Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Heb je nog zo’n slimme student in de aanbieding?”

“Heb je nog zo’n slimme student in de aanbieding?”

Photographer:Fotograaf: simonegolob.nl

Maastrichtse onderzoeksmasters leiden echt op tot onderzoeker

Ze werken hard, vinden moeilijke stof een uitdaging en worden tijdens hun studie al gescout voor promotieplekken. De in 2003 opgerichte onderzoeksmasters leveren gewilde alumni af. “Men is heel kien op deze studenten.”

Een onderzoeksmaster is niet voor iedereen weggelegd. Eerst is er een stevige selectieprocedure. “We hadden dit jaar bij psychologie honderd aanmeldingen en zestig plaatsen”, vertelt Alexander Sack, coördinator van de onderzoeksmaster Cognitive Neuroscience. “We kijken niet alleen naar de cijfers, maar hebben ook een lang gesprek met iedere kandidaat. Dat werkt heel goed, 90 procent van de studenten die aan de master begint, maakt die ook af.” Ook Wiebe Bijker, coördinator Cultures of Arts, Science and Technology (CAST), heeft goede ervaringen met de procedure. “Er zijn nog nooit ongelukken gebeurd. Mensen struikelen wel eens, maar dan krabbelen ze ook weer op. Naast onze eigen selectie is er volgens mij ook een soort ‘stille’ selectie. Mensen horen dat de master moeilijk is en dat je hard moet werken, dat schrikt af.”

De onderzoeksmaster is in het leven geroepen om het aantal promovendi in Nederland te vergroten. Studenten krijgen naast theoretische kennis ook onderzoeksvaardigheden aangeleerd. De master duurt twee in plaats van één jaar en bevat een stage. Studenten vinden de onderzoeksmaster pittig, weet Bijker. “Maar dat zeggen ze met een grote grijns op hun gezicht.” “Het is een heftig programma, je moet heel gemotiveerd zijn”, zegt CAST-alumnus Ties van der Werff. “Maar dat is iedereen dan ook. Het is een groep gedreven studenten die allemaal iets vets willen maken. Dat is het grote verschil met een ‘gewone’ master. Daar zitten ook studenten bij die de master volgen, puur voor het diploma. Bij CAST moet je harder werken, maar je haalt er meer voldoening uit. De docenten benaderen je serieuzer en we draaiden bijvoorbeeld mee met de onderzoeksgroepen. Zo namen we een kijkje in de keuken.”

“Er was een mooie interactie met de professoren”, zegt ook Tom de Graaf, die in 2008 afstudeerde in Cognitive Neuroscience. “We kregen les van toponderzoekers die de master zelf hadden samengesteld. Ze hadden er ook duidelijk plezier in. Een man als professor Rainer Goebel, die het toch echt heel erg druk heeft, zat er iedere week. Docenten deelden hun ervaringen en vertelden anekdotes. Het contact was heel persoonlijk, we werden zelfs uitgenodigd voor bruiloften en barbecues. Dat gaf de master een meerwaarde. Tegelijkertijd was het erg nuttig. Door met toponderzoekers te praten, leer je herkennen wat goed en nieuw is aan een onderzoek. Dat kun je niet zelf uitvogelen.”

 

Kleinschalig

De masters worden kleinschalig gehouden, het aantal deelnemers is beperkt. Dat staat in de richtlijnen van de NVAO (Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie) en is de wens van de coördinatoren. Een goed plan, vindt alumnus De Graaf. Hij vreest dat de groepen nu al te groot zijn om het intensieve contact tussen student en docent vol te houden. “Wij waren met acht studenten. Die kun je nog allemaal onder je hoede nemen. Lukt dat ook nu ze met drie groepen zijn? En hoe zit het met de werkgelegenheid? Op dit moment is er genoeg werk, maar als er straks twintig per jaar afstuderen wordt het misschien een ander verhaal.” Rob Markus, coördinator Neuropsychology, denkt dat het wel meevalt. “De concurrentie is nu ook groot. Maar er is absoluut een markt voor promovendi, ook over de grens.”

Adriaan Duijvestijn, die Cardiovascular Biology and Medicine coördineert, vindt dat onderzoeksmasterstudenten iets extra’s hebben en dus beter in de markt liggen. “Je hebt veel meer ervaring dan iemand met een 1-jarige master. Daar zou ik de voorkeur aan geven en ook collega’s zijn enthousiast. Ze bieden graag een stageplek aan. Dat leidt er regelmatig toe dat een stagiaire na zijn afstuderen in de onderzoeksgroep wordt opgenomen. Men is heel kien op deze studenten.”

Bij humane biologie heerst zelfs een tekort aan promovendi, zegt mastercoördinator Margriet Westerterp. “We putten bijna alleen maar uit de onderzoeksmaster Nutrition and Metabolism, fundamental and clinical aspects en de doorstroommaster Metabolism and Nutrition.”

Afgestudeerden Psychopathology gaan niet altijd direct promoveren. “Veel studenten willen klinisch werk combineren met onderzoek, dat doet een groot deel van onze staf ook. Na de master volgen ze een klinische opleiding om vervolgens alsnog te promoveren”, vertelt coördinator Nancy Nicolson. Ook Wiebe Bijker van cultuurwetenschappen maakt zich geen zorgen. “Ik word regelmatig opgebeld met de vraag of ik niet nog zo’n slimme CAST-student in de aanbieding heb”, lacht hij.

 

Bedrijfsleven

Wie droomt van een toekomst als onderzoeker in bedrijfskunde of economie zit gebeiteld. De bijbehorende Maastrichtse onderzoeksmasters trekken immers bijna geen studenten. Economics and Financial Research doet het nog redelijk met tien, maar Business Research telt er slechts vijf. “Daar zijn drie redenen voor. Studenten kiezen meestal voor economie omdat ze het bedrijfsleven in willen, de bachelor is gericht op de praktijk en economen verwachten een redelijk inkomen”, zegt coördinator Business Research John Hagedoorn. “We zijn nu een paar jaar bezig. Je zou het lage aantal deelnemers nog aan aanloopproblemen kunnen wijten, maar op de langere termijn zullen we serieus moeten nadenken of deze master nog zin heeft.”

Bij rechten is de keuze inmiddels gemaakt. De in 2006 opgerichte master is weer opgeheven. In plaats daarvan biedt de faculteit sinds dit jaar een speciaal traject aan naast de gewone master; het Honours Programme. “Het is een selectief programma, waarin masterstudenten alvast onze promovendiopleiding volgen en onder intensieve begeleiding een omvangrijke thesis schrijven die uiteindelijk kan uitmonden in een proefschrift”, vertelt Philipp Kiiver, bestuurslid van de rechtenfaculteit. “En ook al komt een student na de master niet in de wetenschap terecht, dan heeft hij toch een gewoon masterdiploma met een prestigieuze honours-aantekening.”

 

Meer dan academisch onderzoek

Hoewel het overgrote deel van de alumni gaat promoveren, komen niet alle afgestudeerden op een universiteit terecht. Zo hebben vijf van de 23 tot nu toe afgestudeerde CAST-studenten een onderzoeksbaan buiten de universiteit en werken er vier helemaal niet meer in het wetenschappelijk onderzoek. Van der Werff hoort bij die laatste groep. Hij is wetenschapsjournalist en heeft een eigen bedrijfje (Experties). “Ik doe nu geen hardcore onderzoek, maar als wetenschapsjournalist onderzoek ik ook dingen. Zo heb ik laatst een artikel geschreven over homo’s in China. Ik vind het fijn om stukken te schrijven. En daarbij, er is zoveel meer dan academisch onderzoek. Misschien dat ik toch nog ooit promoveer. Ik ben er nog niet helemaal uit.” Jaargenoot Koen Beumer keert in januari terug naar de Universiteit Maastricht om te promoveren. Tot die tijd werkt hij bij de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT). “Ik heb daar stage gelopen en kon er daarna blijven werken. Hier moet je na het onderzoek nog een stap verder denken; hoe vertaal je de conclusies naar de praktijk. Normaal reik je bij onderzoek alleen handvatten aan voor een oplossing, nu zoek ik die zelf. Ik heb enorm veel profijt van mijn opleiding. Van banale dingen zoals voldoende kennis tot vaardigheden zoals goed kunnen schrijven. Ik merk ook verschil met mensen die geen onderzoeksmaster hebben gedaan. Ik kijk vaak kritischer naar onderzoek en kennisclaims die bij ons binnenkomen. Het enige dat ik heb gemist is statistiek. Je hebt het bij cultuurwetenschappen niet zoveel nodig, maar het zou handig zijn om het in ieder geval te kunnen lezen.”

Maartje Luijten, in september 2007 afgestudeerd in Neuropsychology, koos net als Tom de Graaf wel voor het onderzoek. Zij belandde in Rotterdam bij de Erasmus Universiteit. “Ik kon nog een jaar blijven werken op mijn stageplek in Utrecht, maar na een half jaar kwam deze promotieplek vrij. Ik doe nu onderzoek naar de neurobiologische basis van aandachtsbias in rokers. Hiermee wordt de neiging van rookverslaafden om hun aandacht te richten op dingen in hun omgeving die met roken te maken hebben bedoeld. Hierna wil ik misschien als post-doc aan de slag of universitair docent worden. Ja, ik wil wel in de academische wereld blijven, ik zit hier helemaal goed.”

 

Cleo Freriks

De Universiteit Maastricht biedt acht onderzoeksmasters aan. Sommige masters splitsen zich in verschillende tracks.

 

1 Economic and Financial Research

- Econometrics

- Economic and Financial Research

 

2 Business Research

- Operations Research

- Business Research

 

3 European Studies

 

4 Cultures of Arts Science and Technology

 

5 Health Sciences

 

6 Cardiovascular Biology and Medicine

 

7 Nutrition and Metabolism: fundamental and clinical aspects

 

8 Cognitve and Clinical Neuroscience

- Cognitive Neuroscience

- Neuropsychology

- Psychopathology

- Fundamental Neuroscience

 

 

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)