Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Een trots kind van de jaren zestig/zeventig

Een trots kind van de jaren zestig/zeventig

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes Fotografie

Klaar is Kees!

Het is genoeg geweest. Kees Schröer (62) vertrekt. Een sociaal bewogen man, altijd actief geweest in allerlei functies zowel binnen als buiten de UM, iemand die wars is van het bedrijfsmatige denken dat de universiteiten in zijn greep heeft, iemand die graag ook de minder fortuinlijke medemens bij het maatschappelijk leven betrekt. Kortom, een man die hopeloos uit de mode is. En dat dus absoluut niet erg vindt.

Als de jonge arbeids- en organisatiesocioloog Kees Schröer zich op maandag 2 januari 1977 om half tien bij de medische faculteit in Maastricht meldt voor zijn eerste baan, heeft hij al een veelbewogen leven achter de rug. Een studentenleven wel te verstaan, in Groningen. In die jaren betekende dat nogal eens activisme, links activisme. Strijd voor democratisering van de universiteit en in het verlengde daarvan voor een betere maatschappij. Schröer is lid van de Communistische Partij Nederland, de CPN. Dat weten ze wel, daar bij die nieuwe faculteit in het uiterste zuiden die met jeugdig elan probeert op te boksen tegen de gevestigde orde in academisch Nederland. Maar dat vinden ze niet zo’n probleem. Schröer: “En de man die vóór mij deze baan had gehad, was ook al partijlid.”

Toevallig, maar ook tekenend. De Limburgse universiteit in wording trok allerhande progressievelingen aan, niet per se politiek links maar wel mensen die bereid waren hun nek uit te steken voor een andere kijk op de gezondheidszorg, met nadruk op de ‘eerste lijn’: de huisartsgeneeskunde en de samenwerking met gezondheidscentra in de regio. Die zich konden vinden in een interdisciplinaire aanpak en vooral ook in een nieuw onderwijsconcept. En tja, daar zaten dan ook mensen bij die als student in de vroege jaren zeventig de overgang naar de CPN hadden gemaakt. Opmerkelijk, want ook al was de Koude Oorlog over zijn hoogtepunt heen, die kwamen niet bij elke universiteit zo gemakkelijk als wetenschappelijk medewerker binnen. Schröer: “Sjeng Tans was hier toen collegevoorzitter, en hij maakte er geen punt van. Zelf was hij als socialistische leraar behoorlijk slachtoffer geweest van de katholieke hetze in Limburg, dus hij stelde zich open en tolerant op.”

 

Open sfeer

Politiek houdt de jonge medewerker zich in Limburg voorlopig gedeisd; eerst maar eens aan het werk. Schröer is “niet zo thuis in de gezondheidszorg” maar leert het vak snel van mensen als prof. Hans Philipsen. “En de sfeer in de faculteit was open, je hoorde er echt bij, ook als socioloog. Je leert veel als je meer disciplines in je team hebt zitten.” Het onderwijssysteem bevalt hem zeer: “In het pgo leer je om je in de denkwereld van studenten te verdiepen, het is veel prikkelender dan hoorcolleges. Het zet ook aan tot een kritische kijk op je eigen inbreng: wat is de relevantie ervan, wat draagt dit bij aan de oplossing van een probleem?”

Hij werkt op het terrein van de bedrijfsgezondheidszorg en de sociale zekerheid, zijn onderzoek richt zich op ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid, een thema waar hij in ’93 op promoveert. En dat hem vervolgens weer in de politiek brengt: “De beweging om het socialezekerheidsstelsel te herzien werd sterker maar ik merkte dat men zich in de politiek meer baseerde op allerhande beelden dan op wetenschappelijk onderzoek. Die frustratie wilde ik kwijt. En ik wilde weer een venster naar buiten. De universiteit is een smalle wereld.”

Schröer is dan al geen CPN-lid meer: de partij was met een aantal andere in 1990 opgegaan in GroenLinks. Daar wordt hij dus actief, in verschillende bestuursfuncties tot en met het landelijk partijbestuur. In ’99 wordt hij gekozen als lid van de Provinciale Staten van Limburg. Met een onderbreking na zetelverlies in 2003 houdt hij dat ruim acht jaar vol, tot de laatste provinciale verkiezingen.

Maar voor iemand als Kees Schröer is de wereld breder dan de politiek. Een mens heeft zo zijn maatschappelijke verantwoordelijkheden, en die nam hij graag op zich. Privé: zijn vrouw en hij hebben altijd pleegkinderen in huis gehad. Op de universiteit: de ene na de andere functie, in de raden van faculteit en universiteit, in het Lokaal Overleg, in het stichtingsbestuur van Observant. “Daar rolde ik in, althans, eerst in de redactie van het blaadje dat eraan voorafging, Maffius. Mijn voorganger in mijn baan deed dat en ik nam het over. We schreven het met een aantal medewerkers en studenten vol, en omdat de universiteit zo klein was – toen ik begon kende je alle 150 studenten, we waren met zo’n 300 stafleden – wist je alles van iedereen. Een medewerkster die huizen verhuurde en haar aanmaningen op briefpapier van de universiteit verstuurde; het kwam erin. Maar de instelling groeide en het werd een heidens karwei om goede artikelen te schrijven. Er moest dus een professionele redactie komen, dat vonden Co Greep, de decaan van de faculteit en Sjeng Tans, de voorzitter van het college van bestuur, ook. De financiering is met het college geregeld en zo ging Observant van start. Als stichtingsbestuur in de jaren ’80 en ’90 – ik ben er een tijdje uit geweest en later weer teruggekomen - praatte je met het college over geld, niet over de inhoud. Natuurlijk waren ze regelmatig pislink, maar ze begrepen dat het blad zijn werk deed. Ik heb altijd hoge waardering voor de universiteitskranten gehad, en zeker voor Observant. Het heeft journalistieke kwaliteit en het is nooit een schandaalblad geworden. En terecht, want geen mens zou het nog lezen. Men wil dat wat erin staat, klopt.”

 

Ik-bv’tjes

Intussen lijken corporate image en beeldvorming steeds belangrijker. “Dat maakt de druk groter om er een goednieuwsshow van te maken. Het hangt samen met het maakbaarheidsdenken van het moderne management, ze zouden het liefst iedereen aan een touwtje houden. Maar een universiteit moet een vrijplaats zijn voor kritische gedachtevorming en reflectie.”

Het universitaire klimaat, ook dat aan de UM, is veranderd, vindt hij: “Mensen zijn meer op zichzelf en dat komt weer door de manier waarop onderzoekers gedwongen zijn met elkaar te concurreren. De ranglijstcultuur, de spreadsheetcultuur, waarbij je ‘verdiencapaciteit’ bepaalt waar het onderzoek naartoe gaat. Dan kijk je wel uit met samenwerking, want als je gezamenlijk publiceert kan dat ten koste gaan van je plaats op de ranglijst. Wat je krijgt is de calculerende academicus, en meer individualisme. Allemaal ik-bv’tjes. Het engagement met de gemeenschap is minder, kijk wie er nog wil besturen, of in een medezeggenschapsorgaan wil zitten. De medezeggenschap loopt van geen kanten meer. Dat is in hoge mate te wijten aan het bestuursmodel dat in de jaren negentig is ingevoerd, de MUB van toen nog minister Ritzen. Absoluut een achteruitgang. Daarvoor hadden de raden medebestuur, je had het laatste woord, je ging over het geld, en dat betekende dat je consensus moest bereiken. De betrokkenheid en het verantwoordelijkheidsgevoel waren groter. Nu moet je in de krant lezen dat er een reorganisatie aankomt en dat er misschien ontslagen vallen. Voor het ondersteunend personeel is er ook veel veranderd. De ene outsourcing na de andere, dan hoor je dus niet meer bij de universitaire gemeenschap.”

 

Dwarskop

Wat is dit? Kees Schröer als somberaar, een ouwe lul die over de nieuwe tijden moppert? Hij lacht. “Nee, ik ben geen somberaar, wel een piekeraar maar die blijken weer langer te leven, haha. En ik heb hier veel leuke dingen gedaan in onderwijs en onderzoek, en zeker ook als coördinator van het coschap sociale geneeskunde de afgelopen twintig jaar. Maar ja, er zijn nu eenmaal dingen ten nadele veranderd. Dat hele competitiedenken, de UM moet ‘top’ en ‘excellent’ zijn: geen mens die erin gelooft. En als je niet in de top tien staat, ben je dan waardeloos? Een universiteit bestaat ook niet alleen uit toptalenten. Natuurlijk moet je presteren, maar als de besten mogen winnen betekent dat ook dat er verliezers in je organisatie zijn. Ik geloof meer in breedte en diversiteit dan in een smalle top. Je wint de Europacup niet met alleen maar spitsen.”

 

Ja, zegt hij, hij komt uit de tijd van het maatschappelijk engagement, van de solidariteit, van de democratisering: “Ondanks de restauratie en de neoliberale poolwind die in de jaren tachtig opstak, zijn dat waarden die er nog steeds toe doen. Ik ben natuurlijk wel een dwarskop maar ik sta er nog steeds voor. Hier staat een trots kind van de jaren zestig en zeventig.”

 

 

Wammes Bos

Het afscheid van Kees Schroër is vandaag, 9 juni om 16.00 uur in de Maastrichtzaal, Universiteitssingel 40. Eerst is er een afscheidsrede van Kees Schroër, vanaf 17.00 uur is er een borrel in het Trefcentrum.

 

Ook Ine Kuppen neemt afscheid van de UM, zie hier het afscheidsinterview

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)