingen krijgt, ook om andermans stukken te reviewen. “En dat is het meest kwalijk. Voor integere bladen was het al lastig om reviewers te vinden, maar nu is dat nog veel moeilijker. Met de junktijdschriften komt de collegiale toetsing in gevaar, het fundament van de wetenschap.”

De nood is hoog. “Ik vind echt dat er iets moet gebeuren en zou zelf pleiten voor een keurmerk waarmee je in de bladenwereld het kaf van het koren kunt scheiden. Als het aan mij ligt, krijgt een journal zo’n certificaat wanneer het een fatsoenlijke impactfactor heeft en laat zien dat het serieus werk maakt van peer review.”

Nigeria

De Nijmeegse economiehoogleraar Jeroen Smits ziet geen heil in een keurmerk. Wie gaat dat verlenen? En hoe houd je toezicht op de 20 duizend bladen wereldwijd? “Eventueel zou de EU, die de afgelopen jaren veel werk heeft gemaakt van open access, een voortrekkersrol kunnen vervullen.”

Smits heeft in 2012 de website SciRev opgericht, samen met Janine Huisman (nu werkzaam bij het CBS). En dat is niet onopgemerkt gebleven, want inmiddels telt SciRev een half miljoen bezoekers per jaar. “We hebben de site opgezet uit frustratie. Huisman, destijds promovendus, had een jaar lang niets vernomen van een tijdschrift. Daarna volgde een afwijzing. Dat is voor iedereen vervelend, maar helemaal voor een PhD die binnen vier jaar klaar moet zijn.”

De topbladen reageren snel, zegt Smits, maar de middenrange laat vaak lang op zich wachten. “Je weet ook niet met wie je precies te maken hebt, want onderzoekers publiceren niet steeds in dezelfde bladen. Ik kijk zelf altijd naar de uitgever en waar het blad kantoor houdt. Als dat in Nigeria ligt, haak ik af.”

Vrijwilligerswerk

Het probleem met het reviewen is dat het nog steeds net zo amateuristisch verloopt als vijftig jaar geleden, zegt Smits. “We hebben het hele publicatieproces geprofessionaliseerd. Een literatuuroverzicht maken, meestal de eerste stap, kostte je vroeger weken, nu doe je dat in een middag. Alles doen we efficiënter, maar als het manuscript eenmaal op het bureau van een redacteur belandt, kan het daar maandenlang blijven liggen. Niet zelden omdat-ie geen reviewers kan vinden.”

En waarom lukt dat niet? “Omdat peer review nog steeds draait op vrijwilligerswerk. Als onderzoeker krijg je er niets voor, en daarom heeft het nakijken van andermans stukken nauwelijks prioriteit. Als je er honderd euro voor zou krijgen, sta je er anders in. Bovendien kan een blad dan eisen stellen, waaronder een deadline. Dat bedrag betalen universiteiten wat mij betreft.” 

Lucratief

Terug naar de wildgroei. Van Schayck herinnert zich een gesprek met een editor, 35 jaar geleden. “Als je snel rijk wil worden, zei hij, moet je een vakblad beginnen. Onderzoekers willen niets liever dan publiceren, net zoals de universiteiten waar ze voor werken. Ze zijn volstrekt afhankelijk van je.”

Als om de pecunia gaat, laten ook de topbladen geen kans onbenut. “Kijk naar alle specialistische bladen die ze in de afgelopen jaren hebben gelanceerd: Nature CommunicationsBMJ Global HealthJAMA Cardiology. Vooral The Lancet is koploper en heeft al tweeëntwintig bladen opgericht. Buitengewoon lucratief.”

“Bij dit blad duurt het reviewproces eindeloos!”

Niet alleen over restaurants en hotels kun je tegenwoordig je mening geven, maar ook over wetenschappelijke vakbladen. Dat kan op SciRev, een Nederlandse website die inmiddels 9100 reviews van 3700 journals toont. Variërend van Nature Machine Intelligence tot New Testament Studies, en van Journal of Pension Economics and Finance tot Journal of Fluid Mechanics

Het reviewproces neemt gemiddeld 17 weken in beslag, aldus SciRev. Bij medische en public health journals duurt het 12 weken, bij economische en juridische bladen 25 weken. In de exacte hoek maakt men over het algemeen meer vaart dan in de sociale en de menswetenschappen.

De bezwaren van de onderzoekers richten zich op de editors (45 procent), de lengte van het reviewproces (39) en de kwaliteit van de reviews (15). De waardering van de onderzoekers van wie het manuscript is geaccepteerd, ligt een stuk hoger (gemiddeld een 4 op een schaal van 5) dan die van de afgewezen collega’s (2). Maar dat zal niemand verbazen.

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)