Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Misschien zijn rechtenstudenten wel veel kritischer”

“Misschien zijn rechtenstudenten wel veel kritischer”

Facultaire reacties op de KeuzeGids 2012

Sommige Maastrichtse studies scoren (erg) goed in de KeuzeGids 2012, andere krijgen veel lagere beoordelingen, zoals de European Law School. Hoe kan dit? Observant vroeg het de betrokken bestuurders.

De Universiteit Maastricht eindigt op een derde plaats (rapportcijfer 6,5) in de categorie ‘overige universiteiten’ van de KeuzeGids 2012. Alleen Wageningen en de Technische Universiteit Eindhoven doen het beter. De derde plaats is onder andere te danken aan de bijzonder hoge score van het University College: aan kop met een 8,6. De sleutel tot dit succes? Meer praten met studenten, nog beter luisteren en een meer chronologische opbouw van het curriculum, vermoedt dean Harm Hospers.

De European Law School haalde het laagste cijfer (5,0) binnen de UM. “Wij staan wel op de eerste plaats van de vier Law Schools”, zegt decaan Hildegard Schneider. En wat betreft die 5, oppert ze: “Misschien zijn rechtenstudenten wel veel kritischer.”

“Wij scoren met de Law School slecht als het gaat om de doorstroming naar het tweede jaar. De uitval is groot, maar wij spelen met ELS ook in de Champions League van het Europese recht. Wij spelen mee in de Moot Court competities waaraan de beste tachtig tot honderd faculteiten van de wereld deelnemen. Wij eindigen altijd op hoge plaatsen: een tot vier. Als we een keer zesde of zevende worden, dan vinden we dat dramatisch. Onze Law School is heel bewust een eliteopleiding, wij eisen veel van onze studenten. Maar als je in de Champions League wilt spelen, dan moet je niet zeuren. Ajax traint nu eenmaal meer dan het eerste team van Roermond. En ja, dan krijg je meer uitval en dan mopperen studenten over de studielast.”

Maar het UCM, toch ook een eliteopleiding, scoort veel beter.

“Het UCM krijgt twee keer zo veel geld voor een student, waardoor zij in staat zijn om veel intensiever en kleinschaliger onderwijs te geven. Helaas kunnen wij dat als rechtenfaculteit niet.”

De lage waardering voor de informatievoorziening speelt al langer, zegt Schneider. Er wordt aan gewerkt, de eerste effecten waren al te zien in het Flycatcher onderzoek, maar kwamen te laat voor de KeuzeGids. “Is dat een facultair probleem of heeft dit te maken met de centralisatie, met MUSL? Vroeger kon ik met een klik op onze facultaire site een rooster opzoeken, nu moet ik in SAP wel tien keer klikken.”

Cultuurwetenschappen (van rapportcijfer 5,2 naar 6,4; van een zesde naar een tweede plaats) zit net als European Studies in de lift. “Het is gissen”, zegt decaan en portefeuillehouder onderwijs, Rein de Wilde, over de oorzaak. “Ik hoop dat het komt door dingen die wij verbeterd hebben.” Zo is de becijfering van papers en tentamens na overleg met studenten transparanter geworden, en is de feedback verbeterd. “We hebben nu een grading scheme waarin wordt uitgelegd waarop het cijfer is gebaseerd (opbouw, taal, argumentatie, vraagstelling) en welke waardering een cijfer uitdrukt.” Dit laatste is belangrijk in een internationale omgeving, benadrukt De Wilde. In Nederland betekent een acht “heel goed”, maar studenten uit Angelsaksische landen of Duitsland vragen zich af waarom ze dan geen tien krijgen.

De waardering die CMW-docenten in de KeuzeGids ten deel valt, komt niet uit de lucht vallen, meent De Wilde. “We hebben nog nooit studenten als tutor gehad. Niet dat ik daar op tegen ben. Maar blijkbaar waarderen studenten de expertise van de staf.” Het relatief hoge percentage afgestudeerden na vier jaar heeft alles te maken met “de structuur van het programma, de goede studieadviseurs en de docenten die er bovenop zitten.” En misschien heeft de aankondiging dat er een faculteitscafé zou komen (de enquête was voor de ingebruikname van het café) ook wel geholpen, vermoedt hij. “De student ziet dat de staf aandacht heeft voor zijn wensen.”

De klacht van de KeuzeGidsredactie dat universiteiten geen inzage geven in de groepsgrootte en het aantal contacturen, kent De Wilde. “Wij willen die informatie best geven. Bij ons zitten vijftien studenten in een groep. En in het eerste jaar zijn er acht à tien contacturen per week. De norm van twaalf halen wij niet. Maar het ene contactuur is het andere niet. Een uur in de onderwijsgroep telt nu net zo zwaar als een uur college aan vierhonderd mensen.” Om te verzuchten dat de politiek zich tot in details met het onderwijs wil bemoeien. Het zou beter zijn als men “naar het eindresultaat zou kijken. Kijk naar de alumni. Waar komen ze terecht, hoe doen ze het.” Staatssecretaris Zijlstra liet vorige week al weten dat instellingen van de twaalf-uur norm mogen afwijken als ze kunnen aantonen dat hun onderwijs intensief is.

 

 

Riki Janssen

Zijn kritische studenten slecht voor ranking?

Het debat laait weer op na de verschijning van de nieuwe Keuzegids Universiteiten: wat zegt het oordeel van studenten eigenlijk over de kwaliteit van opleidingen?

Instellingen en opleidingen zijn vaak trots als ze goed scoren in de Keuzegids Universiteiten: dan adverteren ze ermee. Maar eindigen ze onderaan, dan leveren ze kritiek op de methode.

Zo waren studenten van de Delftse vakbond VSSD boos, toen hun universiteit in De Telegraaf als slechtste van Nederland werd weggezet. Dat had het ochtendblad niet moeten schrijven, vonden ze, ook al scoorde de TU Delft samen met de twee Amsterdamse universiteiten het laagst in de nieuwe Keuzegids Universiteiten.

Kern van de kritiek: misschien zijn studenten aan de ene opleiding kritischer dan aan de andere. Misschien eisen sommige studenten meer van hun opleiding dan andere. Dus wat zegt het eigenlijk, als een universiteit het niet goed doet in zo’n ranglijst? “De conclusie dat studenten van de TU Delft kritischer zijn dan studenten van andere universiteiten is nog meer op zijn plaats dan de conclusie dat de onderwijskwaliteit van de TU Delft slechter is dan die van andere universiteiten”, aldus de VSSD.

Zoiets zegt ook de decaan van de economische faculteit aan de Vrije Universiteit. Al erkent hij in universiteitsblad Ad Valvas de problemen met de hordes studenten die niet meer in de collegezalen passen, toch denkt hij dat de lage scores deels aan de studenten liggen. “Het is eigenlijk een Amsterdams probleem”, stelt hij. “De Vrije Universiteit scoort in de hele Keuzegids niet goed en verslaat alleen de UvA. Ik heb net met de decaan van de economische faculteit daar gesproken. We denken dat de studenten hier mondiger en veeleisender zijn.”

“Het klinkt plausibel”, zegt hoofdredacteur Frank Steenkamp van de Keuzegids, “maar de feiten zijn anders. De Vrije Universiteit kreeg enkele jaren geleden nog veel waardering van studenten: waren ze toen minder kritisch? En de opleidingen van de TU Delft waar studenten juist tevreden over zijn: zitten daar studenten die sneller tevreden zijn? Door de jaren heen zie je het oordeel over opleidingen veranderen: dat is juist heel informatief.”

Ook heeft hij een keer de mening van studenten over de dienstverlening van DUO gevraagd, die toen nog de IB-Groep heette. “De service van DUO verschilt niet voor studenten in de Randstad en studenten in het oosten van het land, maar studenten van de Christelijke Hogeschool Ede waren even kritisch over DUO als studenten van de Universiteit van Amsterdam.”

Bovendien corrigeert de Keuzegids voor studierichting. “Wij vergelijken TU-studies met TU-studies. En corrigeren voor het studierichtingeffect. Delft komt lager uit de oordelen omdat Eindhoven in de loop der jaren meer geïnvesteerd heeft in beter onderwijs.”

Maar er is nog een bezwaar. De Keuzegids laat in de ranglijst het rendement van opleidingen meewegen: hoeveel studenten halen binnen redelijke tijd hun diploma? Daarin scoren de technische opleidingen niet bijzonder goed, maar wat betekent dat: hebben ze hun onderwijs niet op orde of stellen ze gewoon hogere eisen? “Dit betekent dat een lichte opleiding over het algemeen beter scoort op het gebied van onderwijskwaliteit dan een zware”, stelt voorzitter Mariska Heidema van de VSSD. “Dat is de wereld op zijn kop.”

Maar Steenkamp wijst op pittige studies als de university colleges en geneeskunde. “Het hele idee dat zware en intellectueel uitdagende opleidingen tot een lager rendement leiden, wordt keer op keer in meta-analyses weerlegd. Daar ligt het niet aan. De hoogste uitval en de laagste rendementen vinden we meestal aan te lichte opleidingen, waar studenten zich afvragen wat ze nu eigenlijk aan het doen zijn. Als we ook maar één aanwijzing hadden dat een hoog niveau tot lagere rendementen zou leiden, waren we de eerste om deze indicator te schrappen. Trouwens, met het oog op de langstudeermaatregel lijkt het me voor studiekiezers nuttig om te weten aan welke opleiding studenten bovengemiddeld lang moeten studeren.”

HOP, Bas Belleman

 

Meer over het UCM en de sleutel tot succes

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)