Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Tout comprendre ...

De afgelopen jaren heb ik veel nagedacht over het fenomeen “strafuitsluitingsgronden”. Niet omdat dit het meest interessante aspect van ons aardse bestaan is, maar omdat mijn proefschrift hierover gaat. Strafuitsluitingsgronden zijn, kort gezegd, redenen waarom een pleger van een misdrijf geen straf krijgt. Bekende voorbeelden zijn noodweer (wat neerkomt op zelfverdediging), overmacht (de dader kan niet anders dan een misdrijf plegen) en ontoerekeningsvatbaarheid (waarbij de dader geestelijk gestoord is).

Het vervelende van de hele dag nadenken over boeven die geen straf hoeven, is dat het lastig samengaat met opvoeden van klein geboefte. Kinderen, bijvoorbeeld van twee en een half, zijn immers nogal eens stout. Als ze stout zijn, moeten ze gestraft worden. Echter, wanneer de moeder van de tweejarige de godganse dag nadenkt over redenen om niet te straffen, is dit niet bevorderlijk voor de opvoeding.

Als mijn zoontje met eten gooit, gaat hij niet subiet naar de naughty step, maar denk ik: het eten is vast niet te rammen, hij handelt uit overmacht. Slaat hij mij, omdat hij niet naar bed wil, dan denk ik: noodweer. In mijn achterhoofd weet ik dat dit niet oké is. Bij een goede opvoeding horen namelijk duidelijke grenzen. Aan de andere kant kan ik het ook niet helpen, dat ik zo’n slappe opvoeder ben. Ik ben immers beroepsgedeformeerd door dat stomme proefschrift en dus zelf ontoerekeningsvatbaar (wat dan weer een soort meta-beroepsdeformatie is).

Deze wantoestanden waren al een tijdje aan de gang toen ik een artikel in handen kreeg uit een gerenommeerd, peer reviewed wetenschappelijke tijdschrift (nou ja, eigenlijk was het de Kek Mama). Het artikel ging over leer- en gedragsstoornissen - zoals dyslexie en ADHD - en beschreef een aantal nieuwe aandoeningen: dyspraxie (ziekelijke onhandigheid) en Oblomov (ziekelijke luiheid). Vooral door deze laatste merkwaardige aandoening (waarbij ik me weinig anders kan voorstellen dan: “Arme Keesje heeft weer zo’n vreselijke last van zijn Oblomov, hij ligt al de hele week chips te eten voor de televisie”) zag ik dat het eigenlijk in de natuur van de meeste ouders ligt het gedrag van hun kind te vergoelijken. Zoals ik strafuitsluitingsgronden uit mijn mouw schud, komen andere ouders met een aandoening op de proppen wanneer de kleine padjakker uit de bocht vliegt. Tout comprendre c’est tout pardonner.

Ik ben dus geen beroepsgedeformeerde idioot die haar kind niet kan opvoeden, maar een gewone moeder die de natuurlijke neiging moet bevechten de misdragingen van haar oogappel te rechtvaardigen. Bijgevolg is het nu afgelopen met tout pardonner. Strafuitsluitingsgronden komen de deur niet meer in. En de Etengooieritis of De ziekte van Mepski ook niet. Ik ga de duimschroeven aandraaien.

 

 

 

 

Maartje Krabbe

Maartje Krabbe is junior-onderzoeker Internationaal Strafrecht

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)