Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Niet meer zeuren over tegenstellingen”

“Niet meer zeuren over tegenstellingen”

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes Fotografie

Martin Paul en Guy Peeters over MUMC+

Noch de universiteit, noch het ziekenhuis zullen straks de boventoon mogen voeren als het Maastrichtse Universitair Medisch Centrum echt van de grond komt. En de leiding over vitale sectoren zal voorlopig tweehoofdig zijn. “We moeten niet door blijven zeuren over tegenstellingen, dan krijg je het nooit voor elkaar”, zegt de bestuursvoorzitter van het academisch ziekenhuis Maastricht, Guy Peeters.

Ze zitten broederlijk aan de vergadertafel in de gloednieuwe bestuurstoren van het MUMC: Martin Paul en Guy Peeters. Paul is sinds kort voorzitter van het UM-college van bestuur, daarvoor was hij decaan van de Faculty of Health, Medicine and Life sciences (FHML). Tot 1 mei waren ze samen de belangrijkste bestuurders van het MUMC+, waarover onlangs een evaluatierapport verscheen. Met de analyse in dat rapport, zo blijkt nu, zijn de heren het lang niet altijd eens. Neem het verwijt dat de UMC-leiding onvoldoende ‘eenheid en dynamiek’ uitstraalde. Peeters: “Het klopt niet, er wàs eenheid en dynamiek. En Paul: “Kijk naar onze prestaties. Dat is een heel lange lijst, met onder meer de Health campus, Chemelot, het convenant van de UM met de Provincie, de vernieuwing van de onderwijscarrières. Het rapport focust vooral op de beleving van mensen, maar dit zijn de feiten, en die staan er niet in. Wel is het zo dat de beeldvorming moeizaam was. Dat heeft te maken met de manier waarop de bestuurlijke samenwerking tussen UMC en universiteit is opgezet. Als decaan ben je lid van het topmanagement van het UMC, maar in de universiteit hoor je tot het middenmanagement omdat er nog een college boven zit. Die constructie deugt niet, daar moeten we dus vanaf.”

Peeters: “Geen eenheid en dynamiek? Het AZM heeft keuzes gemaakt om aansluiting bij het facultaire onderzoek te vinden, op een viertal terreinen waaronder oncologie en cardiologie. Daar is een organisatieverandering voor doorgevoerd.”

Een ander kritiekpunt in het rapport betreft de leiding van het AZM, lees Guy Peeters. Die zou onvoldoende oog hebben voor het academische karakter van het ziekenhuis en te weinig voeling houden met de specialisten. Paul antwoordt als eerste en meldt dat hij deze kritiek “niet fair” vindt. “Ik heb 15 jaar bestuurlijke ervaring in universitair medische centra en ik zie dat bij het AZM de voorzitter meer contact heeft met de specialisten dan ik elders gewend was. Maar het zijn financieel zware tijden, er vallen moeilijke besluiten, mensen zijn ontevreden en zeggen dan van alles.” Peeters: “Ik herken die kritiek niet, het klopt niet. Een voorbeeld: onze strategienota Heel de mens. Als er één groep bij betrokken was, waren het wel de specialisten, die hadden de lead.”

Over de aanbevelingen voor de toekomst zijn de heren beter te spreken. Paul: “Voor mij als bestuurder zijn die het belangrijkste. We moeten het UMC verder ontwikkelen en de bestuurlijke integratie aanpakken. Dat is waar het om draait. Alleen willen we niet wachten, zoals het rapport wil, tot de inhoudelijke integratie een feit is voor je aan het bestuurlijke proces begint. Dat duurt veel te lang.”

Welk bestuurlijk model straks gekozen wordt of moet worden, daarover laten de twee bestuurders weinig los. Peeters wijst erop dat zowel de UM als het AZM afzonderlijke rechtspersonen zijn - en blijven - maar dat er straks wel één bestuur met één raad van toezicht moet komen. Hoe precies, welke variant men kiest, is onderwerp van nadere studie door een werkgroep die rapporteert aan de raden van toezicht “en misschien moeten ook de ministeries (onderwijs en volksgezondheid) er nog iets over zeggen”, zegt Paul. De raden van toezicht zullen zich er in juni gezamenlijk over buigen.

Peeters: “We willen een overkoepelend bestuursorgaan, een paraplu, met mensen uit het college van bestuur en het UMC-bestuur. Het moet een toekomstbestendige en heldere structuur zijn, dus niet een beetje bij elkaar zitten en wat afstemmen. Zoiets moet je goed beschrijven en uitwerken. Kijk, wij tweeën hebben geen structuur nodig, maar dat is niet toekomstbestendig.”

Zowel in het rapport als ook in de bestuurlijke reacties erop werd grote nadruk gelegd op het academische karakter van het MUMC en op de band met de universiteit. Dat kan erop wijzen dat de universiteit het primaat in de samenwerking krijgt en dus de doorslaggevende factor wordt, maar noch Peeters, noch Paul willen daar iets van horen. Paul: “Er is geen primaat, we zijn partners. We moeten er ook over ophouden, over wie het primaat heeft, want juist dan kan het mis gaan.”

Peeters: “Het UMC is belangrijk voor de UM, de UM is belangrijk voor het UMC.”

In de plannen wordt samenwerking van het UMC met de overige (binnenstads)faculteiten aangekondigd, juristen, economen, cultuurwetenschappers. Is dat gedaan voor de bühne, zodat de universiteit de nieuwe constructie makkelijker slikt? Paul: “Als we het er makkelijk doorheen willen krijgen moeten we vooral apart blijven en werkafspraken maken. Nee dus, het gaat om serieuze samenwerking. De UM profileert zich in de landelijke discussie over differentiatie in het wetenschappelijk onderwijs met drie thema’s: kwaliteit van leven, Europa en globalisering, en onderwijsinnovatie. Daar liggen dwarsverbanden tussen UMC en UM. Neem ‘kwaliteit van leven’. De Maastricht Health Campus concentreert zich op gezonde voeding, op bewegen, revalidatie en re-integratie, de economen kunnen daar bijvoorbeeld Health management bij inbrengen, de cultuurwetenschappers en juristen hebben ieder hun eigen benadering. En bij een thema als ‘Europa en globalisering’ zoekt het UMC weer aansluiting bij de binnenstadsfaculteiten. Het is win-win voor iedereen.”

Waar het evaluatierapport nog een aantal netelige besturingskwesties openliet, blijken nu al besluiten te zijn gevallen. Bij de ‘ketens’ van zorg en onderzoek (ZKO), volgens velen de kern van de UMC-vorming omdat facultaire schools (onderzoek) en ziekenhuiseenheden (patientenzorg) daarin samen zullen gaan, zal de leiding “voorlopig duaal zijn, iemand uit het ziekenhuis en iemand uit de faculteit”, zegt Peeters. Na enige jaren wordt dat geëvalueerd. Paul: “Idealiter zet je daar één persoon neer die in staat is om beide zijden te representeren.” Peeters: “Maar als je dat nu al doet heeft die figuur geen leven.”

In de onderwijsorganisatie wordt voor een soortgelijke oplossing gekozen. Het facultaire onderwijsinstituut blijft onder leiding van een eigen directeur, die echter wel nauw samenwerkt met de directeur die in het ziekenhuis de opleiding van de arts-assistenten bestiert. Peeters: “Ik zie dat als een continuüm, en op termijn is het denkbaar dat onze opleidingen onder het onderwijsinstituut zullen vallen. Uiteindelijk willen we een directeur voor het geheel, die beide lijnen waarborgt.”

 

Wammes Bos

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)