Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

De gewone man stond erbij en keek ernaar

De gewone man stond erbij en keek ernaar

Photographer:Fotograaf: Georgi Verbeeck

Jodenvervolging WO II:

De nazi’s en miljoenen joden: daders en slachtoffers. Twee uitersten in de Tweede Wereldoorlog waar tal van boeken over zijn geschreven. Maar hoe zit het met die andere spelers op het toneel, de toeschouwers?  “Er zijn veel meer mensen bij betrokken dan wij denken”, zegt historicus Georgi Verbeeck, een van de samenstellers van het boek Facing the Catastrophe. Zes studies waarin ook de “kleine schurk” een gezicht krijgt.

“Neem Polen. Het land profileert zich graag als het eerste en grootste slachtoffer van het nazi-regime. De helft van alle zes miljoen omgekomen joden kwam hier vandaan. Er was jarenlang een taboe op de inbreng van de Poolse bevolking zelf. Totdat in 2001 het boek Neighbors van Jan Gross verscheen”, vertelt Georgi Verbeeck, senior onderzoeker aan de Maastrichtse faculteit cultuur- en maatschappijwetenschappen en hoogleraar Duitse geschiedenis in Leuven. Het boek heeft in Polen veel stof doen opwaaien. Gross, een Pools-Amerikaanse historicus en socioloog deed uit de doeken dat de Polen zelf, los van de Duitsers, ook actief waren in het vervolgen en vermoorden van joden. “Dat staat natuurlijk haaks op ‘het is de schuld van de Duitsers’. Hoe meer je de rol van niet-joden bekijkt van onderop, aan de hand van kleine verhalen, des te genuanceerder het beeld wordt van de Holocaust. Eén groep heeft de allergrootste verantwoordelijkheid, maar er waren meer bevolkingsgroepen die boter op hun hoofd hadden.”

Bliksemafleiders

Litouwen, 22 juni 1941. In de vroege ochtend vallen de Duitsers het dorp Jurbarkas binnen. Vier dagen later gebeurt hetzelfde in het kilometers verderop gelegen Utena. Het beeld dat de Duitse historicus Christoph Dieckmann in zijn bijdrage over de Holocaust in deze twee dorpen schetst, is dat van een Litouwse bevolking die actief meehelpt bij de jodenvervolging, of in ieder geval toekijkt en het laat gebeuren. Half september 1941 worden de laatste joden uit Jurbarkas geëxecuteerd. In de maanden daarvoor zijn hun bezittingen geplunderd en is menig jood mishandeld en vernederd. Zo krijgt de plaatselijke voorzanger van Jurbarkas een steen aan zijn baard gebonden waarmee hij door de straten moet lopen. Ze moeten gezamenlijk de synagoog afbreken en worden verplicht om door de straten te marcheren, met in hun handen portretten van Stalin en Lenin.

In Utena gaat het er niet anders aan toe, alhoewel de joden daar al doelwit zijn van mishandeling en moord voordat er überhaupt een Duitser in het dorp is gesignaleerd. Het antisemitisme broeit en bereikt een hoogtepunt als de Duitsers binnenvallen.

Goed om te weten: Jurbarkas en Utena liggen in Litouwen, een van de drie Baltische staten die in 1940 door de Sovjet-Unie waren geannexeerd. Verbeeck: “De bevolking zag Duitsland als bevrijder; ze zouden eindelijk verlost worden van het Sovjetjuk.” Vooral Litouwse radicaal-nationalisten en antisovjet-rebellen steunden het antisemitische beleid van de nazi’s. Ze kregen hoge posten en stelden samen met de SS’ers lijsten samen met namen van communisten en joden. “Het is een oud cliché dat de joden verantwoordelijk worden gehouden voor het ‘Rode gevaar’, ze worden gezien als de handlangers van het communisme. ‘De joden zijn ons ongeluk’, dacht men. Het was een ideologisch proces, maar daarnaast was het ook een kwestie van winstbejag. Bezittingen werden geconfisqueerd en huizen kwamen in handen van de plaatselijke bevolking.”

In Centraal- en Oost-Europa was het antisemitisme veel heviger dan in het westen. “Dat had te maken met de mate van integratie. In de West-Europese samenleving waren de joden veel meer geassimileerd. In het oosten woonden ze vaak geïsoleerd en waren ze dus zichtbaarder met al hun tradities. Ze waren de bliksemafleiders in crisissituaties.”

 

Ogen sluiten

“Wat zouden wij gedaan hebben als we getuige waren van deportaties of konden profiteren van joodse bezittingen? Hoe zouden wij hebben gehandeld onder extreme omstandigheden? Die toeschouwers, dat konden ook wij zijn.” Verbeeck raakt een gevoelige snaar. Facing the Catastrophe biedt een nieuw perspectief en zet aan tot nadenken. “De nazi’s personifieerden het ‘kwade’, we zien hen als het allergrootste evil in de Europese geschiedenis. Daar kunnen we ons makkelijk tegen afzetten. Daarentegen hebben we medelijden met de slachtoffers. Maar wat vinden we van de derde groep, de toeschouwers die toekeken hoe de joden bruut werden gedeporteerd?”

In het boek zakken de historici af naar microniveau. Geen algemene reconstructie van de geschiedenis, maar kleine case studies waarin ze “een bescheiden blik” geven op bijvoorbeeld de ondergrondse pers in Polen en Frankrijk of de houding van de doorsnee Nederlander en Duitser bij de deportaties van joden. Wie hielp ze aan een onderduikadres, wie niet?

Verbeeck: “Vaak wilde of durfde men de joden niet te helpen. Was je bereid om ze in huis te nemen, dan liep je groot gevaar. Er heerste een sfeer van paranoia en dreiging. Maar voor de duidelijkheid: wij historici zijn geen moralisten. Het is niet onze taak om met het vingertje te wijzen, zo van ‘wat hebben jullie allemaal nagelaten te doen’. De omvang van de genocide kon men destijds helemaal niet inschatten; dan is het ook makkelijker om de ogen te sluiten. In een extreem onderdrukkende dictatuur durf je – als je al wist wat er met de joodse bevolking in de kampen gebeurde – niet te praten over de gruwelijke waarheid. De angst overheerste, zeker in Duitsland waar de druk van het regime het allergrootst was.”

 

Holocaust-ontkenners

Niet alle bijdragen in het boek spelen zich af tijdens de oorlog. In het laatste hoofdstuk maken de Belgische Verbeeck en een Duitse collega een uitstapje naar de jaren ná de oorlog, specifiek in België en Roemenië. Hoe werd in beide landen omgegaan met Holocaust-ontkenners, revisionisten?

“In Europa zijn ze op dit moment op twee handen te tellen, de Holocaust-ontkenners”, zegt Verbeeck. “In de Verenigde Staten zitten de meesten. Amerikanen hebben de vrijheid van meningsuiting hoog in het vaandel staan; het is daar ondenkbaar dat een overheid zich mengt in publicaties of andere uitingen.” Hoe anders is dat in België waar, net als in Frankrijk en Duitsland, een anti-Holocaust-ontkenningswet bestaat. “In België hangt dat samen met de opkomst van het Vlaams Blok”, aldus Verbeeck. Deze Vlaams-nationalistische partij was actief tussen 1978 en 2004. In 1991 haalden ze haar eerste politieke overwinning. In 2004 hief ze zich op na een veroordeling voor racisme en ging ze verder als het Vlaams Belang.

“Zonder dat heel duidelijk was dat het Vlaams Blok banden had met Holocaust-ontkenners, wilden de andere politieke partijen samen een vuist maken, een symbolische geste tegen extreemrechts. Vooral de linkse en Franstalige partijen in het Belgisch parlement vroegen om wettelijke maatregelen tegen de Holocaust-ontkenners.” In 1995 werd de wet aangenomen.

Verbeeck is kritisch, net als veel vakgenoten: “Het is toch niet aan de overheid of de rechter om te bepalen hoe naar de geschiedenis moet worden gekeken? Je moet in debat gaan, naar de kracht van het argument kijken. Bovendien vind ik deze maatregel heel selectief. Alsof er geen andere genociden hebben plaatsgevonden in de wereld. Van de andere kant kan ik mij voorstellen dat het enorm pijnlijk is voor de slachtoffers en nabestaanden als een essentieel onderdeel van jouw identiteit in twijfel wordt getrokken.”

In Roemenië is een wet tegen historisch revisionisme juist van buitenaf gestimuleerd, met name door de NAVO. “Roemenië heeft een lange antisemitische traditie, het was een communistisch land en stond tijdens de oorlog aan de kant van nazi-Duitsland – een periode die grondig is verdrongen. Toen in 1989 dictator Ceausescu werd afgezet, dreven oude vooroordelen boven en kwam het antisemitisme weer in beeld.” De NAVO besloot Roemenië een aantal jaren geleden ‘op te nemen in de club’ onder de voorwaarde dat de Holocaust-ontkenning en de heldenverering van Antonescu – een Roemeense maarschalk die in september 1940 aan de macht kwam en actief was in de jodenvervolging – streng werd aangepakt.

 

 

Wendy Degens

Het boek Facing the Catastrophe, Jews and non-Jews in Europe during World War II is onderdeel van een project, gefinancierd door de European Science Foundation: Nazi Occupation in Europe: The Impact of National Socialist and Fascist Rule in Europe.

Een aantal Europese historici brengen de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in kaart, met de nadruk op de ‘gewone mensen’ en hoe zij de bezetting hebben beleefd. “Het is een geschiedenis van onderop, a history from below”, zegt historicus Georgi Verbeeck. Het project is opgedeeld in zes thema’s, waaronder het economische en culturele leven, de houding van de kerken, de migratie van de massa, de jodenvervolging en de reactie hierop van niet-joden. Het laatste komt, in Europees-vergelijkend perspectief, aan bod in het boek Facing the Catastrophe. Het boek is genomineerd voor de Sybil Halpern Milton Book Prize 2011 van de Amerikaanse German Studies Association (GSA). Deze prijs gaat naar het beste boek over de Holocaust.

 

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)