Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Madonna niet meer kunnen zien, dat leek mij het allerergste”

“Madonna niet meer kunnen zien, dat leek mij het allerergste”

Photographer:Fotograaf: archief Esther Crombag

Biografie van UM-docent Esther Crombag

36 Jaar en nu al een biografie. Afgelopen weekend verscheen Blind Vertrouwen, het levensverhaal van Esther Crombag, blind sinds haar elfde, fanatiek tandemwielrenster en docent staats- en bestuursrecht aan de rechtenfaculteit. “Het verhaal is puur, ik heb er niet omheen gedraaid. Maar het is zeker niet zielig, dat wilde ik niet.”

 

Esther Crombag is niet zomaar een blinde docent. Ze is een topper in de Nederlandse gehandicaptenwielersport. Ze zat pas een paar maanden op de wielrenfiets en wist zich al te kwalificeren, samen met haar voorrijdster, voor het WK voor tandems in Zwitserland. “Tot dat moment had ik nooit ook maar iets betekend in die wereld,” zegt ze in het boek. De Paralympics in Beijing van 2008 kwamen zelfs heel dichtbij, maar door twee valse starten op het WK van Bordeaux was haar dat niet gegund. Mede door haar wielrenprestaties nodigde L1 haar uit om een sportprogramma te presenteren. Vervolgens werd ze ook nog eens Limburgse vrouw van het jaar 2008.

Het boek Blind Vertrouwen is opgetekend door haar goede vriend Erik Knippenberg. “Knip, zo noemen we hem altijd, heb ik hier op de faculteit ontmoet. Ik zat vaak met hem in café De Tribunal, hij was mijn steun en toeverlaat. Meermaals zei hij tegen mij: ‘Ooit wil ik jouw levensverhaal verwoorden’.” En zo geschiedde.

“Erik kocht een memorecorder en gooide de gebruiksaanwijzing weg – typisch Erik, hij dacht dat hij die niet nodig had. We zijn teruggegaan naar het moment dat ik blind werd. Ik vond het heftig, ik had er eigenlijk geen zin in, in al die herinneringen, angst en paniek. Na ons eerste gesprek had ik barstende hoofdpijn. Erik belde even later, de memorecorder had niets opgenomen. We konden helemaal opnieuw beginnen. Dit was het enige moment van twijfel. Trouwens, het was nooit zeker of we het zouden uitgeven. Het zou al mooi zijn als het op papier stond voor mijzelf. Ik heb nu nog zulke scherpe herinneringen; ik weet de kleinste details. In het boek ben ik heel open, des te meer omdat ik er vanuit ging dat we het niet zouden publiceren.”

Esther Crombag is geboren en getogen in Berg en Terblijt en werd van de ene op de andere dag blind. Al sinds haar peutertijd had ze last van hoofdpijn. Waarschijnlijk zat de boosdoener, een cyste, of “dat kreng”, zoals ze het noemt, toen al achter haar ogen. Ze zag niet altijd even scherp. Een korte periode heeft ze zelfs met een afgeplakt oog rondgelopen, omdat men dacht dat ze gewoon een lui oog had. Pas op haar negende werd de diagnose gesteld. Het gezwel drukte op de hypofyse, een klier die een belangrijke rol speelt bij de hormoonhuishouding. En daarmee was ook in één klap duidelijk waarom Crombag zo klein bleef; de groeihormonen werkten niet. Ze werd twee keer geopereerd, maar de cyste liet zich niet verslaan. Op haar elfde ging ze nogmaals onder het mes; het was een zware operatie, de cyste werd helemaal weggehaald. Sindsdien ziet ze niets meer.

We leggen haar een aantal citaten voor uit haar boek.

 

Cindy voelde waarschijnlijk toch eerder dan ik dat er iets serieus mis aan het gaan was. Eerst tuimelde ik van een caravantrapje. Nog geen paar seconden later struikelde ik ook nog eens over een onschuldige steen op het pad.

“Ik zag al langer slecht, dat was iets sluipends. Ik herinner me een topografieproefwerk uit de vierde klas. Ik gaf foute antwoorden, kreeg een 1. Ik zag gewoon niet welke steden de leraar aanwees. Dat moet een duidelijk voorteken zijn geweest. Het is geëscaleerd in Frankrijk, ik was elf en met vakantie op een camping. Daar was toevallig ook Cindy, een klasgenootje.

“Op een ochtend wilde ik een vriendinnenbrief schrijven op roze briefpapier met duidelijk aanwezige schrijflijntjes, maar ik zag ze niet. Mijn moeder schrok ervan. Dat was een moment van eerste echte bewustwording. Diezelfde ochtend zijn we naar Nederland teruggereden, meteen naar het ziekenhuis in Heerlen. De cyste was weer gegroeid en ik werd geopereerd.”

Crombag zag nog wel iets; haar laatste herinnering is die van ziekenhuismuren- en liften.

“De dokter vroeg mij na de operatie wat ik het allerergste zou vinden als ik misschien nooit meer zou kunnen zien. Mijn antwoord: Madonna. Ik had niet door wat de omvang was, dacht niet na over de toekomst. Ik was een kind, leefde in het heden en ik was helemaal idolaat van Madonna. Ik kan me nu nog de posters voor de geest halen die op mijn kamer hingen; haar rode lippen, die pukkel.”

 

Aap-noot-mies. Maar dan met braillepuntjes! De aparte wondere onderwijswereld voor blinden.

“Ik kwam na de zomervakantie in het blindeninstituut in Grave terecht, bij Nijmegen. Ik leerde er lezen en schrijven in braille. Het klinkt raar, maar elf jaar is een ideale leeftijd om spelenderwijs braille te leren. Bovendien had ik een enorme vechtlust. Ik vond het een hele uitdaging, ja zelfs leuk om die lessen te volgen. Ik weet dat toen ik hier in Maastricht aan de rechtenstudie begon, ik het liefste alle wettenbundels had vertaald in braille. Maar dat was onmogelijk. Je moet je voorstellen dat één normale wettenbundel overeenkomt met tig bundels in braille. Ik moest leren omgaan met een computer en cd-roms.”

 

Van die fysieke toestand van futloze dweil had ik tijdens dat eerste jaar van mijn blindheid in Grave soms dagelijks, maar minimaal om de paar dagen last.

“Door de operatie werkt mijn hypofyse niet meer. In Grave had ik meer last van mijn hormonen dan van mijn blind-zijn. Alles stond op z’n kop. Ik voelde me erg zwak, ziek en misselijk. Ook nu nog slik ik pillen, zoals groeihormonen. Die heb je als volwassene nodig voor bijvoorbeeld je spierweefsel en het hart. Ik heb mijn hormoonhuishouding onder controle, maar ik moet de vinger aan de pols houden, goed naar mijn lichaam luisteren.”

 

Een betere vriend kon ik mij onmogelijk voorstellen.

“Jeroen. Ik ontmoette hem op de havo, hij kwam uit mijn dorp. Hij was als een broer voor mij. We zijn intensief met elkaar opgetrokken; we waren twee handen op één buik. Nee, niks liefde, totaal niet. Hij is net als ik ook rechten gaan studeren. We zijn lang bevriend geweest. Hij is inmiddels getrouwd met een Mexicaanse. Ik spreek hem niet meer. Tja, zo gaat dat. Er zijn wel meer vriendschappen geëindigd, zoals die met Niels, een jongen die ik heb ontmoet in Grave. Iedereen maakt dat toch mee? Je leven kent zoveel facetten.”

 

Fleur kwam, Fleur zag en Fleur overwon.

“Fleur was mijn eerste geleidehond; nu heb ik al de vierde. Ik was achttien jaar toen ik Fleur kreeg. Ze ligt in onze achtertuin begraven. Ik heb mijn hele studie in Maastricht met haar doorlopen. Ze staat symbool voor mijn vrijheid, mijn onafhankelijkheid. Of ze meeging in de bus naar Maastricht? Nee, dat wilde ze niet. Mijn vader bracht me daarom vaak met de auto; we hebben ons aangepast aan Fleur.”

 

Ik besloot dat jaar twee scripties te schrijven om daarnaast in niet minder dan veertien blokken af te studeren.

“Dat was het laatste jaar van mijn rechtenstudie. Helemaal idioot. Studeren was een obsessie geworden. Ik denk dat ik op zoek was naar houvast. Ik was onzeker over mijn toekomst. Mijn moeder vroeg weleens, in het dialect: ‘Mot dat noe allemaol?’ Maar ik trok mijn eigen plan, ik was ook niet lastig, ik wilde het heel graag. Ik studeerde tien uur per dag. Hobby’s had ik niet. Ik ging met de hond wandelen, het hoogtepunt van de dag.”

 

Een goed geheugen is vanzelfsprekend voor iedereen belangrijk. Voor mij is het haast van levensbelang.

“Mensen die kunnen zien, kunnen rondkijken en alles in zich opnemen. Als bij mij de telefoon gaat terwijl ik mijn tanden poets, moet ik de tandenborstel ergens bewust neerleggen, zodat ik het straks nog weet. Wat dat betreft ben ik een structopaat. Ik heb een heel goed geheugen. Dat had ik al, maar door mijn blindheid heb ik dat extra getraind. Ik kom goed voorbereid naar mijn onderwijsgroepen, weet precies wat er in de handboeken staat. Ook kan ik zo tig telefoonnummers opdreunen. Ik word er niet gek van, daar ben ik ook te nuchter voor. Dingen die er niet toe doen, wis ik meteen uit mijn geheugen.”

 

Mede daarom heb ik mij dan ook altijd afzijdig gehouden van ‘het pad der liefde’, mij vooral geconcentreerd op maatschappelijke vooruitgang en gewone vriendschappen.

“Ik had geen interesse in jongens. En trouwens, ik kon als student niet even rondneuzen in mijn onderwijsgroep, kijken of er leuke jongens waren. Maar opeens had iedereen het erover; ik wilde erbij horen.

“Bas. Die zal ik nooit vergeten, die man was gestoord. Ik ontmoette hem via een datingsite, daar had ik me op aangemeld, samen met een collega. Hij schreef een hele leuke brief en we spraken af in De Poshoorn in Wyck. Hij was sympathiek, ik heb helemaal niets raars aan hem gemerkt, en daar heb ik normaal wel voelsprieten voor. Ik herinner me dat toen we een relatie hadden en ik bij hem thuis was, ik een vrouwelijke psychiater op de radio hoorde vertellen over borderline en wat dat inhield. Ze noemde een aantal symptomen en ik dacht: ‘Dat heeft Bas, en dat ook’. Hij kon bijvoorbeeld opeens heel driftig worden. Ik heb er na drie maanden een punt achter gezet.”

 

 

Wendy Degens

Blind Vertrouwen, Esther Crombag en Erik Knippenberg, Uitgeverij Gianni-Maastricht. Het boek zal ook in braille verschijnen

 

 

 

 

 

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)